Psalm 90
Voor de bergen geboren werden zijt U God
Gods eeuwigheid · 1773
Vers 1
Voor ons geweest een toevlucht in gevaren.
Eer berg en rots uit niet geboren waren,
Eer d' aarde rustt' op hare grondpilaren,
Van eeuwigheid, o God Die eeuwig leeft,
Zijt Gij de God, Die eind noch oorsprong heeft.
Vers 2
Kan door een wenk den mens zijn broosheid leren;
Uw wenk alleen, al schijnt ons niets te deren,
Verbrijzelt ons, doet ons tot aarde keren;
Want in Uw oog zijn duizend jaren, HEER,
Een enk'le dag, een nachtwaak, en niets meer.
Vers 3
Is, als een slaap, een ijd'le droom, vervlogen;
Zij zijn als 't gras, dat 's morgens, overtogen
Met frissen dauw, in bloei staat voor elks ogen,
Maar 's avonds, als het afgesneden wordt,
Op 't open veld in weinig tijds verdort.
Vers 4
Uw gramschap doet ons hart van doodsschrik beven,
O God, als Gij, in majesteit verheven,
Het onrecht, dat w' in 't openbaar bedreven,
En 't kwaad, door ons in 't heimelijk verricht,
In 't licht stelt voor Uw glansrijk aangezicht.
Vers 5
Dan wenden, dan verdwijnen onze jaren;
Wij zien hen, als gedachten, henenvaren;
Of, blijft Uw gunst ons in het leven sparen,
Dan klimmen wij ten hoogste tot den top
Van zeventig of tachtig jaren op.
Vers 6
Baart dikwijls smart, geeft dikwijls stof tot klagen;
Daar zorg, verdriet en jammerlijke plagen
Steeds, beurt om beurt, de matte ziel doorknagen.
De levensdraad wordt schielijk afgesneên;
Wij schenen sterk, en ach, wij vliegen heen.
Vers 7
Wie vreest dien recht geduchtste Macht der machten?
Leer ons den tijd des levens kost'lijk achten,
Opdat ons hart de wijsheid moog' betrachten.
Keer weder, HEER, Uw gunst koom' ons te stâ;
Hoe lang ontzegt G' uw knechten Uw genâ?
Vers 8
Laat, met het licht, haar licht voor ons verrijzen;
Zo zal ons hart op liefelijke wijzen,
Uw goedheid, al ons ov'rig leven, prijzen.
Verblijd ons naar de maat van onzen druk,
En naar den tijd van al ons ongeluk.
Vers 9
En laat Uw werk aan Uwe knechten blijken,
Uw heerlijkheid niet van hun kind'ren wijken;
Uw liefd', Uw macht behoed' ons voor bezwijken;
Sterk onze hand, en zegen onze vlijt;
Bekroon ons werk, en nu, en t' allen tijd'.
Contexto
Psalm 90 is een van de oudste psalmen in de Bijbel en wordt toegeschreven aan Mozes. Deze psalm reflecteert op het thema van Gods eeuwigheid en de vergankelijkheid van het menselijk leven. De psalm is geschreven in een tijd van moeilijkheden en rampen, waarin de dichter zoekt naar troost en hoop in God.
Mensagem central
De kernboodschap van deze psalm is dat God eeuwig en onveranderlijk is, terwijl het menselijk leven kort en vergankelijk is. De psalm roept op tot nederigheid en erkenning van Gods soevereiniteit over alle dingen. De dichter smeekt God om genade en vergeving, en om Zijn gunst en zegen over het leven van de gelovigen.
Para hoje
Vandaag de dag kan deze psalm ons helpen om een juist perspectief te krijgen op ons eigen leven en onze plaats in de wereld. We worden opgeroepen om ons te buigen onder Gods soevereiniteit en om Zijn genade en vergeving te zoeken. Door ons te richten op Gods eeuwigheid en macht, kunnen we ons eigen leven in een juiste context plaatsen en ons focussen op wat werkelijk belangrijk is.
Perguntas de aprofundamento
Hoe kunnen we ons eigen leven en onze prioriteiten in een juiste context plaatsen in het licht van Gods eeuwigheid en soevereiniteit?
Wat betekent het voor ons om ons te buigen onder Gods soevereiniteit en om Zijn genade en vergeving te zoeken?
Hoe kunnen we Gods gunst en zegen over ons leven uitnodigen en ons focussen op wat werkelijk belangrijk is?
A IA tem o texto do salmo e a reflexão como contexto.
A IA pode cometer erros. Baseado no texto do salmo e na exegese cristã.