Favorieten
Recent
NBG · Wederopneming · 2017
in de gemeente van Christus Gemeente van onze Here Jezus Christus, Wij hebben u destijds meegedeeld dat br. (zr.) N.N. uitgesloten is uit de gemeente van Christus. De kerkenraad kan u nu met vreugde meedelen dat de Here de uitoefening van de tucht evenals de vermaningen en de gebeden heeft willen gebruiken om hem (haar) tot berouw over zijn (haar) zonden te brengen. Hij (zij) verlangt weer in de gemeenschap van de kerk opgenomen te worden. Omdat Christus ons beveelt de zondaar die zich bekeert weer met blijdschap in zijn gemeente te ontvangen, zal de uitsluiting van genoemde broeder (zuster) opgeheven worden. Hij (zij) zal weer deel hebben aan de gemeenschap van de kerk en toegelaten worden tot het gebruik van de sacramenten.
Een wettig bezwaar kan hiertegen binnen … dagen aan de kerkenraad bekend gemaakt worden.
Laten we God danken voor zijn genadige ontferming over deze broeder (zuster) en Hem bidden dat Hij zijn werk aan hem (haar) wil voltooien tot zijn (haar) eeuwig behoud. (Dankzegging en gebed) (Wanneer binnen de gestelde termijn geen gegrond bezwaar is ingebracht, zal vóór de eerstkomende Avondmaalsviering de wederopneming van de buitengesloten broeder (zuster) op de volgende wijze plaatsvinden:) Verantwoording Gemeente van onze Here Jezus Christus, De kerkenraad heeft u enige tijd geleden meegedeeld dat broeder (zuster) N.N. berouw heeft getoond over zijn (haar) zonden en zich daarvan heeft bekeerd. Hij (zij) verlangt weer opgenomen te worden in de gemeente. Nu niemand hiertegen een wettig bezwaar heeft ingediend, willen we hem (haar) weer toelaten tot de gemeenschap van de kerk.
Christus leert ons dat zijn kerk bevoegd is niet alleen buiten te sluiten, maar ook weer op te nemen in zijn gemeente. T egen zijn apostelen zei Hij: “Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel.” 1 God verklaart Zelf in zijn Woord geen welgevallen te hebben in de dood van de goddeloze, maar daarin dat hij zich bekeert en leeft. Daarom is de kerk van harte bereid de zondaar die berouw heeft getoond, weer in haar midden op te nemen.1 Matteüs 18:18; vgl. Ezechiël 18:23; 33:11; 2 Korintiërs 2:7 Ieder die zich oprecht bekeert en weer in de gemeenschap van de kerk wordt opgenomen, mag er zeker van zijn dat God zijn (haar) zonden heeft vergeven en hem (haar) in genade heeft aangenomen. Christus zei immers: “Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden.” 2 Vragen Voordat wij u, broeder (zuster) N.N. weer in de gemeente opnemen, verzoeken wij u te antwoorden op de volgende vragen:
Ten eerste: verklaart u voor God en zijn gemeente dat u oprecht berouw hebt over uw zonde en over het volharden daarin?
Ten tweede: gelooft u van harte dat de Here u uw zonden om Christus’ wil vergeven heeft en u weer in genade aanneemt?
Ten derde: is het daarom uw hartelijk verlangen weer in de gemeente opgenomen te worden en belooft u voortaan godvrezend te leven overeenkomstig het gebod van de Here?
Wat is hierop uw antwoord?
Antwoord: ja.
Verklaring In de naam en met de volmacht van Christus verklaren wij als herders en opzieners van deze gemeente dat u, N.N., niet langer buiten de gemeente gesloten, maar daarin weer opgenomen bent. Wij verklaren dat u staat in de gemeenschap van Christus, dat u deel hebt aan de sacramenten en aan alle geestelijke zegeningen en weldaden die God aan zijn gemeente geeft.
De eeuwige God, die in u een goed werk begonnen is, zal dat naar zijn belofte voltooien tot op de dag van Jezus Christus. Amen.3 Opwekking Geliefde broeder (zuster), wees er zeker van dat de Here u weer in genade heeft aangenomen. Blijf op uw hoede voor de listen van de duivel en het kwaad van de wereld en de zwakheid van uw eigen hart, opdat u niet opnieuw in de zonde verstrikt raakt.
En u, gemeente, ontvang deze broeder (zuster) met hartelijke liefde. Wees blij en dankbaar dat hij (zij) die dood was, weer levend is geworden en die verloren was, weer is gevonden. Houd hem (haar) niet langer voor een buitenstaander, maar voor een broeder (zuster) in Christus, en voor een medeburger van de heiligen en van de huisgenoten van God.4 2 Johannes 20:23 3 Filippenzen 1:6 4 Lucas 15:32; Efeziërs 2:19 Dankgebed Laten wij nu de Here danken voor zijn weldaden en Hem om genade aanroepen.
Barmhartige God en Vader, wij danken U door onze Here Jezus Christus dat U deze broeder (zuster) bekeerd hebt tot het leven met U en ons daardoor dankbaarheid en blijdschap geeft.
Wij bidden U, bewijs hem (haar) uw genade dat hij (zij) steeds vaster overtuigd wordt van de vergeving van zijn (haar) zonden. Laat de vrucht hiervan zijn dat hij (zij) U dient met grote blijdschap en dankbaarheid. Laat hem (haar) die eerst door zijn (haar) zonden voor velen een aanstoot was, nu door zijn (haar) bekering voor velen tot zegen zijn. Doe hem (haar) met volharding de weg van uw geboden gaan.
Leer ons allen door de terugkeer van deze eens buitengesloten broeder (zuster) dat er bij U vergeving is, opdat U gevreesd wordt.
Geef dat wij samen met deze broeder (zuster) als mede-erfgenaam van het eeuwige leven U dienen met kinderlijke eerbied en gehoorzaamheid al de dagen van ons leven, door onze Here Jezus Christus.
In zijn Naam bidden wij U:
Onze Vader, die in de hemelen zijt; uw Naam worde geheiligd, uw Koninkrijk kome, uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren, en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze; want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid.
Amen.
Typ om te zoeken
Psalmen · Bijbel · Catechismus
⌘K vanuit elke pagina
Geen resultaten gevonden
Probeer een andere zoekterm