Psalm 47
Klap in de handen, alle volken — jubel voor God
Vreugde · 1773
Vers 1
Handklapt, en betuigt
Onzen God uw vreugd;
Weest te zaâm verheugd;
Zingt des Hoogsten eer;
Buigt u voor Hem neer.
Alles ducht Zijn kracht;
Alles vreest Zijn macht;
Zijne Majesteit
Maakt haar heerlijkheid,
Over 't rond der aard',
Wijd en zijd vermaard.
Vers 2
Op Gods hoog bevel,
Slaan wij, door Zijn hand,
Volken aan den band;
Die, door ons verneêrd,
Door ons overheerd,
Strekken tot een blijk,
Hoe Hij, liefderijk,
Aan Zijn woord gedenkt,
d' Erfenis ons schenkt,
Jacobs heerlijkheid,
Aan hem toegezeid.
Vers 3
Met gejuich omhoog;
't Schel bazuingeluid
Galmt Gods glorie uit.
Heft den lofzang aan,
Zingt Zijn wonderdaân,
Zingt de schoonste stof,
Zingt des Konings lof
Met een zuiv'ren galm,
Met een blijden psalm;
Hij, de Vorst der aard',
Is die hulde waard.
Vers 4
Opdat ieder leer',
Hoe Hij heerst alom
Over 't heidendom;
Hoe Hij van Zijn troon
Geeft Zijn rijksgeboôn,
Daar het al voor bukt,
Eed'len, gans verrukt,
Nu hun 't Godd'lijk licht
Straalt in 't aangezicht,
Delen in ons lot,
Eren Abrams God.
Vers 5
Die den onderzaat,
Naar Gods wijze wet,
Zijn ten schild gezet,
Eren 's Hoogsten macht.
God munt uit in kracht.
AI memiliki teks mazmur dan wawasan sebagai konteks.
AI dapat membuat kesalahan. Berdasarkan teks mazmur dan eksegesis Kristen.