SV · Uitzending arbeiders · 2017

Uitzending arbeiders


Formulier voor de uitzending van arbeiders

in dienst van de zending Geliefden in onze Heere Jezus Christus, A (bij de uitzending door de deputaten van een arbeider in de dienst van de zending) De kerkenraad heeft u bekendgemaakt dat hij zich bereid verklaard heeft broeder/zuster (en zuster) N.N. door de deputaten voor de buitenlandse zending vanuit onze gemeente in de dienst van de zending uit te laten zenden, zodat onze gemeente als zijn/haar (hun) thuisgemeente zal dienen.

Zijn/Haar (Hun) opdracht in de dienst van de zending betreft … Wij zullen thans in de naam des Heeren tot zijn/haar (hun) uitzending overgaan.

B (bij de uitzending door een organisatie van een bijzondere zendingsarbeider in dienst van de zending) De kerkenraad heeft u bekendgemaakt dat hij zich bereid verklaard heeft broeder/zuster (en zuster) N.N. in samenwerking met de deputaten voor de buitenlandse zending door … vanuit onze gemeente uit te laten zenden.

Zijn/Haar (Hun) opdracht in de dienst van de zending betreft … Wij zullen thans in de naam des Heeren tot zijn/haar (hun) uitzending overgaan.

Vooraf horen wij naar wat de Heilige Schrift leert over de dienst van de zending.

De dienst van de zending heeft de Heere Jezus Christus zelf na Zijn opstanding voor heel Zijn kerk ingesteld toen Hij Zijn apostelen opdroeg: “Gaat dan henen, onderwijs al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.” 1 De Schrift leert ons, dat God, onze Zaligmaker, wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis der waarheid komen.2 Reeds direct nadat het gehele geslacht van Adam zich door de zonde van de eerste mens in het verderf en de ondergang had gestort, heeft Hij hem opgezocht en hem getroost met de belofte hem Zijn Zoon te geven, die geboren zou worden uit een vrouw, om de kop van de slang te vermorzelen.3 In de roeping van Abram en in de geschiedenis van Israël bleef Hij trouw aan Zijn belofte aan de mens en baande Hij zich de weg tot de vervulling daarvan. Daarom sprak Hij toen Hij Abram riep en Zijn beloften gaf: “En in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.” 4 In het nieuwe verbond verklaart de apostel Paulus: “Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden on1 Mattheüs 28:19,20 2 1 Timotheüs 2:3,4 3 Galaten 4:4; G enesis 3:15 4 Genesis 12:3; G alaten 3:8 der de wet; opdat Hij degenen die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden.”5 De Heiland zelf verzekert ons: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” 6 Door de dienst van mensen roept God allen, tot wie Hij de boodschappers van het Evangelie zendt, tot bekering en geloof in de Heere Jezus Christus. Zij worden dringend en ernstig opgeroepen zich te bekeren van de afgoden en de enige, levende en waarachtige God te gaan dienen en uit de hemelen Zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, namelijk Jezus, die ons verlost van de komende toorn.7 Die verlossing is in niemand anders dan in de Heere Jezus Christus, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten zalig worden.8 Dat niet alleen ambtsdragers een taak in dienst van de zending verrichten, leert de Schrift ons duidelijk in Handelingen 13:5, waar we lezen over Johannes, die Paulus en Barnabas tot helper hadden. Naar het getuigenis van het Nieuwe T estament hebben velen, zowel mannen als vrouwen, zich door woord en daad ingezet voor de verbreiding van het Evangelie en de opbouw van de Kerk van Christus, zonder hiertoe geroepen en bevestigd te zijn in een bijzonder ambt.9 Hun arbeid in het Koninkrijk van God wordt van grote betekenis geacht en hun namen worden met dankbaarheid en eer genoemd.

Zo zullen ook nu anderen dan dienaren des Woords uitgezonden worden in de dienst der zending, met name op het gebied van de vertaling van de Bijbel, de dienst van de christelijke barmhartigheid, de lectuurdienst, de dienst van het christelijk onderwijs en op andere gebieden waar mogelijkheden geboden worden om dienstbaar te zijn aan het gestalte geven aan en de ontplooiing van het christelijke leven van de gelovigen in al zijn facetten.

De uitgezondenen hebben hun opdracht in ootmoed en nederigheid te volbrengen, ziende op Hem Die gekomen is om te dienen en Die in de voetwassing ons hiervan een voorbeeld gegeven heeft. Zij zullen zich laten leiden door het woord van de Heere Jezus Christus: “Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.” 10 En zij zullen het woord van de Schrift gedachtig zijn, dat zegt: “Een iegelijk, gelijk hij gave ontvangen heeft, alzo bediene hij dezelve aan de anderen, als goede uitdelers der menigerlei genade Gods. Indien iemand spreekt, die spreke als de woorden Gods; indien iemand dient, die diene als uit kracht, die God verleent; opdat God in allen geprezen worde door Jezus Christus, Welken toekomt de heerlijkheid en de kracht, in alle eeuwigheid. Amen.” 11 5 Galaten 4:4,5 6 Johannes 3:16 7 1 Thessalonicenzen 1:9,10 8 Handelingen 4:12 9 Romeinen 16:1-16; 1 K orinthiërs 10:10-20; Kolossenzen 4:7-14; 2 Timotheüs 4:9-12 10 Mattheüs 5:16 11 1 Petr us 4:10,11 Nu gij, broeder/zuster (en zuster) N.N., gereedstaat uw taak in dienst van de zending op u te nemen en uitgezonden te worden naar …, verzoek ik u op te staan en te antwoorden op de volgende vragen:

Ten eerste: zijt gij in uw hart overtuigd dat God Zelf u tot deze dienst geroepen heeft?

Ten tweede: houdt gij de Schriften van het Oude en Nieuwe T estament voor het enige Woord van God en de volkomen leer der zaligheid, en verwerpt gij alles wat met dit Woord en de belijdenis der kerk in strijd is?

Ten derde: belooft gij uit liefde tot Christus en Zijn gemeente, die Hij Zich uit alle volkeren vergadert, uw taak met trouw en toewijding te verrichten en de vereiste geheim­ houding te betrachten ten aanzien van wat bij de uitoefening van uw taak vertrouwelijk te uwer kennis wordt gebracht?

Ten vierde: belooft gij u steeds te onderwerpen aan de kerkelijke vermaningen, indien gij in leer of leven u te buiten zoudt gaan?

Wat is hierop uw antwoord?

Antwoord: ja ik, van ganser harte.

Hierna spreekt de dienaar:

God, onze hemelse Vader, Die u geroepen heeft tot deze dienst, verlichte en bekwame u door Zijn Geest. Hij regere u zo in het volbrengen van uw taak, dat gij daarin getrouw en met vrucht werkzaam moogt zijn tot verheerlijking van Zijn Naam en tot uitbreiding van het Rijk van Zijn Zoon Jezus Christus. Amen.

Geliefde broeder/zuster (en zuster), de kerkenraad verzekert u van zijn liefde voor en medeleven met de dienst van de zending die u namens de gemeente gaat verrichten. Wij beloven u (en uw gezin) blijvend met onze gebeden te omringen en naar ons vermogen u met raad en daad bij te staan.

En onze Heere Jezus Christus Zelf, en onze God en Vader, Die ons heeft liefgehad, en gegeven heeft een eeuwige vertroosting en goede hoop in genade, vertrooste uw harten, en versterke u in alle goed woord en werk.12 Hier kan een lied ingelast worden (bijvoorbeeld Schriftberijmingen nr. 18; Ps. 121:4 O.B.; een ander toepasselijk lied).

Ten slotte spreekt de dienaar:

Geliefde gemeente, Gedenk dat broeder/zuster (en zuster) N.N., door God daartoe geroepen, zijn/haar (hun) dienst van de zending verricht(en) namens heel de gemeente.

Daarom worden wij, naar het woord van de apostel Paulus, opgeroepen tot het gebed voor hem/haar (hen), opdat het woord des Heeren, in zijn loop ongehinderd, goede voortgang hebbe, geprezen en verheerlijkt worde.13 Wil onze broeder/zuster (en zijn vrouw/en zijn vrouw en kinderen) bij voortduur ook in uw gebeden thuis gedenken, opdat zijn (hun) werk door God gezegend wordt. En toon in uw eigen omgeving wat 12 2 Thessalonicenzen 2:16,17 13 2 Thessalonicenzen 3:1 het Evangelie van Jezus Christus voor uzelf betekent, opdat ook hier mensen gewonnen worden voor het Rijk en de kerk van God.

Aangezien niemand van ons de bekwaamheid hiertoe van zichzelf heeft, willen wij de almachtige God om Zijn genade aanroepen:

Barmhartige God en Vader, Die door Jezus Christus, Uw Zoon, uit het ganse menselijke geslacht U een gemeente tot het eeuwige leven vergadert, wij danken U dat Gij Uw arbeiders uitzendt tot aan het uiterste van de aarde om het Evangelie van Uw Zoon te verkondigen en gestalte te geven in het dagelijkse leven.

Wij bidden U: wil onze broeder/zuster (en zuster) N.N. door Uw Geest steeds meer bekwamen tot het werk waartoe U hem/haar (hen) geroepen hebt. Open zijn/haar (hun) verstand om Uw heilig Woord te verstaan en schenk hem (hun) bij de vervulling van zijn/haar (hun) taak vrijmoedigheid om te spreken over het heil, dat Gij in Uw Zoon bereid hebt voor het aangezicht van alle volken: licht tot openbaring voor de heidenen en heerlijkheid voor Uw volk Israël. Geef dat door zijn/haar (hun) dienst Uw kerk in … opgebouwd, vermeerderd en bewaard worde.

Schenk hem/haar (hun) wijsheid in alle vragen, die rondom het werk van de zending zich voordoen.

T roost hem/haar (hen en hun kinderen) door Uw Woord en Geest in alle moeiten en beproevingen die allen, die in Uw dienst uitgezonden worden, ten deel vallen. Geef dat hij/zij door Uw genade standvastig blijft (blijven) en eenmaal, getrouw gebleken in zijn/ haar (hun) dienst, mag (mogen) ingaan in de vreugde van zijn (hun) Heere en Heiland.

Geef dat Uw gemeente alhier haar taak en roeping in deze wereld mag verstaan en volbrengen in de kracht van Uw Geest en als thuisgemeente van onze broeder/zuster (en zuster/en zuster en hun kinderen) de band met hem (hen) steeds zal bewaren en versterken door haar gebed en meeleven. En zegen alle arbeid die in Uw Koninkrijk geschiedt.

Dit alles vragen wij van U in de naam van Jezus Christus, Uw Zoon, die met U en met de Heilige Geest leeft en regeert in eeuwigheid. Amen.