Favorieten
Recent
NBG · Avondmaal · 2017 I
Gemeente van onze Here Jezus Christus, In Matteüs 26 wordt de instelling van het heilig avondmaal als volgt beschreven:
“En terwijl zij aten, nam Jezus een brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan zijn discipelen en zeide: Neemt, eet, dit is mijn lichaam. En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zeide: Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk mijns Vaders.” 1 Christus wil dat wij deze maaltijd houden om zijn offer te gedenken.2 God de Vader zond zijn Zoon in deze wereld om Gods toorn voor ons te dragen.3 Daarom gedenken wij tijdens het avondmaal de lijdensweg die Christus ging, zijn angsten in Gethsemane en zijn sterven aan het kruis op Golgotha.
Zonder bloedstorting is er geen vergeving.4 Het Oude T estament vertelt ons dat God de eerstgeborenen van de Egyptenaars doodde, maar dat de Israëlieten veilig waren achter het bloed dat aan de deurposten gestreken was.5 Bij de wetgeving op de berg Sinaï moest Mozes het volk met bloed van offerdieren besprengen.6 Ook bij de tempeldienst vloeide bloed om de zonden te verzoenen.7 Zo hebben wij het bloed van Christus nodig om gered te worden. Hij is het Lam dat de zonde van de wereld wegneemt.8 Zijn bloed is het bloed van het nieuwe verbond9 dat bekrachtigd werd toen Hij uitriep: “Het is volbracht!”10 Wie bescherming zoekt achter dat bloed, heeft versterking van het geloof nodig.11 De Here gebruikt daarvoor naast het hoorbare Woord ook de zichtbare tekenen van brood en wijn. Voor hen die daarvan eten en drinken, is zelfonderzoek noodzakelijk.12 Ten eerste zal ieder moeten beseffen, dat hij schuldig is door het overtreden van Gods wet, dat hij daardoor de vloek van God waardig is en dat hij met berouw voor Hem dient te buigen.13 1 Matteüs 26:26-29 2 Lucas 22:19 3 1 Petr us 3:18 4 Hebr eeën 9:22 5 Ex odus 12:13 6 Ex odus 24:8 7 2 Kronieken 29:24 8 Johannes 1:29 9 Jer emia 31:31 10 Matteüs 26:28 11 Handelingen 2:41-43 12 1 Korintiërs 11:28 13 Psalm 143:2 Verder moet ieder zichzelf onderzoeken of hij de belofte van God gelooft, dat hem al zijn zonden vergeven zijn vanwege het offer van Jezus Christus.14 Ten slotte moet ieder zich afvragen of hij gezind is, voortaan uit dankbaarheid met heel zijn leven God de Here en zijn naaste te dienen en lief te hebben.15 Zij die deze gezindheid niet kennen, mogen niet aan het avondmaal deelnemen.16 Dit betreft allen die niet op de Here alleen willen vertrouwen; allen die Hem op een andere manier dienen dan Hij in de Bijbel beveelt; allen die de naam van de Here door vloeken of op andere wijze misbruiken; allen die de kerkdiensten niet trouw bezoeken, of de prediking en de sacramenten minachten;
allen die hun ouders of andere ge zagsdragers niet eren; allen die zich aan menselijk leven vergrijpen of haat koesteren tegen hun medemensen en zich niet met hen willen verzoenen; allen die, getrouwd of ongetrouwd, hun lichaam niet rein bewaren; allen die zich oneerlijk verrijken of die verkwistend of gierig leven; alle leugenaars en roddelaars; en allen die niet verlangen het kwaad tot in de wortel van hun hart uit te roeien.17 Zolang zij zich niet bekeren, moeten zij zich van het avondmaal onthouden, opdat Gods oordeel over hen 18 niet verzwaard zal worden.
Maar dat wil niet zeggen dat het avondmaal voor hen is die zonder zonden zijn. Integendeel, als wij gebukt gaan onder onze zonden en onze redding bij Christus zoeken, zijn we bij Hem welkom.19 Dan zal Hij ons aan zijn tafel verzekeren van zijn liefde en trouw. Dan deelt Hij het heil uit: vergeving van zonden en eeuwig leven.20 Dan ervaren wij door zijn Geest de eenheid met onze Gastheer, zoals Paulus daarover spreekt in zijn brief aan de Galaten: “Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.” 21 Die Geest verbindt ons ook aan elkaar: “Omdat het één brood is, zijn wij, hoe velen ook, één lichaam; wij hebben immers allen deel aan het ene brood.” 22 Zo genieten wij aan de tafel van de Here de voorrechten die wij nu reeds in Christus hebben. Daarnaast vestigt de avondmaalsviering onze aandacht ook op de toekomst. Paulus zegt immers dat wij de dood van de Here moeten verkondigen “totdat Hij komt.” 23 Wij 14 Hebreeën 10:19-22 15 Romeinen 12:1,2 16 1 Korintiërs 5:11 17 Ex odus 20:1-17 18 1 Korintiërs 11:29 19 Matteüs 11:28 20 Johannes 6:54-56 21 Galaten 2:20 22 1 Korintiërs 10:17 23 1 Korintiërs 11:26 zien dan ook uit naar de wederkomst van Christus en naar de bruiloft van het Lam 24, waar Hij de wijn met ons nieuw zal drinken in het Koninkrijk van zijn Vader. “Amen, kom, Here Jezus!”25 Laten wij, voordat we overgaan tot de bediening van het avondmaal, samen bidden:
Barmhartige Vader, wij danken U voor het zenden van uw Zoon naar deze wereld, die onder de vloek ligt. Doe ons beseffen, waarom het nodig was.
“Bij U, Here, is de gerechtigheid, maar bij ons een beschaamd gelaat. O Here, vergeef!” 26 Wij danken U, Here Jezus, dat U voor ons wilde lijden en sterven. Laat ons meer en meer de waarde zien van het offer dat U bracht. Wij verwachten ons heil van U, maar wij zijn zondaren. T och komen wij tot dit heilig avondmaal, want U nodigt juist hen. U bent het ware brood uit de hemel. Voed ons, vermeerder ons geloof. Geef dat wij niet twijfelen aan uw beloften.
Wij danken U, Heilige Geest, dat U uw reinigend werk wilde beginnen in onze onwillige harten. Zet het voort, opdat wij steeds minder in onze zonden leven. Doe ons de gemeenschap der heiligen beleven. Open ons hart en verlicht ons verstand, opdat wij deze maaltijd niet op onwaardige wijze gebruiken.
Verhoor ons, barmhartige God, om Jezus’ wil.
Amen.
Laten wij bedenken dat het gebroken brood en de vergoten wijn tekenen en zegels zijn van het lichaam en bloed van Christus. Richt daarom uw harten op Hem, die aan de rechterhand van de Vader is.27 Bij het breken en uitdelen van het brood spreekt de dienaar:
Het brood dat wij breken, is een gemeenschap met het lichaam van Christus.28 Neem en eet, gedenk en geloof dat het lichaam van onze Here Jezus Christus gegeven is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.29 Bij het geven van de beker zal de dienaar spreken:
De beker der dankzegging, waarover wij de dankzegging uitspreken, is een gemeenschap met het bloed van Christus.30 Neem die en drink allen daaruit, gedenk en geloof dat het kostbaar bloed van onze Here Jezus Christus vergoten is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.31 24 Openbaring 19:6-9 25 Openbaring 22:20 26 Daniël 9:7,19 27 Kolossenz en 3:1 28 1 Korintiërs 10:16 29 Matteüs 26:26 30 1 Korintiërs 10:16 31 Matteüs 26:27,28 T erwijl men aan tafel zit, kan er gelezen en gezongen worden; daarna spreekt de dienaar:
Nu de Here ons aan zijn tafel gevoed heeft, is het goed om Hem te prijzen:
“Welzalig hij, die de God van Jakob tot zijn hulp heeft, wiens verwachting is op de HERE, zijn God, die hemel en aarde gemaakt heeft, de zee en al wat daarin is, die trouw houdt tot in eeuwigheid; die de verdrukten recht verschaft, die de hongerigen brood geeft; de HERE maakt de gevangenen los, de HERE maakt de blinden ziende, de HERE richt de gebogenen op, de HERE heeft de rechtvaardigen lief; de HERE behoedt de vreemdelingen, wees en weduwe houdt Hij staande, maar de weg der goddelozen maakt Hij krom. De HERE is Koning voor eeuwig. Uw God, o Sion, van geslacht tot geslacht.
Halleluja.” 32 “Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden. Amen.” 33 Wij besluiten deze avondmaalsviering met dankzegging en gebed:
Barmhartige God en Vader, wij danken U dat wij de dood van uw Zoon, onze Here Jezus Christus mochten verkondigen als het enige fundament van ons behoud. Wij loven U, omdat wij door uw Heilige Geest de gemeenschap met uw Zoon en de gemeenschap met elkaar mochten genieten. Wij bidden U, dat wij door de viering van dit avondmaal versterkt worden in ons geloof. Verdiep onze liefde tot U en tot elkaar. Help ons zo te leven, dat het tot uw eer is. Geef dat we met groot verlangen uitzien naar de wederkomst van onze Here, die ons heeft leren bidden:
Onze Vader, die in de hemelen zijt; uw Naam worde geheiligd, uw Koninkrijk kome, uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren, en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze; want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid.
Amen.32 Psalm 146:5-10 33 Openbaring 5:13
Typ om te zoeken
Psalmen · Bijbel · Catechismus
⌘K vanuit elke pagina
Geen resultaten gevonden
Probeer een andere zoekterm