Psalm 126
Wij waren als dromenden — gelach en jubel
Vreugde · 1773
Vers 1
't Gevangen Sion wederbracht,
En dat verlost' uit nood en pijn,
Scheen 't ons een blijde droom te zijn.
Wij lachten, juichten; onze tongen
Verhieven 's HEEREN naam, en zongen.
Toen hieven zelfs de heid'nen aan:
"De HEER heeft hun wat groots gedaan."
Vers 2
Hij zelf heeft onzen druk verlicht;
Hij heeft door wond'ren ons bevrijd;
Dies juichen wij, en zijn verblijd.
Breng, HEER, al Uw gevang'nen weder;
Zie verder op Uw erfvolk neder;
Verkwik het, als de watervloed,
Die 't zuiderland herleven doet.
Vers 3
Zal juichen, als hij vruchten maait;
Die 't zaad draagt, dat men zaaien zal,
Gaat wenend voort, en zaait het al;
Maar hij zal, zonder ramp te schromen,
Eerlang met blijdschap wederkomen,
En met gejuich, ter goeder uur
Zijn schoven dragen in de schuur.
La IA tiene el texto del salmo y la reflexión como contexto.
La IA puede cometer errores. Basado en el texto del salmo y la exégesis cristiana.