Favorieten
Recent
SV · Ban en uitsluiting · 1970
Eerste afkondiging van de kerkelijke tucht Geliefden in onze Heere Jezus Christus, De kerkenraad moet u tot zijn grote droefheid bekendmaken, dat een broeder (zuster) der gemeente zich heeft schuldig gemaakt aan …; en dat hij (zij) ondanks vele ernstige vermaningen geen blijk heeft gegeven van ware boetvaardigheid, zodat de kerken raad hem (haar) heeft moeten afhouden van de gemeenschap aan de tafel des Heeren.
T och heeft dit niet mogen leiden tot bekering en zijn ook de aanhoudende vermaningen vruchteloos gebleven. Daarom ziet de kerkenraad zich tot zijn diepe droefheid verplicht met deze broeder (zuster) verder te handelen en, indien hij (zij) volhardt in zijn (haar) zonde, over te gaan tot de afsnijding. Thans doet hij hiervan voor de eerste keer mededeling en roept hij u met ernst op, aanhoudend voor hem (haar) te bidden, of het de Heere behagen mag hem (haar) tot berouw en bekering te brengen.
T weede afkondiging Geliefden in onze Heere Jezus Christus, Reeds eerder moest de kerkenraad u met droefheid bekendmaken, dat een broeder (zuster) zich heeft schuldig gemaakt aan …; en dat hij (zij), daar er geen oprecht berouw gebleken is, niet slechts van het heilig avondmaal is afgehouden, maar dat de kerkenraad ook verder met hem (haar) had te handelen.
Nu heeft deze broeder (zuster) tot heden geen blijk gegeven van waarachtige bekering en zijn de herhaalde bestraffingen en vermaningen vruchteloos gebleven. Daarom moet de kerkenraad tot zijn diep leedwezen met de tuchtoefening voortgaan en, na ingewonnen advies van de classis, voor de tweede keer mededeling hiervan doen, nu met het noemen van de naam. Het betreft N., (wonende …).
Wij roepen u met de meeste ernst op hem (haar) aanhoudend in liefde te vermanen en ernstig voor hem (haar) te bidden, of het de Heere behagen mag hem (haar) tot berouw en bekering te brengen, opdat hij (zij) nog behouden wordt.
Derde afkondiging Geliefden in onze Heere Jezus Christus, Reeds tweemaal moest de kerkenraad u met droefheid bekendmaken, dat broeder (zuster) N. zich heeft schuldig gemaakt aan …; en dat hij (zij) wegens duidelijk gebleken onboetvaardigheid niet slechts van het heilig avondmaal is afgehouden, maar dat de kerkenraad ook met de tuchtoefening moest voortgaan.
Omdat hij (zij) tot nu toe geen enkel blijk van waarachtige bekering heeft gegeven en alle bestraffingen en vermaningen verworpen heeft, wordt met de droeve zaak van de afsnijding voortgegaan en u voor de derde en laatste keer hiervan mededeling gedaan.
Wij maken u bekend, dat hij (zij) op zondag … van de gemeenschap der kerk zal worden afgesneden, tenzij hij (zij) zich alsnog bekeert.
Wij roepen u voor het laatst met de meeste ernst op om hem (haar) liefdevol te vermanen en voor hem (haar) vurig te bidden, of het de Heere behagen mag hem (haar) tot berouw en bekering te brengen, opdat hij (zij) zich niet tot het uiterste verhardt, maar nog behouden wordt.
Formulier Geliefden in onze Heere Jezus Christus, T ot driemaal toe hebben wij u bekendgemaakt welk een grote zonde ons medelid N. gedaan en welk een aanstoot hij (zij) daardoor gegeven heeft, opdat hij (zij) door uw christelijke vermaningen en gebeden, zich tot God zou bekeren en uit de strik van de duivel bevrijd zou worden, om de wil des Heeren te volbrengen.
Maar wij moeten u tot onze grote droefheid meedelen, dat voor ons tot nog toe niemand is verschenen die ook maar enigszins aangetoond heeft, dat ons medelid door de herhaalde vermaningen tot hem (haar) gericht – zowel onder vier ogen als in tegenwoordigheid van getuigen – gekomen zou zijn tot berouw over zijn (haar) zonde of enig teken van ware bekering heeft doen blijken. Hij (zij) heeft integendeel zijn (haar) overtreding door zijn (haar) hardnekkigheid nog groter gemaakt.
Daarom hebben wij u voor enige tijd reeds bekendgemaakt dat wij, indien hij (zij) zich niet bekeerde, genoodzaakt zouden zijn het laatste middel dat ons tot zijn (haar) behoud overblijft, aan te wenden. Hoewel de kerk zo lang geduld met hem (haar) gehad heeft, is er van bekering geen sprake. Wij moeten thans tot de uiterste tuchtoefening overgaan, opdat ons medelid hierdoor, indien mogelijk, tot berouw over zijn (haar) zonde gebracht wordt, en ook het gehele lichaam der gemeente niet in gevaar gebracht en Gods Naam niet gelasterd wordt.
Daarom verklaren wij, dienaars en opzieners van Gods gemeente, in de naam en met de volmacht van onze Heere Jezus Christus, dat N. om de genoemde oorzaken uitgesloten wordt uit de gemeente van Christus en geen deel heeft aan de gemeenschap met Hem, aan de heilige sacramenten en aan alle geestelijke zegeningen en weldaden Gods jegens Zijn gemeente, zolang hij (zij) geen oprecht berouw toont en volhardt in zijn (haar) zonden. Want Christus heeft gezegd: “Indien hij ook de gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar. Voorwaar zeg Ik u: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in de hemel ontbonden wezen.” 1 Voorts vermanen wij u, geliefde gemeente, dat gij met hem (haar) niet omgaat zonder hem (haar) Gods geboden en beloften voor te houden, opdat hij (zij) tot berouw en bekering komt.
Ieder van ons moet zich opnieuw aangespoord weten om de HEERE te vrezen en daarin 1 Mattheüs 18:17,18 te volharden. Wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle.2 Hij blijve standvastig in de ware gemeenschap met de Vader en Zijn Zoon Jezus Christus en met alle gelovigen, tot het einde toe, om zo de eeuwige zaligheid te verkrijgen.
Geliefde broeders en zusters, gij hebt gehoord van de afvalligheid en verharding van deze nu uitgesloten broeder (zuster). De satan is listig om de mens te brengen tot de ondergang en af te trekken van alle heilzame middelen tot de zaligheid. Weest daarom op uw hoede, ook voor het geringste begin van het kwaad. “Ziet toe, broeders, dat niet te eniger tijd in iemand van u zij een boos ongelovig hart, om af te wijken van de levende God; maar vermaant elkander te allen dage, zolang als het heden genaamd wordt, opdat niet iemand uit u verhard worde door de verleiding der zonde.” 3 Een ieder die de Naam des Heeren noemt, breke met de ongerechtigheid, opdat wij ons niet opnieuw moeten bedroeven, over iemand van u. Leeft eendrachtig in godzaligheid, dan zult gij onze blijdschap en kroon zijn in de Heere.
Aangezien het God is, Die in ons werkt zowel het willen als het werken, om Zijn welbehagen, willen wij Zijn heilige Naam met belijdenis van onze zonden aanroepen.
Rechtvaardige God, barmhartige Vader, wij klagen onszelf aan voor Uw hoge Majesteit vanwege onze zonden, en belijden verdiend te hebben de droefheid en de smart die ons treffen in de uitsluiting van ons gewezen gemeentelid; ja, wij zijn allen waard om van U verbannen te worden, indien Gij met ons in het gericht wilt treden. Maar, Heere, wees ons genadig om Christus’ wil, vergeef ons onze misdaden, die ons van harte leed zijn, en werk in ons hoe langer hoe meer berouw daarover, opdat wij Uw oordelen vrezen en ons beijveren om U te behagen.
Geef dat wij ons hoeden voor alle besmetting van de wereld en van degenen die van de gemeenschap der kerk zijn afgesneden, opdat wij geen deel hebben aan hun kwaad en de afgesnedene beschaamd wordt over zijn (haar) zonden.
En daar Gij geen lust hebt in de dood van de zondaar, maar daarin, dat hij zich bekeert en leeft, en de gemeenschap van Uw kerk altijd openstaat voor degenen die wederkeren, bidden wij U: wek in onze harten een heilige ijver, zodat wij, door de liefde van Christus gedrongen, met woord en daad deze afgesnedene trachten terug te winnen, en met hem (haar) allen die door ongeloof of onheilige levenswandel van U afwijken.
Geef Uw zegen over onze vermaning, opdat wij ons weer mogen verblijden om een mens over wie wij nu rouw dragen, en zo Uw heilige Naam geprezen worde. Wij vragen U dit door onze Heere Jezus Christus, Die ons heeft leren bidden:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd; Uw Koninkrijk kome; Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.2 1 Korinthiërs 10:12 3 Hebr eeën 3:12,13
Typ om te zoeken
Psalmen · Bijbel · Catechismus
⌘K vanuit elke pagina
Geen resultaten gevonden
Probeer een andere zoekterm