Psalm 56
Wees mij genadig, want mensen vertreden mij
Vertrouwen in de woestijn · 1773
Vers 1
Zie, hoe ik ben omringd aan allen kant;
Zie, hoe de mens zijn boze netten spant,
Om mij daarin te jagen.
Den gansen dag is 't oog op mij geslagen;
Zijn list legt mij op al mijn wegen lagen;
Zijn macht vergroot mijn ongeluk en plagen;
Ontroert mijn ingewand.
Vers 2
Dan zal op U mijn vast betrouwen staan.
Ik prijs in God Zijn woord; ik steun voortaan
Op Hem; zou vlees mij deren?
Ik vrees hen niet, die mijne smart vermeêren;
Mij, dag op dag, door lastertaal onteren;
Mijn woorden in een valsen zin verkeren;
Arglistig mij verraân.
Vers 3
Terwijl mij elk in 't heim'lijk gadeslaat,
Mijn schreden volgt, en mij naar't leven staat,
Door ramp noch klacht bewogen.
Zoudt Gij, o God, nog met Uw heilig' ogen,
Hun boosheid zien, en straffeloos gedogen?
Neen; stort hen neer door Uw geducht vermogen;
Uw gramschap straff' hun kwaad.
Vers 4
Mijn tranen hebt G' in Uwe fles vergaard;
Is hun getal niet in Uw boek bewaard,
Niet op Uw rol geschreven?
Gewis, dan zal mijn wreev'le vijand beven,
En, als ik roep, straks rugwaarts zijn gedreven.
Dit weet ik vast: God zal mij nooit begeven;
Niets maakt mijn ziel vervaard.
Vers 5
Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord;
'k Vertrouw op God, door gene vrees gestoord;
Wat sterv'ling zou mij schenden?
Ik heb beloofd, wanneer G' in mijn ellenden
Mij bijstand boodt, en 't onheil af zoudt wenden,
Tot U, o God, mijn lofzang op te zenden,
Door ijver aangespoord.
Vers 6
Gij richt mijn voet, dat hij zich nimmer stoot';
Gij zijt voor mij een schild in allen nood;
Gij hebt mijn smart verdreven;
Uw dierb're gunst is m' altoos bijgebleven;
'k Zal, voor Gods oog, naar Zijn bevelen leven;
Zo word' door mij Zijn naam altoos verheven;
Zo word' Zijn lof vergroot.
Trasfondo
Psalm 56 is traditionally ascribed to David, likely composed during his flight from Saul when he was literally in the wilderness, a period of extreme vulnerability and persecution. The psalm reflects the ancient Near Eastern motif of God as a refuge in the barren desert, emphasizing divine protection amid hostile surroundings. Theologically it anticipates the New Testament theme of trusting God in spiritual deserts, where physical safety is absent but divine presence persists.
Mensaje central
The psalmist declares unwavering confidence that God’s hand shields him from enemy traps, asserting that fear cannot overturn his reliance on God’s steadfast word. Even when surrounded by treachery, he proclaims that God will judge the wicked and preserve his soul.
Para hoy
Today believers can apply this trust when they experience ‘desert seasons’—times of loneliness, doubt, or hardship—by anchoring their hope in God’s faithful promises rather than circumstances. Practically, this means praying for God’s protective presence, recalling His past deliverance, and refusing to let fear dictate decisions.
Preguntas de profundización
Hoe verandert de metafoor van de woestijn de manier waarop we God’s bescherming begrijpen?
Welke aspecten van David’s vertrouwen kunnen wij toepassen op moderne situaties van psychologische of sociale uitbuiting?
Hoe kan de verwachting van goddelijke rechtvaardigheid in de psalm ons helpen omgaan met onrechtvaardigheid in de wereld?
La IA tiene el texto del salmo y la reflexión como contexto.
La IA puede cometer errores. Basado en el texto del salmo y la exégesis cristiana.