Psalm 120
Vreemdeling in vijandig land
De pelgrimsreis · 1773
Vers 1
Tot God, in mijn bekommeringen,
En Hij verhoorde mijn gebeden,
Naar Zijne goedertierenheden.
O, HEER, doe mij den strik ontslippen
Der veinzerij en valse lippen;
Behoed mij voor de bitse tong,
Die mij met leugentaal besprong.
Vers 2
Vermetel rot van lasteraren?
Wat voordeel zal u in dit leven
Uw bitse tong, Uw boosheid geven?
Gij haalt op u, o leugensprekers,
De pijlen enes sterken wrekers,
En een jeneverkolengloed,
Waardoor gij haast verbranden moet.
Vers 3
In Mesech als een vreemd'ling zwerven,
En steeds in Kedars tenten wonen,
Bij mensen, die mij bitter honen!
Ik heb reeds lang mij opgehouden
Bij hen, die nooit op God betrouwden;
Bij hen, die, tot mijn bitterst wee,
Een afschrik hebben van den vreê.
Vers 4
Maar kan er nauwelijks van spreken,
Of 'k zie mijn reden afgebroken,
En hen tot woed' en krijg ontstoken.
La IA tiene el texto del salmo y la reflexión como contexto.
La IA puede cometer errores. Basado en el texto del salmo y la exégesis cristiana.