Psalm 20
Gebed voor de koning
Koningschap · 1773
Vers 1
Dat zich de HEER ontdekk'!
De God van vader Jacob beure
U in een hoog vertrek.
Hij doe in gunstrijk welbehagen,
Uit Sions tempelzalen,
Om u te helpen en te schragen,
Zijn zegen nederdalen!
Vers 2
De hemelvlam verteer',
Wat g' op het brandaltaar zult schenken,
Tot 's Allerhoogsten eer.
Hij geev' u, naar uw wens, t' ontvangen
Geluk in al uw daden.
Zijn gunst bestier', naar uw verlangen,
Al wat gij moogt beraden.
Vers 3
Dan zullen wij Gods eer,
Bij opgestoken vaandels, zingen.
Uw wens vervull' de HEER.
'k Weet nu, dat Gods gezalfden Koning
Geen heilgoed zal ontbreken.
Want God zal, uit Zijn hemelwoning,
Hem sterken op zijn smeken.
Vers 4
Zij onze vijand stout;
Wij zullen d' eer en grootheid melden
Van God, die ons behoudt.
Zij zijn gekromd, ter neer gestoten,
Van moed beroofd en krachten;
Maar wij, wij hebben 't heil genoten,
Waarop ons God deed wachten.
Vers 5
Verlos, bewaar, verschoon.
Die Koning hoor', als w' in ellenden
Aanbidden voor Zijn troon.
La IA tiene el texto del salmo y la reflexión como contexto.
La IA puede cometer errores. Basado en el texto del salmo y la exégesis cristiana.