Psalm 143
Roepen uit de nood
Berouw en vergeving · 1773
Vers 1
Neig tot mijn smeken gunstig' oren;
Verhoor m', o Oppermajesteit,
Om Uwe trouw, aan mij gezworen;
Verhoor m' om Uw gerechtigheid.
Vers 2
O HEER, niet voor Uw vierschaar dagen;
Want niemand zal in dat gericht,
Daar zelfs zijn hart hem aan moet klagen,
Rechtvaardig zijn voor Uw gezicht.
Vers 3
Ik zie, voor 's vijands haat gevloden,
Mijn leven in het stof vertreên;
Ik lig, helaas, gelijk de doden,
Omringd van nare duisterheên.
Vers 4
Als ik mijn deerlijk lot beschouwe,
Bezwijkt mijn afgefolterd hart.
Gij weet, dat ik op U betrouwe;
Algoede God, genees mijn smart.
Vers 5
Nog aan Uw gunst van vroeger jaren;
Ik tracht Uw werken na te gaan;
O God, wie kan U evenaren?
Hoe heerlijk zijn Uw wonderdaân!
Vers 6
Mijn ziel is voor Uw alziend' ogen,
Gelijk een dor, een dorstig land,
Dat sedert lang ligt uit te drogen,
Verkwijnend' in dien doodsen stand.
Vers 7
Wil mijn bezweken geest bestralen;
Verberg m' Uw vriend'lijk aanschijn niet;
Ik zal eerlang ten grave dalen,
Indien Gij mij geen bijstand biedt.
Vers 8
Wanneer ik 't morgenlicht zie rijzen;
'k Betrouw op U in mijn ellend';
Wil mij het ware heilspoor wijzen;
Mijn ziel heeft zich tot U gewend.
Vers 9
Verlos mij uit des vijands lagen;
Red mij van hen, die mij vertreên;
Ik schuil, in mijn benauwde dagen,
Bij U, mijn God, bij U alleen.
Vers 10
Mijn leven in Uw dienst besteden;
Gij zijt mijn God, vat Gij mijn hand;
Uw goede Geest bestier' mijn schreden,
En leid' mij in een effen land.
Vers 11
Schenk mij, om Uwes naams wil, leven.
Laat mijne ziel, die tot U schreit,
Van haar benauwdheid zijn ontheven;
Red mij om Uw gerechtigheid.
Vers 12
Roei z' allen uit, die mij doen bukken,
Om Uwe gunst, mij toegezegd;
Verdelg hen, die mijn ziel verdrukken;
Want ik, o HEER, ik ben Uw knecht.
The AI uses the psalm text and the insight as context.
AI can make mistakes. Based on psalm text and Christian exegesis.