NBG · Avondmaal · 1970 (kort)

Avondmaal


Kort formulier voor de bediening van het heilig avondmaal

Geliefden in onze Here Jezus Christus, Hoort hoe onze Heiland in de nacht voor Zijn sterven het avondmaal heeft ingesteld:

“T oen het uur aangebroken was, ging Hij aanliggen en de apostelen met Hem. En Hij zeide tot hen: Ik heb vurig begeerd dit Pascha met u te eten, eer Ik lijd. Want Ik zeg u, dat Ik het voorzeker niet meer eten zal, voordat het vervuld is in het Koninkrijk Gods. En Hij nam een beker op, sprak de dankzegging uit, en zeide: Neemt deze en laat hem bij u rondgaan. Want Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet van de vrucht van de wijnstok drinken, voordat het Koninkrijk Gods gekomen is.

En Hij nam een brood, sprak de dankzegging uit, brak het en gaf het hun, zeggende:

Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot Mijn gedachtenis. Evenzo de beker, na de maaltijd, zeggende: Deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt.” 1 Opdat wij nu waarlijk tot Zijn gedachtenis dit avondmaal mogen houden, hebben wij tevoren onszelf te beproeven. Daarom onderzoeke zich ieder van ons, of hij van harte berouw heeft over zijn zonden, zichzelf mishaagt en zich voor God verootmoedigt. Ieder beproeve zich, of hij de vaste belofte van God gelooft dat hem alleen om het offer van Jezus Christus al zijn zonden volkomen vergeven zijn, en onderzoeke zich, of hij bereid is met heel zijn leven God te verheerlijken en zijn naaste te dienen.

Allen die zo gezind zijn, wil God zeker in genade aannemen en als waardige deelgenoten aan de tafel van Zijn Zoon Jezus Christus ontvangen.

Die deze gezindheid niet kennen, verkondigen wij dat zij geen deel in het rijk van Christus hebben, en vermanen wij zich van dit avondmaal te onthouden, zolang zij zich niet bekeren.

Dit wordt ons, geliefde broeders en zusters in de Here, niet voorgehouden om de verslagen harten van de gelovigen de vrijmoedigheid te ontnemen, alsof niemand tot het avondmaal des Heren gaan mag dan wie zonder enige zonde is. Want het avondmaal verzekert ons, dat het volkomen offer van onze Here Jezus Christus de enige grond van onze zaligheid is. Het verzegelt ons Zijn hartelijke liefde en trouw, dat Hij voor ons, die de eeuwige dood verdiend hadden, heeft willen lijden en sterven, en voor ons de levendmakende Geest verworven heeft. Door die Geest, Die in Hem als het Hoofd en in ons als Zijn leden woont, hebben wij waarachtige gemeenschap met Hem en krijgen wij deel aan al Zijn schatten en gaven.

De Heilige Geest verbindt ons ook onderling in broederlijke liefde, gelijk de apostel Paulus zegt: “Omdat het één brood is, zijn wij, hoevelen ook, één lichaam; wij hebben immers allen deel aan het ene brood.” 2 1 Lucas 22:14-20 2 1 Korintiërs 10:17 Met groot verlangen mogen wij samen aan het avondmaal uitzien naar de wederkomst van onze Heiland, Die ons genodigd heeft tot het bruiloftsmaal van het Lam. Dan zal Hij met ons de vrucht van de wijnstok nieuw drinken in het Koninkrijk van Zijn Vader.

Laten wij ons nu voor God verootmoedigen en Hem met waarachtig geloof om Zijn genade aanroepen:

Barmhartige God en Vader, Die Uw eniggeboren Zoon in deze wereld gezonden hebt om ons volkomen te verlossen van onze zonden, wij bidden U dat Uw Heilige Geest moge bewerken, dat wij ons met waarachtig vertrouwen aan Hem hoe langer hoe meer overgeven, en dat Hij in ons leeft en wij in Hem. Wil onze verslagen harten door dit avondmaal troosten en sterken. Laat ons niet twijfelen, of Gij zult om Christus’ wil eeuwig onze genadige Vader zijn, Die ons onze zonden nimmer toerekent en ons in alles verzorgt als Uw kinderen en erfgenamen. Verleen ons ook Uw genade dat wij onze Heiland belijden, onszelf verloochenen, ons kruis getroost op ons nemen en in alle nood met opgeheven hoofd onze Here uit de hemel verwachten, Die onze sterfelijke lichamen aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkmaken en ons tot Zich nemen zal in Zijn hemels Koninkrijk.

Verhoor ons, barmhartige God en Vader, door onze Here Jezus Christus. Amen.

Laat ons onze harten opwaarts in de hemel verheffen, waar Jezus Christus is, onze Voorspraak, aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader. Laat ons er niet aan twijfelen dat wij door de werking van de Heilige Geest zo waarachtig met Zijn lichaam en bloed gevoed en gesterkt worden, als wij het brood en de wijn tot Zijn gedachtenis ontvangen.

Bij het uitdelen van het brood zal de dienaar spreken:

Het brood, dat wij breken, is een gemeenschap met het lichaam van Christus. Neemt, eet, gedenkt en gelooft, dat het lichaam van onze Here Jezus Christus gegeven is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.3 Bij het geven van de beker zal de dienaar spreken:

De beker der dankzegging is een gemeenschap met het bloed van Christus. Neemt die, drinkt allen daaruit. Gedenkt en gelooft, dat het bloed van onze Here Jezus Christus vergoten is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.4 Na de bediening van het avondmaal spreekt de dienaar:

Laten wij Gods Naam met lofzegging prijzen.

God, die rijk is aan erbarming, heeft om Zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen, mede levendgemaakt met Christus – door genade zijt gij behouden – en heeft ons mede opge wekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom Zijner genade te tonen naar Zijn goedertierenheid over ons in Christus Jezus. Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf; het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme. Want Zijn maaksel zijn 3 1 Korintiërs 10:16b,17 4 1 Korintiërs 10:16a; M atteüs 26:26b; Lucas 22:19b wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.5 Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.6 Laat ons de avondmaalsviering besluiten met het gebed, dat Christus ons geleerd heeft:

Onze Vader, Die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd; Uw Koninkrijk kome; Uw wil geschiede gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.

Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid.

Amen.5 Efeziërs 2:4-10 6 Efe ziërs 3:20,21