Katechismus
Heidelberger Katechismus
Themen
of
Frage 1
Wat is uw enige troost, zowel in leven als in sterven?
Antwort
Dat ik met lichaam en ziel, zowel in leven als in sterven, niet mijzelf toebehoor, maar mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus. Met zijn kostbaar bloed heeft Hij voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle heerschappij van de duivel verlost. Hij bewaart mij zo dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja ook dat alle dingen mij tot mijn zaligheid moeten dienen. Daarom verzekert Hij mij ook door zijn Heilige Geest van het eeuwige leven en maakt mij van harte gewillig en bereid om voortaan Hem toegewijd te leven.
Frage 2
Wat moet u noodzakelijk weten om in deze troost godvruchtig te leven en te sterven?
Antwort
Drie stukken. Ten eerste, hoe groot mijn zonde en ellende zijn. Ten tweede, hoe ik van al mijn zonden en ellende verlost word. Ten derde, hoe ik God voor zo’n verlossing dankbaar zal zijn.
Frage 3
Waaruit kent u uw ellende?
Antwort
Uit de Wet van God.
Frage 4
Wat eist Gods Wet van ons?
Antwort
Dat leert Christus ons in een hoofdsom, Matt. 22 [:37-40]: Gij zult God uw Here liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand en met al uw krachten. Dit is het eerste en grote gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse Wet en de Profeten.
Frage 5
Kunt u zich aan dit alles volkomen houden?
Antwort
Nee, want ik ben van nature geneigd God en mijn naaste te haten.
Frage 6
Heeft God de mens dan zo slecht en verkeerd geschapen?
Antwort
Nee, God heeft de mens goed en naar zijn beeld geschapen, dat is in ware gerechtigheid en heiligheid, opdat hij God zijn Schepper op de juiste wijze zou kennen, Hem van harte liefhebben en met Hem in eeuwige zaligheid zou leven om Hem te loven en te prijzen.
Frage 7
Waar komt dan die zo verdorven aard van de mens vandaan?
Antwort
Uit de val en ongehoorzaamheid van onze eerste voorouders Adam en Eva in het paradijs; daar is onze natuur zozeer verdorven, dat wij allen in zonden ontvangen en geboren worden.
Frage 8
Maar zijn wij dan zo verdorven dat wij geheel en al onbekwaam zijn tot iets goeds en geneigd tot alle kwaad?
Antwort
Ja, tenzij wij door de Geest van God wedergeboren worden.
Frage 9
Doet God dan de mens geen onrecht als Hij in zijn Wet van hem eist wat hij niet doen kan?
Antwort
Nee, want God heeft de mens zo geschapen dat hij hiertoe in staat was. Maar de mens heeft zichzelf en al zijn nakomelingen op aanstichten van de duivel en door moedwillige ongehoorzaamheid van deze gaven beroofd.
Frage 10
Wil God zo’n ongehoorzaamheid en afval ongestraft laten?
Antwort
Volstrekt niet. Hij is hevig vertoornd, zowel over de zonden die ons aangeboren zijn, als die wij bedrijven en Hij wil die door een rechtvaardig oordeel nu en eeuwig straffen, zoals Hij gesproken heeft: Vervloekt is een ieder die niet blijft bij alles wat geschreven is in het boek der Wet om dat te doen [Gal. 3:10].
Frage 11
Is God dan niet ook barmhartig?
Antwort
God is wel barmhartig, maar Hij is ook rechtvaardig. Zijn gerechtigheid eist dat de zonde die tegen Gods allerhoogste majesteit begaan is, ook met de hoogste, dat is met de eeuwige straf aan lichaam en ziel gestraft wordt.
Frage 12
Aangezien wij dus naar Gods rechtvaardig oordeel nu en eeuwig straf verdiend hebben, bestaat er dan nog een middel, waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en weer genade vinden?
Antwort
God wil dat aan zijn gerechtigheid voldaan wordt. Daarom moeten wij of zelf of door middel van een ander er volkomen aan voldoen.
Frage 13
Maar kunnen wij daar zelf aan voldoen?
Antwort
Volstrekt niet. Wij maken de schuld zelfs nog dagelijks groter.
Frage 14
Is er ergens enig schepsel te vinden dat voor ons kan voldoen?
Antwort
Nee. Want ten eerste wil God niet een ander schepsel voor de schuld straffen die de mens veroorzaakt heeft. Ten tweede kan ook geen enkel schepsel de last van Gods eeuwige toorn tegen de zonde dragen en andere schepselen daarvan verlossen.
Frage 15
Wat voor een Middelaar en Verlosser moeten wij dan zoeken?
Antwort
Een zodanige die waarachtig en rechtvaardig mens is, en toch krachtiger dan alle schepselen, dat wil zeggen, die tevens waarachtig God is.
Frage 16
Waarom moet Hij een waarachtig en rechtvaardig mens zijn?
Antwort
Omdat Gods gerechtigheid eist dat de menselijke natuur die gezondigd had, voor de zonde zou voldoen, en omdat een mens, daar hij zelf zondaar is, voor anderen niet kon voldoen.
Frage 17
Waarom moet Hij tegelijk waarachtig God zijn?
Antwort
Om krachtens zijn goddelijke natuur in staat te zijn de last van Gods toorn in zijn menselijke natuur te dragen, voor ons de gerechtigheid en het leven te verwerven en ons terug te geven.
Frage 18
Maar wie is deze Middelaar, die tegelijk waarachtig God en een waarachtig, rechtvaardig mens is?
Antwort
Onze Here Jezus Christus, die ons door God tot wijsheid, gerechtigheid, heiliging en tot volkomen verlossing geworden is.
Frage 19
Waaruit weet u dat?
Antwort
Uit het heilig Evangelie, dat God zelf eerst in het paradijs geopenbaard heeft, daarna door de heilige aartsvaders en profeten heeft laten verkondigen en door de offers en andere ceremoniën van de Wet afgebeeld, en dat Hij ten slotte door zijn eniggeboren Zoon heeft vervuld.
Frage 20
Worden dan alle mensen weer door Christus behouden, zoals zij in Adam verloren zijn?
Antwort
Nee, maar alleen degenen die in Hem door een oprecht geloof worden ingelijfd en al zijn weldaden aannemen.
Frage 21
Wat is een oprecht geloof?
Antwort
Een oprecht geloof is niet alleen een stellig weten of kennen waardoor ik alles voor waar houd wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft, maar ook een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het Evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen anderen, maar ook mij vergeving van zonden, eeuwige gerechtigheid en gelukzaligheid door God geschonken zijn, uit louter genade, alleen omwille van Christus’ verdienste.
Frage 22
Wat is dan voor een christen nodig te geloven?
Antwort
Alles wat ons in het Evangelie beloofd wordt, dat is wat de artikelen van ons algemeen en onbetwijfeld christelijk geloof ons in een hoofdsom leren.
Frage 23
Hoe luiden die artikelen?
Antwort
1. Ik geloof in God de Vader, de almachtige Schepper van hemel en aarde. 2. En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Here. 3. Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria. 4. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle. 5. Ten derden dage opgestaan van de doden. 6. Opgevaren ten hemel, zittend aan de rechterhand van God, de almachtige Vader. 7. Vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. 8. Ik geloof in de Heilige Geest. 9. Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen. 10. Vergeving van de zonden. 11. Opstanding van het vlees. 12. En een eeuwig leven.
Frage 24
Hoe worden deze artikelen ingedeeld?
Antwort
In drie delen. Het eerste gaat over God de Vader en onze schepping, het tweede over God de Zoon en onze verlossing, het derde over God de Heilige Geest en onze heiliging.
Frage 25
Wanneer er maar één enig goddelijk wezen is, waarom noemt u er dan drie, de Vader en de Zoon en de Heilige Geest?
Antwort
Omdat God zich in zijn Woord zo geopenbaard heeft, dat deze drie onderscheiden personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn.
Frage 26
Wat gelooft u als u zegt: Ik geloof in God de Vader, de almachtige Schepper van hemel en aarde?
Antwort
Dat de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus, die hemel en aarde, met al wat erin is, uit niets geschapen heeft en ze ook door zijn eeuwige raad en voorzienigheid nog onderhoudt en regeert, omwille van zijn Zoon Christus mijn God en mijn Vader is. Ik vertrouw daarom zo op Hem, dat ik niet twijfel of Hij zal voor mij zorgen met alles wat mijn lichaam en ziel nodig hebben, en ook al het kwaad dat Hij mij in dit tranendal doet overkomen, voor mij ten beste keren. Immers, Hij kan dit doen als een almachtig God en wil het ook doen als een getrouw Vader.
Frage 27
Wat verstaat u onder de voorzienigheid van God?
Antwort
De almachtige en alomtegenwoordige kracht van God, waarmee Hij hemel en aarde met alle schepselen als door zijn hand nog onderhoudt en zo regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijs en drank, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede, ja alle dingen ons niet bij toeval, maar uit zijn vaderlijke hand toekomen.
Frage 28
Waarom is het voor ons van nut te weten, dat God alles geschapen heeft en nog door zijn voorzienigheid onderhoudt?
Antwort
Opdat wij in alle tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar mogen zijn en in alles wat ons nog overkomen kan ons verlaten op onze getrouwe God en Vader, in de zekerheid dat geen schepsel ons van zijn liefde scheiden zal, omdat alle schepselen zo in zijn hand zijn, dat zij zich tegen zijn wil niet kunnen roeren of bewegen.
Frage 29
Waarom wordt de Zoon van God Jezus, dat is Zaligmaker genoemd?
Antwort
Omdat Hij ons zalig maakt en van al onze zonden verlost, en omdat bij niemand anders enige zaligheid te zoeken of te vinden is.
Frage 30
Geloven dan ook zij in de enige Zaligmaker Jezus, die hun zaligheid en heil bij de heiligen, bij zichzelf of ergens anders zoeken?
Antwort
Nee. Door dat te doen verloochenen zij de enige Zaligmaker Jezus, hoewel zij Hem met de mond roemen. Want één van tweeën: óf Jezus is geen volkomen Zaligmaker, óf zij die deze Zaligmaker met een oprecht geloof aannemen, moeten alles in Hem bezitten, wat tot hun zaligheid noodzakelijk is.
Frage 31
Waarom wordt Hij Christus, dat is Gezalfde, genoemd?
Antwort
Omdat Hij door God de Vader aangesteld en met de Heilige Geest gezalfd is tot onze hoogste Profeet en Leraar, die ons de verborgen raad [en wil] van God ten aanzien van onze verlossing volkomen geopenbaard heeft; tot onze enige Hogepriester, die ons met het enige offer van zijn lichaam verlost heeft en met zijn voorbede steeds voor ons pleit bij de Vader; en tot onze eeuwige Koning, die ons met zijn Woord en Geest regeert en ons in de verworven verlossing beschut en behoudt.
Frage 32
Maar waarom wordt u een christen genoemd?
Antwort
Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus ben en daardoor deel heb aan zijn zalving; opdat ik zijn naam belijd, mijzelf als een levend dankoffer aan Hem overgeef, met een [vrij en] goed geweten in dit leven tegen de zonde en de duivel strijd en hierna in eeuwigheid met Hem over alle schepselen zal heersen.
Frage 33
Waarom wordt Hij Gods eniggeboren Zoon genoemd, terwijl wij toch ook Gods kinderen zijn?
Antwort
Omdat alleen Christus van nature de eeuwige Zoon van God is, wij daarentegen om zijnentwil uit genade tot kinderen van God zijn aangenomen.
Frage 34
Waarom noemt u Hem onze Here?
Antwort
Omdat Hij ons met lichaam en ziel van al onze zonden, niet met goud of zilver, maar met zijn kostbaar bloed vrijgekocht en van alle heerschappij van de duivel verlost heeft, en ons zo tot zijn eigendom gemaakt.
Frage 35
Wat betekent: die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria?
Antwort
Dat de eeuwige Zoon van God, die waarachtig en eeuwig God is en blijft, door de werking van de Heilige Geest de ware menselijke natuur uit het vlees en bloed van de maagd Maria heeft aangenomen om werkelijk de nakomeling van David te zijn, zijn broeders in alles gelijk, maar zonder zonde.
Frage 36
Welk nut hebben de heilige ontvangenis en geboorte van Christus voor ons?
Antwort
Dat Hij onze Middelaar is en met zijn onschuld en volkomen heiligheid mijn zonden, waarin ik ontvangen en geboren ben, voor Gods aangezicht bedekt.
Frage 37
Wat verstaat u onder het woordje geleden?
Antwort
Dat Hij, tijdens heel zijn leven op aarde, maar in het bijzonder aan het einde daarvan, Gods toorn tegen de zonde van heel het menselijk geslacht aan lichaam en ziel gedragen heeft, om met zijn lijden, als met het enige zoenoffer, ons lichaam en onze ziel van de eeuwige veroordeling te verlossen en voor ons de genade van God, de gerechtigheid en het eeuwige leven te verwerven.
Frage 38
Waarom heeft Hij onder de rechter Pontius Pilatus geleden?
Antwort
Om ons, doordat Hij onschuldig onder de wereldlijke rechter veroordeeld werd, te bevrijden van het strenge oordeel van God, dat ons treffen zou.
Frage 39
Betekent het iets meer dat Hij gekruisigd is, dan dat Hij op een andere wijze gestorven zou zijn?
Antwort
Ja, want daardoor ben ik zeker, dat Hij de vloek die op mij lag, op zich geladen heeft, want de dood aan het kruis was door God vervloekt.
Frage 40
Waarom heeft Christus zich tot in de dood moeten vernederen?
Antwort
Omdat vanwege de gerechtigheid en waarheid van God niet anders voor onze zonden voldaan kon worden dan door de dood van Gods Zoon.
Frage 41
Waarom is Hij begraven?
Antwort
Om daarmee te betuigen, dat Hij werkelijk gestorven was.
Frage 42
Als Christus dan voor ons gestorven is, hoe komt het dat ook wij moeten sterven?
Antwort
Onze dood is geen betaling voor onze zonden, maar alleen een afsterven van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven.
Frage 43
Welk nut hebben het offer en de dood van Christus aan het kruis nog meer voor ons?
Antwort
Dat door zijn kracht onze oude mens met Hem gekruisigd, gedood en begraven wordt, opdat de verdorven begeerten van het vlees niet meer in ons regeren, maar dat wij onszelf in dankbaarheid aan Hem ten offer stellen.
Frage 44
Waarom volgt daarop: nedergedaald ter helle?
Antwort
Opdat ik in mijn hevigste aanvechtingen de volstrekte zekerheid en troost mag hebben dat mijn Here Jezus Christus door zijn onuitsprekelijke benauwdheid, smarten, verschrikking en helse kwelling, die Hij, in heel zijn lijden, maar bovenal aan het kruis heeft ondergaan, mij van de helse benauwdheid en pijn verlost heeft.
Frage 45
Welk nut heeft de opstanding van Christus voor ons?
Antwort
Ten eerste heeft Hij door zijn opstanding de dood overwonnen, om ons in de gerechtigheid te doen delen, die Hij door zijn dood voor ons verworven had. Ten tweede worden ook wij door zijn kracht opgewekt tot een nieuw leven. Ten derde is voor ons de opstanding van Christus een betrouwbaar onderpand van onze eigen opstanding in heerlijkheid.
Frage 46
Wat verstaat u onder: opgevaren ten hemel?
Antwort
Dat Christus voor de ogen van zijn discipelen van de aarde in de hemel is opgenomen en daar ons ten goede is, totdat Hij wederkomt om te oordelen de levenden en de doden.
Frage 47
Is Christus dan niet bij ons tot aan het einde van de wereld, zoals Hij ons beloofd heeft?
Antwort
Christus is waarachtig mens en waarachtig God. Naar zijn menselijke natuur is Hij niet meer op aarde, maar naar zijn godheid, majesteit, genade en Geest wijkt Hij nimmer van ons.
Frage 48
Worden dan de twee naturen in Christus niet van elkaar gescheiden, als zijn mensheid niet overal is waar zijn godheid is?
Antwort
Volstrekt niet. Want omdat zijn godheid door niets kan omsloten worden en alomtegenwoordig is, volgt daaruit dat deze wel buiten de door Hem aangenomen mensheid is, maar toch ook in de ene Persoon daarmee verenigd blijft.
Frage 49
Welk nut heeft de hemelvaart van Christus voor ons?
Antwort
Ten eerste dat Hij in de hemel onze Voorspraak is voor het aangezicht van zijn Vader. Ten tweede dat wij [in Hem] ons vlees in de hemel hebben als een betrouwbaar onderpand dat Hij als het Hoofd ons, zijn leden, ook tot zich zal nemen. Ten derde dat Hij ons zijn Geest als tegenpand zendt, door wiens kracht wij zoeken wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God, en niet wat op de aarde is.
Frage 50
Waarom wordt daaraan toegevoegd: zittend aan de rechterhand van God?
Antwort
Omdat Christus is opgevaren naar de hemel om zich daar het Hoofd van zijn kerk te betonen, door wie de Vader alle dingen regeert.
Frage 51
Welk nut heeft deze heerlijkheid van ons Hoofd Christus voor ons?
Antwort
Ten eerste dat Hij door zijn Heilige Geest in ons, zijn leden, de hemelse gaven uitstort. Vervolgens dat Hij ons met zijn macht tegen alle vijanden beschermt en bewaart.
Frage 52
Welke troost biedt u de wederkomst van Christus om te oordelen de levenden en de doden?
Antwort
Dat ik in alle droefenis en vervolging met opgeheven hoofd Hem verwacht als Rechter uit de hemel, Hem die zich eerst om mijnentwil voor Gods gericht gesteld en geheel de vloek van mij weggenomen heeft. Hij zal al zijn en mijn vijanden in de eeuwige verdoemenis werpen, maar mij met alle uitverkorenen tot zich nemen in de hemelse vreugde en heerlijkheid.
Frage 53
Wat gelooft u over de Heilige Geest?
Antwort
Ten eerste dat Hij samen met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God is. Ten tweede dat Hij ook mij gegeven is om mij door een oprecht geloof deel te laten hebben aan Christus en al zijn weldaden, mij te troosten en eeuwig met mij te blijven.
Frage 54
Wat gelooft u over de heilige, algemene, christelijke kerk?
Antwort
Dat de Zoon van God van het begin van de wereld tot aan het einde zich uit het gehele menselijke geslacht een gemeente, die tot het eeuwige leven is uitverkoren, door zijn Geest en Woord in de eenheid van het ware geloof vergadert, beschermt en instandhoudt, en dat ik hiervan een levend lid ben en eeuwig zal blijven.
Frage 55
Wat verstaat u onder de gemeenschap der heiligen?
Antwort
Ten eerste dat de gelovigen gezamenlijk en ieder afzonderlijk als leden deel hebben aan de Here Christus en al zijn schatten en gaven. Ten tweede dat ieder zich verplicht moet weten om zijn gaven bereidwillig en met vreugde tot nut en zaligheid van de andere leden te gebruiken.
Frage 56
Wat gelooft u over de vergeving van de zonden?
Antwort
Dat God mij vanwege de genoegdoening door Christus al mijn zonden en ook mijn zondige aard, waartegen ik mijn leven lang te strijden heb, niet meer wil gedenken, maar mij uit genade de gerechtigheid van Christus wil schenken, opdat ik nimmer in het gericht van God zal komen.
Frage 57
Welke troost biedt u de opstanding van het vlees?
Antwort
Dat niet alleen mijn ziel na dit leven terstond tot Christus, haar Hoofd, opgenomen zal worden, maar dat ook mijn lichaam door de kracht van Christus opgewekt, weer met mijn ziel verenigd en aan het verheerlijkte lichaam van Christus gelijkvormig zal worden.
Frage 58
Welke troost put u uit het artikel over het eeuwige leven?
Antwort
Dat ik, aangezien ik reeds nu in mijn hart het begin van de eeuwige vreugde voel, na dit leven de volkomen zaligheid zal bezitten, die geen oog gezien, geen oor gehoord heeft en die in geen mensenhart is opgekomen, om God daarin eeuwig te prijzen.
Frage 59
Maar wat baat het u nu dat u dit alles gelooft?
Antwort
Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben en een erfgenaam van het eeuwige leven.
Frage 60
Hoe bent u rechtvaardig voor God?
Antwort
Alleen door een oprecht geloof in Jezus Christus. Al klaagt mijn geweten mij aan dat ik tegen al de geboden van God zwaar gezondigd en geen daarvan gehouden heb en nog steeds tot alle kwaad geneigd ben, toch schenkt God mij, zonder enige verdienste van mijn kant, uit louter genade, de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus. En Hij rekent mij die toe als zou ik nooit zonde hebben gehad of gedaan, ja als had ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft, voor zover ik deze weldaad met een gelovig hart aanneem.
Frage 61
Waarom zegt u dat u alleen door het geloof rechtvaardig bent?
Antwort
Niet omdat ik vanwege de waarde van mijn geloof God welgevallig ben, maar omdat alleen de genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus mijn gerechtigheid voor God uitmaken, en dat ik die niet anders dan alleen door het geloof kan aannemen en mij toe-eigenen.
Frage 64
Maar schept deze leer geen zorgeloze en goddeloze mensen?
Antwort
Zeker niet, want het is onmogelijk dat iemand die door een oprecht geloof in Christus is ingeplant, geen vruchten van dankbaarheid zou voortbrengen.
Frage 63
Hoe kan het dat onze goede werken geen enkele verdienste opleveren, terwijl God ze toch in dit en in het toekomstige leven wil belonen?
Antwort
Deze beloning komt niet voort uit verdienste, maar uit genade.
Frage 64
Maar schept deze leer geen zorgeloze en goddeloze mensen?
Antwort
Zeker niet, want het is onmogelijk dat iemand die door een oprecht geloof in Christus is ingeplant, geen vruchten van dankbaarheid zou voortbrengen.
Frage 65
Aangezien nu alleen het geloof ons aan Christus en al zijn weldaden deel geeft, vanwaar komt dan dit geloof?
Antwort
Van de Heilige Geest, die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig Evangelie en het versterkt door het gebruik van de sacramenten.
Frage 66
Wat zijn sacramenten?
Antwort
Sacramenten zijn heilige, zichtbare tekenen en zegels, door God ingesteld, om ons door het gebruik daarvan de belofte van het Evangelie des te beter te doen verstaan en die voor ons te verzegelen, namelijk dat Hij ons op grond van het enige offer van Christus, aan het kruis volbracht, uit genade vergeving van zonden en het eeuwige leven schenkt.
Frage 67
Zijn beide, het Woord en de sacramenten, dan daarop gericht, of daartoe ingesteld om ons geloof te wijzen op het offer van Jezus Christus aan het kruis, als de enige grond van onze zaligheid?
Antwort
Ja, zeker, want de Heilige Geest leert ons in het Evangelie en verzekert ons door de sacramenten, dat onze zaligheid geheel en al berust op het enige offer van Jezus Christus, dat voor ons aan het kruis is geschied.
Frage 68
Hoeveel sacramenten heeft Christus in het Nieuwe Testament of Verbond ingesteld?
Antwort
Twee, de heilige doop en het heilig avondmaal.
Frage 69
Hoe wordt u in de heilige doop eraan herinnerd en ervan verzekerd, dat het enige offer van Christus, aan het kruis geschied, u ten goede komt?
Antwort
Op deze wijze, dat Christus dit uiterlijk waterbad heeft ingesteld en daarbij heeft beloofd, dat ik even zeker met zijn bloed en Geest van de onreinheid van mijn ziel, dat is van al mijn zonden gereinigd ben, als ik uiterlijk met het water, dat de onreinheid van het lichaam pleegt weg te nemen, gewassen ben.
Frage 70
Wat betekent dit: met het bloed en de Geest van Christus gewassen te zijn?
Antwort
Het wil zeggen, van God – uit genade – vergeving van zonden te hebben omwille van het bloed van Christus, dat Hij in zijn offer aan het kruis voor ons vergoten heeft. Verder ook door de Heilige Geest vernieuwd en tot leden van Christus geheiligd te zijn, opdat wij hoe langer hoe meer aan de zonden afsterven en een godzalig en onberispelijk leven leiden.
Frage 71
Waar heeft Christus ons beloofd, dat Hij ons even zeker met zijn bloed en Geest wil wassen, als wij met het doopwater gewassen worden?
Antwort
Bij de instelling van de doop, die aldus luidt: Gaat heen, onderwijst alle volken en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest [Matt. 28:19]. En: Wie geloven zal en gedoopt zal worden, die zal zalig worden. Maar wie niet geloven zal, die zal veroordeeld worden [Marc. 16:16]. Deze belofte wordt herhaald waar de Schrift de doop het bad der wedergeboorte en de afwassing van de zonden noemt.
Frage 72
Is dan het uiterlijke waterbad de afwassing van de zonden zelf?
Antwort
Nee, want alleen het bloed van Jezus Christus en de Heilige Geest reinigen ons van al onze zonden.
Frage 73
Waarom noemt de Heilige Geest de doop dan het bad van de wedergeboorte en de afwassing van de zonden?
Antwort
God zegt dit niet zonder goede reden, namelijk niet alleen om ons daarmee te leren dat, zoals de onzuiverheid van het lichaam door het water, ook onze zonden door het bloed en de Geest van Jezus Christus weggenomen worden; maar vooral om ons door dit goddelijk onderpand en teken ervan te verzekeren, dat wij even daadwerkelijk van onze zonden geestelijk gereinigd zijn als wij uiterlijk met het water gewassen worden.
Frage 74
Moet men ook de kleine kinderen dopen?
Antwort
Ja, want zij behoren even goed als de volwassenen tot het verbond van God en tot zijn gemeente, en niet minder dan aan de volwassenen worden hun de verlossing van de zonden door het bloed van Christus en de Heilige Geest, die het geloof werkt, beloofd. Daarom moeten ook zij door de doop, als het teken van het verbond, in de christelijke kerk ingelijfd en van de kinderen van de ongelovigen onderscheiden worden, zoals dit onder het Oude Testament of Verbond door de besnijdenis gebeurde, in plaats waarvan onder het Nieuwe Verbond de doop is ingesteld.
Frage 75
Hoe wordt u in het heilig avondmaal eraan herinnerd en ervan verzekerd, dat u aan het enige offer van Christus, aan het kruis volbracht, en aan al zijn weldaden deel hebt?
Antwort
Op deze wijze, dat Christus mij en alle gelovigen bevolen heeft tot zijn gedachtenis van dit gebroken brood te eten en van deze drinkbeker te drinken. Daarbij heeft Hij beloofd, ten eerste dat zijn lichaam even zeker voor mij aan het kruis geofferd en gebroken is en zijn bloed voor mij vergoten, als ik met eigen ogen zie dat het brood des Heren voor mij gebroken en de beker mij gegeven wordt; en ten tweede, dat Hij zelf mijn ziel met zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed even zeker ten eeuwigen leven voedt en laaft, als ik het brood en de beker des Heren als zekere tekenen van het lichaam en het bloed van Christus uit de hand van de bedienaar ontvang en met de mond nuttig.
Frage 76
Wat wil dit zeggen: het gekruisigde lichaam van Christus eten en zijn vergoten bloed drinken?
Antwort
Het betekent niet alleen met een gelovig hart heel het lijden en sterven van Christus aannemen en daardoor vergeving van de zonden en het eeuwige leven verkrijgen, maar bovendien door de Heilige Geest, die zowel in Christus als in ons woont, zo met zijn heilig lichaam hoe langer hoe meer verenigd worden, dat wij – hoewel Christus in de hemel is en wij op de aarde zijn – toch vlees van zijn vlees en been van zijn gebeente zijn, en dat wij door één Geest – zoals leden van een lichaam door één ziel – eeuwig leven en geregeerd worden.
Frage 77
Waar heeft Christus ons beloofd dat Hij de gelovigen even zeker met zijn lichaam en bloed wil voeden en lafen als zij van dit gebroken brood eten en uit deze beker drinken?
Antwort
Bij de instelling van het avondmaal, die aldus luidt: Onze Here Jezus nam in de nacht waarin Hij werd verraden het brood, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neemt, eet, dit is mijn lichaam dat voor u gebroken wordt, doet dit tot mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de beker, na het avondmaal en zei: Deze beker is het Nieuwe Testament in mijn bloed; doet dit, zo dikwijls als gij die zult drinken, tot mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten en deze beker zult drinken, zult gij de dood des Heren verkondigen, totdat Hij komt [1 Kor. 11:23-26]. Deze belofte wordt herhaald door de heilige Paulus, waar hij zegt: De beker der dankzegging, waarmee wij dankzeggen, is die niet de gemeenschap met het bloed van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet de gemeenschap met het lichaam van Christus? Want het is één brood, zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam, omdat wij immers allen deelhebben aan één brood [1 Kor. 10:16-17].
Frage 78
Worden brood en wijn dan werkelijk het lichaam en het bloed van Christus?
Antwort
Evenmin als het water bij de doop niet in het bloed van Christus veranderd wordt en de eigenlijke afwassing van de zonden is, maar er alleen een goddelijk teken en een bevestiging van is, zo wordt ook het brood in het avondmaal niet het lichaam zelf van Christus, hoewel het naar de aard en de eigenschap van de sacramenten het lichaam van Jezus Christus genoemd wordt.
Frage 79
Waarom noemt Christus dan het brood zijn lichaam en de beker zijn bloed of het Nieuwe Testament in zijn bloed, en spreekt Paulus van de gemeenschap met het lichaam en het bloed van Christus?
Antwort
Christus zegt dat niet zonder goede reden, namelijk niet alleen om ons daardoor te leren dat, evenals brood en wijn dit tijdelijke leven in stand houden, zo ook zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed de ware spijs en drank zijn waardoor onze zielen ten eeuwigen leven gevoed worden; maar vooral om ons door deze zichtbare tekenen en onderpanden de zekerheid te geven, dat wij door de werking van de Heilige Geest even zeker deel krijgen aan zijn ware lichaam en bloed als wij deze heilige tekenen met de mond tot zijn gedachtenis ontvangen en dat al zijn lijden en gehoorzaamheid even zeker ons deel zijn alsof wij zelf in eigen persoon alles geleden en aan God voor onze zonden genoegdoening gegeven hadden.
Frage 80
Welk onderscheid is er tussen het avondmaal des Heren en de paapse mis?
Antwort
Het avondmaal des Heren verzekert ons dat wij volledige vergeving van al onze zonden hebben door het enige offer van Jezus Christus, dat Hij zelf eenmaal aan het kruis volbracht heeft, en dat wij door de Heilige Geest worden ingelijfd in Christus, die nu naar zijn menselijke natuur niet op de aarde, maar in de hemel is, aan de rechterhand van God, zijn Vader, en daar door ons aanbeden wil worden. Maar in de mis wordt gesteld, dat de levenden en de doden alleen dán door het lijden van Christus vergeving van zonden hebben, als Christus nog dagelijks voor hen door de mispriesters geofferd wordt, en dat Christus lichamelijk onder de gestalte van brood en wijn aanwezig is en daarom ook daarin aanbeden moet worden. Daarom is de mis in wezen niet anders dan een verloochening van het enige offer en het lijden van Jezus Christus en een vervloekte afgoderij.
Frage 81
Voor wie is het avondmaal des Heren ingesteld?
Antwort
Voor hen die vanwege hun zonden zichzelf mishagen en nochtans vertrouwen, dat deze hun om Christus’ wil vergeven zijn, en dat ook hun blijvende zwakheid door zijn lijden en sterven bedekt is, en die ook verlangen hun geloof meer en meer te versterken en hun leven te beteren. Maar de huichelaars en zij die zich niet oprecht tot God bekeren, eten en drinken zichzelf een oordeel.
Frage 82
Behoort men ook hen tot dit avondmaal toe te laten, die zich in hun belijdenis en leven als ongelovigen en goddelozen betonen?
Antwort
Nee, want dan wordt het verbond van God ontheiligd en zijn toorn over de hele gemeente opgewekt. Daarom is de christelijke kerk, overeenkomstig het bevel van Christus en zijn apostelen, verplicht zulke mensen door de sleutels van het hemelrijk uit te sluiten totdat zij tonen hun leven te beteren.
Frage 83
Wat zijn de sleutels van het hemelrijk?
Antwort
De verkondiging van het heilig Evangelie en de christelijke tucht of uitsluiting uit de gemeente, waardoor het hemelrijk voor de gelovigen geopend en voor de ongelovigen gesloten wordt.
Frage 84
Hoe wordt het hemelrijk door de verkondiging van het heilig Evangelie ontsloten en gesloten?
Antwort
Aldus. Volgens het bevel van Christus wordt aan de gelovigen, gezamenlijk en afzonderlijk, verkondigd en openlijk betuigd dat al hun zonden hun door God, omwille van Christus’ verdiensten, waarlijk vergeven zijn, zo dikwijls als zij de belofte van het Evangelie met een oprecht geloof aannemen. Daarentegen wordt aan alle ongelovigen en aan hen die zich niet van harte bekeren betuigd dat de toorn van God en de eeuwige veroordeling op hen liggen, zolang zij zich niet bekeren. Naar dit getuigenis van het Evangelie zal God oordelen, zowel in dit als in het toekomstige leven.
Frage 85
Hoe wordt het hemelrijk gesloten en ontsloten door de christelijke tucht?
Antwort
Aldus. Volgens het bevel van Christus worden zij die onder de christennaam onchristelijk leren of leven, wanneer zij na herhaalde broederlijke vermaning hun dwalingen of ergerlijke levenswandel niet willen opgeven, bij de gemeente of bij hen die door de gemeente daartoe aangesteld zijn, bekendgemaakt. Indien zij zich aan de vermaning niet storen, worden zij door hen, met het ontzeggen van de sacramenten, van de christelijke gemeente en door God zelf van het rijk van Christus uitgesloten. Zij worden opnieuw als leden van Christus en zijn gemeente aangenomen, wanneer zij waarachtige beterschap beloven en betonen.
Frage 86
Aangezien wij uit al onze ellende zonder enige verdienste van onze kant alleen uit genade door Christus verlost zijn, waarom moeten wij dan nog goede werken doen?
Antwort
Omdat Christus, nadat Hij ons met zijn bloed heeft gekocht en bevrijd, ons ook door zijn Heilige Geest tot zijn beeld vernieuwt, opdat wij God met geheel ons leven dankbaarheid bewijzen voor zijn weldaden en Hij door ons geprezen wordt. Voorts, opdat ieder voor zichzelf door de vruchten verzekerd zal zijn van zijn geloof; en onze naaste door onze godvruchtige levenswandel ook voor Christus gewonnen wordt.
Frage 87
Kunnen dan degenen die in hun goddeloos, ondankbaar leven voortgaan en zich niet tot God bekeren, niet zalig worden?
Antwort
Volstrekt niet, want de Schrift zegt dat geen ontuchtpleger, geen afgodendienaar, echtbreker, dief, gierigaard, dronkaard, lasteraar, rover, of zo iemand het rijk van God beërven zal [1 Kor. 6:9; Ef. 5:5-6].
Frage 88
Uit hoeveel stukken bestaat de oprechte bekering van de mens?
Antwort
Uit twee stukken: de afsterving van de oude en de opstanding van de nieuwe mens.
Frage 89
Wat is de afsterving van de oude mens?
Antwort
Het is een innig berouw dat wij God door onze zonden vertoornd hebben, en die hoe langer hoe meer haten en ontvluchten.
Frage 90
Wat is de opstanding van de nieuwe mens?
Antwort
Het is een hartelijke vreugde in God door Christus en een ernstig en liefdevol verlangen om naar de wil van God alle goede werken te verrichten.
Frage 91
Maar wat zijn goede werken?
Antwort
Alleen die uit een oprecht geloof, volgens de Wet van God, tot zijn eer geschieden, en niet die op ons eigen goeddunken of menselijke voorschriften gegrond zijn.
Frage 92
Hoe luidt de Wet des Heren?
Antwort
God sprak al deze woorden, Ex. 20 [:1vv.], Deut. 5 [:6vv.]: Ik ben de Here, uw God, die u uit Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.
Frage 93
Hoe worden deze Tien Geboden ingedeeld?
Antwort
In twee tafelen, waarvan de eerste leert hoe wij ons jegens God moeten gedragen; de tweede, wat wij onze naaste verschuldigd zijn.
Frage 94
Wat gebiedt God in het eerste gebod?
Antwort
Dat ik, zo lief mij de zaligheid van mijn ziel is, alle afgoderij, tovenarij, waarzeggerij, superstitie oftewel bijgeloof, aanroeping van de heiligen of van andere schepselen mijd en ontvlucht, en de enige, ware God op de rechte wijze leer kennen, alleen op Hem vertrouw, mij in alle ootmoed en geduld aan Hem alleen onderwerp, van Hem alleen alle goeds verwacht en Hem met mijn gehele hart liefheb, vrees en eer. En wel zo dat ik eerder alle schepselen prijsgeef en loslaat dan dat ik in het minste of geringste zijn wil overtreed.
Frage 95
Wat is afgoderij?
Antwort
Afgoderij is in plaats van de enige ware God die zich in zijn Woord geopenbaard heeft, of naast Hem iets anders bedenken of hebben waarop de mens zijn vertrouwen stelt.
Frage 96
Wat eist God in het tweede gebod?
Antwort
Dat wij God op geen enkele wijze afbeelden en op geen andere wijze vereren dan Hij in zijn Woord bevolen heeft.
Frage 97
Mag men dan in het geheel geen beelden maken?
Antwort
God kan en mag op geen enkele wijze afgebeeld worden. Maar al mogen de schepselen afgebeeld worden, toch verbiedt God hun beeltenis te maken en te bezitten om die te vereren of om Hem daardoor te dienen.
Frage 98
Maar zou men de beelden in de kerken niet als boeken voor de leken mogen dulden?
Antwort
Nee, want wij moeten niet wijzer zijn dan God, die zijn christenen niet door stomme beelden, maar door de levende verkondiging van zijn Woord onderwezen wil hebben.
Frage 99
Wat wil het derde gebod?
Antwort
Dat wij niet alleen met vloeken of met een valse eed, maar ook door onnodig zweren de naam van God niet lasteren of misbruiken en evenmin door stilzwijgend toe te zien aan dergelijke verschrikkelijke zonden deel krijgen. Kortom, dat wij de heilige naam van God niet anders dan met ontzag en eerbied gebruiken, opdat Hij door ons op de juiste wijze wordt beleden, aangeroepen en in al onze woorden en werken geprezen.
Frage 100
Is het dan zo’n grote zonde Gods naam door zweren en vloeken te lasteren, dat God ook toornig is op hen die niet zoveel als hun mogelijk is, het vloeken en zweren helpen weren en verbieden?
Antwort
Jazeker, want geen zonde is groter en vertoornt God meer dan het lasteren van zijn naam. Daarom heeft Hij ook bevolen dat met de dood te straffen.
Frage 101
Maar mag men ook in geloof bij de naam van God een eed zweren?
Antwort
Ja, als de overheid het van haar onderdanen verlangt of als het om andere redenen noodzakelijk is om daardoor trouw en waarheid te bevestigen, en dit tot eer van God en tot heil van de naaste. Want een dergelijk zweren berust op Gods Woord en is daarom ook door de heiligen in het Oude en Nieuwe Testament met recht in gebruik geweest.
Frage 102
Mag men ook bij de heiligen of bij andere schepselen een eed zweren?
Antwort
Nee, want een rechtmatige eed zweren is God aanroepen, dat Hij, die alleen het hart kent, de waarheid bevestigt en mij straft als ik vals zweer. Deze eer komt geen schepsel toe.
Frage 103
Wat gebiedt God in het vierde gebod?
Antwort
Ten eerste, dat de kerkelijke Woordverkondiging en de scholen in standgehouden worden, en dat ik vooral op de sabbat, dat is op de rustdag, trouw naar Gods gemeente kom om Gods Woord te horen, de sacramenten te gebruiken, God de Here openlijk aan te roepen en als christen de armen bij te staan. Ten tweede, dat ik alle dagen van mijn leven afstand van mijn boze werken neem, de Here door zijn Geest in mij laat werken en aldus de eeuwige sabbat in dit leven aanvang.
Frage 104
Wat wil God in het vijfde gebod?
Antwort
Dat ik mijn vader en mijn moeder en allen die boven mij gesteld zijn, alle eer, liefde en trouw bewijs en me aan hun goede voorschriften en tucht met gepaste gehoorzaamheid onderwerp en ook met hun zwakheid en gebreken geduld heb, aangezien het God behaagt ons door middel van hen te regeren.
Frage 105
Wat eist God in het zesde gebod?
Antwort
Dat ik mijn naaste noch in gedachten, noch met woorden of enig gebaar, en nog veel minder door daden, hetzij zelf, hetzij door tussenkomst van anderen in zijn eer aantast, haat, kwets, of dood; maar dat ik alle wraakzucht laat varen; ook mijzelf geen kwaad berokken of moedwillig in gevaar begeef. De overheid draagt dan ook het zwaard om doodslag te verhinderen.
Frage 106
Maar dit gebod lijkt toch alleen over de doodslag te gaan?
Antwort
Door de doodslag te verbieden, leert God ons ook dat Hij de wortel van de doodslag, zoals afgunst, haat, toorn en wraakzucht, verafschuwt en dit alles voor doodslag houdt.
Frage 107
Maar is het dan genoeg als wij onze naaste, zoals gezegd, niet doden?
Antwort
Nee, want door afgunst, haat en toorn te verbieden, gebiedt God onze naaste lief te hebben als onszelf en hem met geduld, vrede, zachtmoedigheid, barmhartigheid en vriendelijkheid te bejegenen, wat hem schaden kan zoveel mogelijk tegen te gaan en ook onze vijanden goed te doen.
Frage 108
Wat leert ons het zevende gebod?
Antwort
Dat alle onzedelijkheid door God vervloekt is en dat wij daarom, door er een hartgrondige afkeer van te hebben, eerbaar en ingetogen leven, hetzij in de heilige huwelijkse staat of daarbuiten.
Frage 109
Verbiedt God in dit gebod niet meer dan echtbreken en soortgelijke schandelijkheden?
Antwort
Daar ons lichaam en onze ziel tempels van de Heilige Geest zijn, wil Hij dat wij die beide zuiver en heilig bewaren. Daarom verbiedt Hij alle onzedelijke daden, gebaren, woorden, gedachten, begeerten en wat de mens daartoe kan verleiden.
Frage 110
Wat verbiedt God in het achtste gebod?
Antwort
God verbiedt niet alleen het stelen en roven, wat de overheid straft, maar Hij noemt ook diefstal: alle verkeerde handelingen en vergrijpen, waarmee wij het bezit van onze naaste in handen trachten te krijgen, hetzij met geweld of schijn van recht, zoals met vervalsing van gewicht, lengte, maat, waar en munt, met woeker of door enig middel dat God verboden heeft. Hij verbiedt bovendien alle gierigheid, alle misbruik en verkwisting van zijn gaven.
Frage 111
Maar wat gebiedt God u in dit gebod?
Antwort
Dat ik het belang van mijn naaste, waar ik kan en vermag, bevorder en met hem zo handel als ik zelf wilde dat men met mij handelde. Bovendien, dat ik getrouw mijn arbeid verricht om de behoeftigen te kunnen bijstaan.
Frage 112
Wat wil het negende gebod?
Antwort
Dat ik tegen niemand een vals getuigenis afleg, niemands woorden verdraai, geen kwaadspreker of lasteraar ben, niemand lichtvaardig en zonder wederhoor veroordeel of laat veroordelen. Maar dat ik alle soorten leugen en bedrog als werken van de duivel zelf vermijd, als ik niet de zware toorn van God op mij wil laden. Evenzo, dat ik in rechtszaken en alle andere handelingen de waarheid liefheb, eerlijk spreek en getuig en ook de eer en de goede naam van mijn naaste naar mijn vermogen verdedig en die bevorder.
Frage 113
Wat eist het tiende gebod van ons?
Antwort
Dat zelfs de minste neiging of gedachte in strijd met enig gebod van God nooit in ons hart mag opkomen, maar dat wij te allen tijde en met ons gehele hart alle zonden haten en alle gerechtigheid liefhebben.
Frage 114
Maar kunnen degenen die tot God bekeerd zijn, deze geboden volkomen houden?
Antwort
Nee, ook de allerheiligsten hebben, zolang zij in dit leven zijn, slechts een klein begin van deze gehoorzaamheid, maar wel zo dat zij met een ernstig voornemen niet alleen naar enkele, maar naar alle geboden van God beginnen te leven.
Frage 115
Waarom laat God ons de Tien Geboden dan zo streng prediken, wanneer toch niemand zich er in dit leven aan kan houden?
Antwort
Allereerst, opdat wij ons leven lang onze zondige aard hoe langer hoe meer leren kennen en des te meer verlangen naar de vergeving van zonden en de gerechtigheid in Christus zoeken. Vervolgens, opdat wij ons zonder ophouden beijveren en God om de genade van de Heilige Geest bidden, dat wij hoe langer hoe meer naar het beeld van God vernieuwd worden, tot wij na dit leven de volkomenheid bereiken die ons in het vooruitzicht is gesteld.
Frage 116
Waarom hebben de christenen het gebed nodig?
Antwort
Omdat het gebed het voornaamste deel van de dankbaarheid is, die God van ons eist. En omdat God zijn genade en de Heilige Geest alleen wil geven aan hen die Hem met een innig verlangen zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.
Frage 117
Wat behoort tot een gebed dat God aangenaam is en door Hem wordt verhoord?
Antwort
Ten eerste, dat wij alleen de enige, ware God, die zich in zijn Woord aan ons geopenbaard heeft, van harte aanroepen om alles wat Hij ons geboden heeft Hem te vragen. Ten tweede, dat wij onze nood en ellende goed en grondig kennen, opdat wij ons voor het aangezicht van zijn majesteit verootmoedigen. Ten derde, dat wij deze vaste grond hebben, dat God ons gebed, hoewel wij het niet waardig zijn, omwille van de Here Christus, zeker wil verhoren, zoals Hij ons in zijn Woord beloofd heeft.
Frage 118
Wat heeft God ons bevolen Hem in het gebed te vragen?
Antwort
Alles wat wij naar geest en lichaam nodig hebben, zoals de Here Christus dat heeft samengevat in het gebed dat Hijzelf ons geleerd heeft.
Frage 119
Hoe luidt dat gebed?
Antwort
Onze Vader, die in de hemelen zijt. 1. Uw naam worde geheiligd. 2. Uw rijk kome. 3. Uw wil geschiede, op de aarde zoals in de hemel. 4. Geef ons heden ons dagelijks brood. 5. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. 6. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het rijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen [Matt. 6:9-13].
Frage 120
Waarom heeft Christus ons geboden God aldus aan te spreken: Onze Vader?
Antwort
Om van meet af aan, bij het begin van ons gebed, in ons het kinderlijk ontzag en vertrouwen op God te wekken, die samen de grond van ons gebed vormen, namelijk dat God door Christus onze Vader is geworden en dat Hij ons datgene waarom wij Hem met een oprecht geloof bidden, veel minder zal weigeren dan onze vaders ons aardse dingen ontzeggen.
Frage 121
Waarom wordt hier bijgevoegd: die in de hemelen zijt?
Antwort
Opdat wij over de hemelse majesteit van God niet op aardse wijze denken, en van zijn almacht verwachten al wat wij voor lichaam en ziel nodig hebben.
Frage 122
Wat is de eerste bede?
Antwort
Uw naam worde geheiligd. Dat wil zeggen: geef ons ten eerste dat wij U op de juiste wijze kennen en U heiligen, roemen en prijzen om al uw werken, waaruit uw almacht, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid helder stralen. Vervolgens dat wij ons gehele leven, onze gedachten, woorden en werken, daarop richten dat uw naam om onzentwil niet gelasterd maar geëerd en geprezen wordt.
Frage 123
Wat is de tweede bede?
Antwort
Uw rijk kome. Dat wil zeggen: regeer ons zo door uw Woord en uw Geest, dat wij ons hoe langer hoe meer aan U onderwerpen; bewaar uw kerk en breid haar uit; vernietig de werken van de duivel en elke macht die zich tegen U verheft, evenals alle boze plannen die tegen uw heilig Woord beraamd worden; totdat de volkomenheid van uw rijk aanbreekt, wanneer Gij alles zult zijn in allen.
Frage 124
Wat is de derde bede?
Antwort
Uw wil geschiede op de aarde zoals in de hemel. Dat wil zeggen: geef dat wij en alle mensen onze eigen wil prijsgeven en uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzamen; opdat aldus ieder zijn opdracht en roeping even gewillig en getrouw mag vervullen als de engelen in de hemel.
Frage 125
Wat is de vierde bede?
Antwort
Geef ons heden ons dagelijks brood. Dat wil zeggen: wil in alle behoeften van ons lichaam voorzien, opdat wij daardoor erkennen, dat Gij de enige bron van alle goeds zijt en dat noch onze zorg en moeite noch uw gaven ons ten goede komen zonder uw zegen, en dat wij daarom ons vertrouwen van alle schepselen afwenden en op U alleen stellen.
Frage 126
Wat is de vijfde bede?
Antwort
Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. Dat wil zeggen: wil ons, arme zondaren, al onze zonden en ook de verdorvenheid die ons altijd aankleeft, omwille van het bloed van Christus niet toerekenen, zoals ook wijzelf het als een getuigenis van uw genade in ons bevinden, dat het ons vaste voornemen is onze naaste van harte te vergeven.
Frage 127
Wat is de zesde bede?
Antwort
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Dat wil zeggen: omdat wij uit onszelf zo zwak zijn, dat wij geen ogenblik staande zouden kunnen blijven, en omdat bovendien onze doodsvijanden, de duivel, de wereld en ons eigen vlees, niet ophouden ons aan te vechten, wil ons toch door de kracht van uw Heilige Geest overeind houden en sterken, opdat wij in deze geestelijke strijd niet bezwijken, maar altijd krachtig weerstand bieden, totdat wij uiteindelijk volkomen de overhand krijgen.
Frage 128
Hoe besluit u uw gebed?
Antwort
Want van U is het rijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Dat wil zeggen: dit alles bidden wij U, omdat Gij als onze koning, die de macht over alles bezit, zowel de wil als het vermogen hebt ons alle goeds te geven; en dit alles opdat daardoor niet ons, maar uw heilige naam eeuwig lof wordt toegebracht.
Frage 129
Wat betekent het woordje amen?
Antwort
Amen wil zeggen: het zal waar en zeker zijn. Want het is veel zekerder dat God mijn gebed verhoort, dan dat ik in mijn hart voel dat ik dit van Hem verlang.
Wähle einen Sonntag
Wähle einen Sonntag aus dem Katechismus
Wähle eine Frage
Wähle eine Fragenummer (1–129)