Psalm 138
Uw trouw en goedertierenheid — uw woord verheerlijkt
Gods trouw · 1773
Vers 1
Vermelden, HEER,
U dank bewijzen;
'k Zal U in 't midden van de goôn,
Op hogen toon,
Met psalmen prijzen;
Ik zal mij buigen, op Uw eis,
Naar Uw paleis,
Het hof der ho - ven,
En, om Uw gunst en waarheid saâm,
Uw groten naam
Eerbiedig loven.
Vers 2
Hebt Gij Uw woord
En trouw verheven.
Gij hebt mijn ziel, op haar gebed,
Verhoord, gered,
Haar kracht gegeven.
Al 's aardrijks vorsten zullen, HEER,
Uw lof en eer
Alom doen ho - ren;
Wanneer de rede van Uw mond,
Op 't wereldrond,
Hun klinkt in d' oren.
Vers 3
Aan Hem gewijd,
Van 's HEEREN wegen;
Want groot is 's HEEREN heerlijkheid,
Zijn Majesteit
Ten top gestegen;
Hij slaat toch, schoon oneindig hoog,
Op hen het oog,
Die need'rig knie - len;
Maar ziet van ver met gramschap aan
Den ijd'len waan
Der trotse zielen.
Vers 4
Bezwijken moet,
Schenkt Gij mij leven;
Is 't, dat mijns vijands gramschap brandt,
Uw rechterhand
Zal redding geven.
De HEER is zo getrouw, als sterk;
Hij zal Zijn werk
Voor mij volen - den,
Verlaat niet wat Uw hand begon,
O Levensbron,
Wil bijstand zenden.
A IA tem o texto do salmo e a reflexão como contexto.
A IA pode cometer erros. Baseado no texto do salmo e na exegese cristã.