SV · Wederopneming · 1970

Wederopneming


Formulier van de wederopneming in de gemeente

Afkondiging Geliefden in onze Heere Jezus Christus, Het is u bekend dat enkele jaren (maanden) geleden ons medelid N. van de gemeente is afgesneden. Thans mogen wij u met vreugde meedelen dat hij (zij) door Gods genade tot be­ kering is gekomen en begeert weer opgenomen te worden in de gemeenschap van de kerk.

Aangezien Christus ons beveelt, ieder die berouwvol terugkeert met blijdschap te ontvangen, zullen wij hem (haar) weer in de gemeente opnemen, tenzij hiertegen voor zon­ dag … wettige bezwaren worden ingebracht. Intussen zal ieder de Heere danken voor de weldaad, aan hem (haar) bewezen, en bidden dat Hij Zijn werk aan hem (haar) wil voltooien tot zijn (haar) eeuwige zaligheid.

Formulier Geliefden in onze Heere Jezus Christus, Wij hebben u meegedeeld dat onze broeder (zuster) N. door Gods genade tot bekering is gekomen en begeert weer opgenomen te worden in de gemeenschap van de kerk. Er zijn geen wettige bezwaren tegen deze wederopneming ingebracht.

Christus heeft Zijn gemeente de sleutels van het Koninkrijk der hemelen toevertrouwd, toen Hij zei: “Voorwaar zeg Ik u: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in de hemel ontbonden wezen.” 1 En aangezien God in Zijn Woord verklaart, geen behagen te hebben in de dood van de zondaar, maar daarin dat hij zich bekeert en leeft, blijft de kerk altijd hopen op de bekering van zondaren en ontvangt zij ieder die berouwvol terugkeert, met vreugde weer in haar gemeenschap. Daarom vermaant de apostel Paulus de gemeente, iemand die gezondigd heeft en na de bestraffing daarover bedroefd is geworden, vergiffenis te schenken, hem te vertroosten en te besluiten hem liefde te betonen. Voor ieder die zijn zonden belijdt, geldt de belofte: “Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.” 2 Niemand die zich oprecht bekeert, behoeft er ook maar enigszins aan te twijfelen of God hem in genade heeft aangenomen, want Christus zegt: “Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven.” 3 Nu wij overgaan tot de wederopneming in de gemeente, verzoeken wij u, N., te antwoorden op de volgende vragen: 1 Mattheüs 18:18 2 1 Johannes 1:9 3 Johannes 20:23 Verklaart gij voor God en Zijn gemeente, dat gij oprecht berouw hebt over uw zonde en het volharden daarin?

Gelooft gij van ganser harte dat u de Heere uw zonden om Christus’ wil vergeven heeft?

Begeert gij in de gemeente van Christus weer opgenomen te worden en belooft gij van nu aan in belijdenis en wandel u te richten naar het Woord des Heeren?

Antwoord: ja.

Wij, dienaars en opzieners van de gemeente Gods, verklaren in de naam en met de volmacht van onze Heere Jezus Christus, dat gij, N., niet langer van Gods gemeente zijt afgesneden. Wij ontvangen u opnieuw in de gemeente des Heeren en verkondigen u dat gij deel hebt aan de gemeenschap van Christus en de heilige sacramenten, aan alle geestelijke zegeningen en weldaden Gods, die Hij aan Zijn gemeente belooft en bewijst.

Daarin moge u de getrouwe God tot het einde toe behouden door Zijn eniggeboren Zoon Jezus Christus. Amen.

Wees, geliefde broeder (zuster), in uw hart dan verzekerd dat de Heere u in genade heeft aangenomen. Wacht u voor de listen van de satan en de boosheid van de wereld en van uw eigen hart, opdat gij niet w eer vervalt in de zonde. Heb Christus zeer lief, want u is veel vergeven.

En gij, geliefde gemeente, ontvang deze broeder (zuster) met toegenegen harten. Verblijd u, want hij (zij) was dood en is weer levend geworden, was verloren en is gevonden. Verheug u met Gods engelen over deze zondaar (zondares), die zich bekeerde. Houd hem (haar) niet langer voor een vreemde, maar voor een medeburger der heiligen en een huisgenoot Gods.

Daar wij van onszelf niets goeds hebben, laat ons de Heere loven en danken, en Hem om Zijn genade aanroepen:

Goedertieren God en Vader, wij danken U door Jezus Christus, dat Gij aan deze broeder (zuster) bekering ten leven hebt gegeven en ons blijdschap schenkt over zijn (haar) wederkeer. Wij bidden U, bewijs hem (haar) Uw genade, om van de vergeving van zijn (haar) zonden meer en meer verzekerd te zijn, en daaruit een onuitsprekelijke blijdschap en een hartelijke lust te scheppen om U te dienen.

Verleen hem (haar) Uw genade om door zijn (haar) bekering velen tot zegen te zijn.

Geef hem (haar), tot het einde toe met volharding te wandelen in Uw wegen. Laat de genade die hem (haar) bewezen is, ons des te vaster doen geloven, dat bij U vergeving is, opdat Gij gevr eesd wordt. Geef dat wij, met onze broeder (zuster) en mede-erfgena(a)m(e) van het eeuwige leven, U tezamen dienen in kinderlijke vrees en gehoorzaamheid, al de dagen van ons leven. Wij vragen U dat door onze Heere Jezus Christus, in wiens Naam wij bidden:

Onze Vader, Die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd; Uw Koninkrijk kome; Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.

Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.