Favorieten
Recent
SV · Wederopneming · Klassiek
in de gemeente van Christus Geliefden in de Heere, ulieden is bekend, dat een zekere tijd geleden, ons medelidmaat N. van de gemeente van Christus afgesneden is geweest. Nu kunnen wij u niet verbergen, hoe hij door de voornoemde remedie, mitsgaders door het middel van goede vermaningen, en uw christelijke gebeden, zo ver is gekomen, dat hij zich over zijn zonde schaamt, begerende van ons, tot de gemeenschap der Kerk weder opgenomen te worden. Alzo wij dan, vanwege het bevel Gods, schuldig zijn de zodanigen met blijdschap te ontvangen, en het toch nodig is dat goede orde daarin gebruikt worde; zo geven wij u mits dezen te verstaan, dat wij de voorschreven afgesneden persoon ten naasten reize (door Gods genade) wanneer men des Heeren avondmaal zal houden, van de band der afsnijding wederom ontbinden, en tot de gemeenschap der Kerk ontvangen zullen, ten ware iemand van ulieden middelerwijl iets wettigs had, waarom zulks niet zou behoren te geschieden, hetwelk gijlieden ons intijds aanzeggen zult. Intussen zal een iegelijk de Heere danken voor de weldaad, aan deze arme zondaar bewezen, Hem biddende, dat Hij Zijn werk aan hem wil volvoeren, tot zijn eeuwige zaligheid. Amen.
Daarna, indien geen verhindering voorkomt, zal de dienaar des Woords tot wederopneming van de afgesneden zondaar voortgaan op de navolgende wijze:
Geliefde christenen, wij hebben u laatstmaal voorgehouden, de bekering van ons medelidmaat N., om met uw voorweten wederom tot de gemeente van Christus opgenomen te worden. Alzo dan niemand iets voorgebracht heeft, waarom de voorzeide wederopneming niet zou behoren te geschieden, zo willen wij nu tegenwoordiglijk daartoe voort varen.
De Heere Christus, bevestigd hebbende het vonnis Zijner Kerk in de afsnijding der onboetvaardige zondaren, verklaart terstond daarbij, dat al wat Zijn dienaars ontbinden zouden op de aarde, ontbonden zou zijn in de hemel.1 Waarmede Hij te kennen geeft, dat, wanneer iemand van Zijn Kerk afgesneden is, hem alsdan alle hoop der zaligheid niet ontnomen is, maar dat hij van de banden der verdoemenis weder ontslagen kan worden. Daarom, aangezien God in Zijn Woord verklaart, geen lust te hebben in de dood des zondaars, maar daarin dat hij zich bekere en leve; 2 zo heeft ook de Kerk nog altijd hoop op de bekering des afgewekenen zondaars, en houdt haar schoot open, om de bekeerde wederom te ontvangen. Diensvolgens heeft de heilige Paulus de Korintiër (die hij verklaard had dat van de Kerk afgedaan behoorde te worden), wederom bevolen op te helpen en te vertroosten, nadat hij, van velen bestraft zijnde, tot inzicht was gekomen; opdat hij door een al te overvloedige droefheid niet zou verslonden worden.3 T en andere leert Christus in de voorzeide uitspraak, dat het vonnis der ontbinding, hetwelk 1 Mattheüs 18:18 2 Ez echiël 33:11 3 1 Korinthiërs 2:7 uitgesproken wordt over zulk een bekeerde zondaar, volgens Gods Woord, voor bondig en vast gehouden wordt door de Heere; waarom niemand die zich oprechtelijk bekeert, enigszins behoort te twijfelen of hij gewisselijk van God in genade is aangenomen, gelijk Christus elders zegt: “Zo gij iemands zonden vergeeft, die worden ze vergeven.” 4 Om nu tot de voorgenomen handeling te komen, zo vraag ik u, N.: of gij voor God en Zijn gemeente alhier van ganser harte verklaart, dat gij oprecht berouw hebt van de zonde en hardnekkigheid, om welke gij rechtvaardiglijk van de gemeente afgesneden zijt geweest? Of gij ook waarachtig gelooft, dat u de Heere uw zonden vergeven heeft en vergeeft om Christus’ wil, en mitsdien begeert tot de gemeente van Christus alhier wederom opgenomen te worden, belovende van nu voortaan u in alle godzaligheid te gedragen, naar het gebod des Heeren?
Antwoord: ja ik.
Hierop zal de dienaar verder aldus spreken:
Wij dan, alhier vergaderd in de Naam en de macht van de Heere Christus, verklaren u, N., ontbonden te zijn van de banden der afsnijding, ontvangen u wederom in de gemeente des Heeren, en verkondigen u, dat gij staat in de gemeenschap van Christus, van de heilige sacramenten, en van alle geestelijke zegeningen en weldaden Gods, die Hij aan Zijn gemeente belooft en bewijst; waarin u de eeuwige God tot het einde toe behouden wil door Zijn eniggeboren Zoon Jezus Christus. Amen.
Zo wees dan verzekerd, mijn lieve broeder, in uw hart, dat u de Heere heeft opgenomen in genade. Zijt naarstig, om u voortaan te wachten voor de listigheid des satans en boosheid der wereld, ten einde gij niet weder vervalt in de zonde. Heb Christus zeer lief, want u zijn vele zonden vergeven.
En gij, geliefde christenen, ontvangt deze uw broeder met toegenegenheid des harten; zijt vrolijk, dat hij dood was en weder levend is geworden, verloren was en gevonden is; verheugt u met de engelen des hemels over deze zondaar, die zich bekeert. Houdt hem niet langer voor een die vreemd is, maar voor een medeburger der heiligen en huisgenoot Gods.
En alzo wij niets goeds kunnen hebben van onszelf, zo laat ons, de Heere Almachtig lovende en dankende, Hem om Zijn genade aldus aanroepen:
Goedertieren God en Vader, wij danken U door Jezus Christus, dat Gij deze onze medebroeder bekering hebt gegeven ten leven, en ons oorzaak verleent, om in zijn wederke ring verheugd te zijn. Wij bidden U, bewijs hem Uw genade, om van de vergeving zijner zonden meer en meer verzekerd te zijn in zijn gemoed, en daaruit te scheppen een onuitsprekelijke blijdschap en lust om U te dienen. En gelijkerwijs hij tevoren vele mensen heeft geërgerd door zijn zonde, wil hem alzo wederom verlenen, vele mensen door zijn bekering te stichten. Geef hem tot het einde toe volstandiglijk te wandelen in Uw wegen; en laat ons leren uit dit voorbeeld, dat bij U is genade, opdat Gij gevreesd wordt; tenein4 Johannes 20:23 de wij, hem houdende voor onze medebroeder en mede-erfgenaam des eeuwigen levens, U tezamen mogen dienen met een kinderlijke vrees en gehoorzaamheid al de dagen onzes levens, door onze Heere Jezus Christus; in Wiens naam wij ons gebed besluiten:
Onze Vader, die in de hemelen zijt; Uw naam worde geheiligd.
Uw koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid.
Amen.
Typ om te zoeken
Psalmen · Bijbel · Catechismus
⌘K vanuit elke pagina
Geen resultaten gevonden
Probeer een andere zoekterm