NBG · Bevestiging evangelist · 2017

Bevestiging evangelist


Formulier voor de bevestiging van een evangelist

als dienaar van het Woord naar artikel 4 K.O.

Gemeente van onze Here Jezus Christus, Wij zijn vandaag bij elkaar om broeder N.N. te bevestigen als evangelist. Hij krijgt hiermee de opdracht en de bevoegdheid om bij u het Woord en de sacramenten te bedienen.

Het is goed vooraf te luisteren naar wat Gods Woord hierover zegt.

Jezus Christus is Heer en Hoofd van de gemeente. Hij zegt ons zelf in de Bijbel wat Hij van zijn gemeente verwacht. Voor het werk als evangelist is belangrijk wat de Here Jezus zei kort voordat Hij naar de hemel ging. In Matteüs lezen we: “En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.” 1 Belangrijk is ook wat we lezen in Handelingen: “Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.” 2 De woorden van de Here Jezus zijn gegeven aan de kerk van alle tijden en hebben ook betekenis voor ons.

Iedere gelovige is geroepen om getuige van Christus te zijn en anderen over Hem te vertellen. Daarnaast geeft de Here Jezus aan sommige gelovigen een bijzondere opdracht. In de Bijbel lezen we dat Christus naast apostelen, profeten, herders en leraars ook evangelisten gegeven heeft om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst.3 Zij hebben een bijzondere gave ontvangen om het Evangelie aan niet-christenen zo te brengen, opdat deze door Woord en Geest overtuigd worden, tot geloof in Christus komen en verantwoordelijke leden van zijn gemeente worden. Zo lezen we dat Filippus in Samaria aan veel mensen Christus verkondigt en vervolgens aan een Ethiopiër, die hij ook doopt.4 Later is hij in Caesarea als evangelist werkzaam.5 Wanneer Timoteüs in Efeze werkt aan de opbouw van deze pas gestichte gemeente, drukt de apostel Paulus hem op het hart het werk te doen van een evangelist.6 T ot de dienst van een evangelist behoort, dat hij zich inzet voor het stichten en opbouwen van een zendingsgemeente.1 Matteüs 28:18-20 2 Handelingen 1:8 3 Efe ziërs 4:11,12 4 Handelingen 8:5; 35vv .5 Handelingen 21:8 6 2 Timoteüs 4:5 Welnu, broeder N.N., de Here heeft u de gave van evangelist gegeven en Hij heeft het zo geleid dat u deze gemeente met deze gave mag gaan dienen.

Voor u als evangelist is de allereerste taak om het Evangelie aan ongelovigen te verkondigen, zodat er onder Gods zegen een gemeente mag ontstaan.

Om de liefde van Christus zichtbaar te maken is het nodig dat u de gemeente voorgaat in dienstbetoon aan de naaste.

Om de gemeente op te bouwen is nodig dat u haar de Bijbelse leer verkondigt en onderwijst. T ot versterking van het geloof zult u ook de sacramenten van doop en avondmaal bedienen.

Met de kerkenraad mag u leiding geven aan de zendingsgemeente, in nederigheid en dienstbaarheid, zoals Jezus ons dat voordeed. U mag zich daarin door gebed en metterdaad gesteund weten door de gemeente waarin u geroepen bent.

In heel uw werk mag u zich afhankelijk weten van de genade van Christus, die het Hoofd van zijn kerk is, en van de leiding van zijn Geest. T er bevestiging daarvan ontvangt u zijn onmisbare zegen.

Bevestiging Geliefde broeder N.N., we vragen u om op de volgende vragen oprecht te antwoorden:

Ten eerste: bent u er in uw hart van overtuigd dat God zelf door middel van zijn gemeente u roept tot deze dienst?

Ten tweede: gelooft u dat de Bijbel, Gods Woord, volkomen betrouwbaar is en dat God ons daarin de enige weg tot behoud wijst?

Ten derde: gelooft u dat de belijdenisgeschriften van de kerk voluit overeenstemmen met de Bijbel?

Ten vierde: belooft u trouw te zijn in uw werk als evangelist, Gods Woord en de sacramenten hier te bedienen en aan de gemeente leiding te geven, zoals Christus dat wil?

Ten vijfde: belooft u geheim te houden waarvan u vertrouwelijk kennis draagt?

Ten zesde: belooft u zich steeds te onderwerpen aan de kerkelijke vermaningen, als u in leer of leven zou zondigen?

Wat is hierop uw antwoord?

Antwoord: ja, met heel mijn hart.

Handoplegging Moge Christus u zegenen en vervullen met zijn Geest. Moge Hij u steeds meer bekwamen en toerusten tot deze dienst, opdat Gods rijk ook door uw werk hier krachtig door­ breekt en wordt uitgebreid.

Geliefde gemeente, Bedenk dat onze broeder door de Here geroepen is en dat het voor u een voorrecht is dat hij deze dienst in uw midden mag verrichten. Bid daarom voor hem en zijn gezin in uw samenkomsten en thuis. Wees daarbij in uw eigen omgeving een getuige, die toont wat het Evangelie van de Here Jezus voor u zelf betekent, opdat anderen tot Christus mogen komen. Voorzie onze broeder van de middelen die nodig zijn om zijn werk te kunnen doen.

Omdat niemand van ons dit in eigen kracht kan volbrengen, willen wij de almachtige God aanroepen en bidden om zijn genade.

Gebed Barmhartige God en Vader, wij danken U dat U mensen roept om dienstbaar te zijn aan de verkondiging van het Evangelie van uw Zoon Jezus Christus. Wij bidden U, wilt U N.N. vervullen met uw Geest om zijn taak als evangelist van de zendingsgemeente N.N. uit te voeren. Geef hem de vrijmoedigheid om te getuigen in woord en daad van het heil, dat U in Jezus Christus Uw Zoon hebt gegeven. En als er tegenslagen en moeiten zijn, wilt U hem en zijn gezin dan vasthouden, standvastigheid en moed geven en hem vertrouwen schenken op grond van uw beloften. Geef ook dat wij als zendingsgemeente trouw zullen zijn in onze gebeden, ons meeleven en onze ondersteuning. Zegen alle werk in uw Koninkrijk, waar ook ter wereld. We bidden U dit in de naam van Jezus Christus, uw Zoon, die ons heeft leren bidden:

Onze Vader, die in de hemelen zijt; uw Naam worde geheiligd, uw Koninkrijk kome, uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren, en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze; want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.

Amen.