NBG · Bijzondere dienst · 2017

Bijzondere dienst


Formulier voor de inleiding tot een bijzondere dienst

Geliefden in de Here Jezus Christus, De kerkenraad heeft u bekend gemaakt dat hij broeder N.N. een bijzondere dienst in de gemeente toevertrouwt. Zijn taak betreft pastoraal werk in de gemeente. Wij zullen thans in de naam van de HEERE broeder N.N. inleiden tot zijn dienst.

In de Schrift lezen wij dat alle gelovigen de roeping hebben om met hun gaven het lichaam van Christus te dienen, terwijl de ambtsdragers aangesteld zijn om leiding te geven aan het geheel van de gemeente. Naar het getuigenis van het Nieuwe T estament hebben velen, zowel mannen als vrouwen, zich met woord en daad ingezet voor de verbreiding van het evangelie en de opbouw van de Kerk van Jezus Christus, zonder hiertoe als ambtsdrager geroepen en bevestigd te zijn. Hun arbeid in het Koninkrijk van God wordt van grote betekenis geacht en hun namen worden in de Schrift met waardering genoemd. Hoewel vele gemeenteleden hun gaven spontaan, zonder aparte opdracht of aanstelling, gebruiken tot eer van God en tot heil van de naaste, is het goed dat een broeder die tot een specifieke taak geroepen wordt, ook in het midden van de gemeente tot zijn dienst wordt ingeleid.

Zij die deze taak aanvaarden, hebben hun opdracht in ootmoed en nederigheid te volbrengen, ziende op Hem die gekomen is om te dienen, en die in de voetwassing ons hiervan een voorbeeld gegeven heeft. Zij zullen zich, evenals de ambtsdragers en de andere leden van de gemeente, laten leiden door het woord van Christus: “Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.” Daarbij zullen zij het schriftwoord in gedachten houden, dat zegt: “Dient elkander, een ieder naar de genadegave, die hij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei genade Gods. Spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God; dient iemand, laat het zijn als uit kracht, door God verleend, opdat in alles God verheerlijkt worde door Jezus Christus, aan wie de heerlijkheid is en de kracht, in alle eeuwigheid! Amen.” Nu u, broeder N.N., gereed staat uw taak als pastoraal werker op u te nemen, verzoek ik u op te staan en antwoord te geven op de volgende vragen: 1.

Belooft u uit liefde tot Christus en Z ijn gemeente de dienst die u heden wordt toevertrouwd, trouw en toegewijd te zullen uitoefenen overeenkomstig de door de kerken­ raad vastgestelde instructie? 2.

Belooft u bij de uitoefening v an uw dienst de vereiste geheimhouding te betrachten ten aanzien van wat vertrouwelijk te uwer kennis wordt gebracht?

Antwoord: ja.

God onze hemelse Vader make u door Zijn Heilige Geest bekwaam tot het volbrengen van de taak die u wordt toevertrouwd, zodat uw arbeid mag dienen tot verheerlijking van Zijn Naam, tot opbouw van Zijn gemeente en tot uitbreiding van het Rijk van Zijn Zoon Jezus Christus. Amen.

Weest u ervan verzekerd dat de kerkenraad met zijn meeleven en voorbede u omringt en naar vermogen met raad en daad bij zal staan.

Oproep aan de gemeente (naar keuze te gebruiken) Geliefde gemeente, ontvang deze broeder in de hem toevertrouwde dienst en omring hem met uw steun en gebed.

Vraag aan de gemeente (naar keuze te gebruiken) Geliefde gemeente, ontvangt u deze broeder in de hem toevertrouwde dienst en zult u hem omringen met uw steun en gebed?

Antwoord: ja.