Psalm 110
Priester-Koning
Boek V · 1773
Vers 1
'Zit op den troon ter rechterhand naast Mij,
Tot Ik de macht Uws vijands hebb' verbroken,
En u zijn nek tot ene voetbank zij.'
Vers 2
Den schepter van Uw oppermogendheid,
En zeggen: 'Heers tot 's werelds uiterst' enden,
Zover de macht Uws vijands zich verspreidt.'
Vers 3
Gewillig zijn, in heilig krijgssieraad;
U zal de dauw van Uwe jeugd verblijden,
Geboren uit den vroegen dageraad.
Vers 4
''k Heb U, Mijn volk tot heil, Mijn naam ten prijs,
In Mijnen raad het priesterambt beschoren,
Dat eeuwig duurt naar Melchizédeks wijs.'
Vers 5
Zijn mogendheid met U ten strijde gaan,
En koningen, die tegen U zich stellen,
Ten dage van Zijn grimmigheid verslaan.
Vers 6
Met lijken 't veld bezaaien door Zijn hand;
Zijn strijdb're hand zal straks het hoofd doen zwichten,
't Weerbarstig hoofd van een zeer machtig land.
Vers 7
Daar Hij gevaar, noch strijd, noch moeit' ontziet;
Daarom zal Hij het hoofd naar boven steken,
Met eer bekroond in 't Godd'lijk rijksgebied.
AI memiliki teks mazmur dan wawasan sebagai konteks.
AI dapat membuat kesalahan. Berdasarkan teks mazmur dan eksegesis Kristen.