Ir al contenido principal

Psalm 68

Vers 1

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Sta op, Heer, toon U onversaagd,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Zo werden verstrooid en verjaagd
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Zeer haast al Uw vijanden.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Die God altijd hebben gehaat,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Zullen voor Hem met schand' en smaad
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Vlieden in alle landen.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Ons God meteen verdrijven zal
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Zijner vijanden gans getal,
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) Ja als rook doen verzwinden.
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) Gelijk dat was smelt voor dat vier,
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) Zal Hij alle godlozen hier
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) Verteren en verslinden.

Vers 2

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Doch zullen de vromen verblijd.
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Heer! Uwen Naam zingen altijd
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En haar in U verblijden;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Zij werden van harten verheugd
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) En zullen voor God maken vreugd,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Juichende t' allen tijden.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Zingt nu vrolijk en looft den Heer,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Verbreidt met vreugd Zijnes Naams eer.
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) Prijst Zijn heerlijkheid t' zamen;
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) Die op de wolken vliegt en vaart,
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) En een Heer is zeer wijd vermaard,
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) Eeuwig God is Zijn Name.

Vers 3

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Verblijdt u in God met ootmoed.
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Hij is der wezen Vader goed,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En een Beschermer krachtig
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Der weduwen in billigheid;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) In den tempel vol heiligheid
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Heeft Hij Zijn woonst eendrachtig.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Hij is 't, Die de eenzamen geeft
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Een huis dat vol van kind'ren leeft,
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) Na haar langwijlig wachten.
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) De gevangenen Hij ontslaat,
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) En verstrikt de boosdaders kwaad,
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) Ja laat z' in 't land versmachten.

Vers 4

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Als Gij Uw volk, Heer! hebt geleid,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) En gingt voor hen wijd ende breid
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) In de grote woestijne;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Toen beefde dat aardrijk meteen,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) De hemelen dropen gemeen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Heer! voor Uwen aanschijne.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Ook deze berg Sina zo groot,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Voor Uw aanschijn, o Heer! verschoot,
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) God Israëls geprezen!
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) Gij hebt ons den regen vruchtbaar
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) Gegeven, en getroost daarnaar
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) Uw erfdeel uitgelezen.

Vers 5

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Gij verkwikt Uw volk goedertier,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) En maakt dat een iegelijk dier
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Daar woont zonder verderven
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Uwen kind'ren deelt Gij Uw goed,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) In 't kruis geeft Gij hun goeden moed,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Zonder troost zij niet sterven.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Gij hebt naar Uwe goedigheid,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Den reinen jonkvrouwen bereid
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) Een oorzaak zo 't mag blijken,
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) Om te zingen in 't ganse land,
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) Als onze vijanden met schand'
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) Veldvluchtig moeten wijken.

Vers 6

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)De koningen zeer groot geacht,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Zijn haastiglijk met al haar macht
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Gevloden, zo wij weten.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Gods huisgenoten hebben stil
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) 't Goed dezes volks naar haren wil
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Gedeeld en uitgemeten,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Al is 't, dat gij (die algemeen
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Gods volk zijt uit genaad' alleen)
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) Hier voormaals hebt geleken
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) Dengenen, die daar zitten hard
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) Tussen ketels als kolen zwart,
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) In onere versteken.

Vers 7

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Nochtans als gij zult trekken uit
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) In 't veld met bazuinen geluid,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Gij werd schoner in d' ogen,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Als der duiven vleugelen klein,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Zijnde met goud en zilver rein
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Versierd en overtogen.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Als onz' God door 't land henen ging,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Ende de koningen aanving
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) Te roeien uit haar wone;
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) Zo werd dat land rein, wit en klaar,
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) Gelijk de sneeuw is voor en naar,
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) Op Tsalmon den berg schone.

Vers 8

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Gods berg, die is zeer wonderbaar,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Gelijk Basan den berg voorwaar
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Staat hij hoog onbezweken.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Wat is 't, dat gij bergen rebel,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Met al uwe steenrotsen fel,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Gods berg zoekt te versteken?
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) God heeft dezen berg breed en wijd
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Verkoren tot Zijn woonst altijd,
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) Naar Zijn goedheid geprezen;
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) Waar Hij eeuwig van nu voortaan
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) Zal wonen zonder te vergaan;
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) Dit zal Zijn ruste wezen.

Vers 9

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Veel duizend engelen zeer schoon
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Dienen den Heer voor Zijnen troon,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En zijn ook Zijn heirkrachten.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Door hen doet Hij zeer groot geweld,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Zo Hij tot Sina heeft in 't veld
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Voormaals getoond met machten.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) O Heer! Gij zijt gevaren op,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Brekende der vijanden kop,
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) Nemende die gevangen;
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) Gij hebt heerlijke gaven fijn,
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) Ons, die verstrooid hier en daar zijn,
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) Rijk'lijk laten ontvangen.

Vers 10

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Gij hebt Uw vijanden verjaagd,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Om bij Uw volk zeer onversaagd
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Te wonen vroeg en spade.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Geloofd zij God, Die ons meteen
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Onderhoudt en zegent gemeen
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Door Zijn kracht en genade.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) God de Heer is onz' zaligheid!
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Hij toont ons Zijn goedgunstigheid
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) Door verlossingen machtig
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) Het is God, Die Zijn volk vrij stelt,
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) En maakt dat het blijft ongekweld
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) Van 's doods geweld zeer krachtig.

Vers 11

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Het is God, Die in stukken breekt
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Den kop, ja in den grond versteekt
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) 't Getal onzer vijanden,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Hij zal gans breken en verslaan
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Dat hoofd dergenen, die voortgaan
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) In haar zonden en schanden.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) God spreekt: Mijn uitverkoren al
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Uit Basan Ik verlossen zal
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) (Die nu is zeer hoogmoedig);
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) Ik wil ze fraai ende gezond
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) Uit des meers allerdiepsten grond
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) Trekken met Mijn hand goedig.

Vers 12

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Gij zult dan baden uwen voet
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) In al uwer vijanden bloed,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Die gij slaan zult en jagen.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Daar zal lekken een ieder hond
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) 't Bloed uwer haters die gewond
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Zullen zijn en verslagen.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Men zag daar, o mijn God en Heer!
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Opbreken en voortgaan met eer,
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) D' ark des verbonds geprezen;
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) De zangers voor haar henen gaan
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) En de speellieden volgen aan
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) Met gezang uitgelezen.

Vers 13

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)De jonge maagden loven t' zaam
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Met gezang daar des Heeren Naam,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Met haar trommelen reine,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) En zeggen: O, gij Israël!
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Loof den Heer met gezang en spel,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Onder u in 't gemeine.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Daar is Benjamin, die nu heeft
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Grote macht, omdat Gij hem geeft
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) Te heersen over velen;
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) Juda, Zebulon, Naftalin
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) Met haar vorsten zijn komen in,
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) Vrolijk voor U te spelen.

Vers 14

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Israël! God geeft u dat gij
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Zijn koninkrijk aanschouwet vrij,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Hij regeert al uw werken.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Wil toch, Heer! Gij, Die ons bemint,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) 't Werk, dat Gij nu in ons begint,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Volvoeren en ons sterken.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Om Uwes tempels wil, o Heer!
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Zullen U de koningen eer
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) Bewijzen met off'randen;
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) Dies wil met kracht overal snel
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) De bozen met haar wapen fel,
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) T' zamen brengen ter schande.

Vers 15

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Wil de wrede stieren verdoen,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) En jagen de volkeren koen
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En haar heirkrachten dwingen.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Heer! breng de stouten tot ootmoed,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Opdat zij U vallen te voet,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En U tribuit toebringen.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) De heren Egypti zeer rijk,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) En ook de Moren al gelijk,
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) Met toegevouwen handen,
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) Zullen hen begeven al t' zaam
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) Tot U, en prijzen Uwen Naam,
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) En loven met verstande.

Vers 16

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Prijst dien God, Die hoger gewis
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Opvaart, dan zelfs de hemel is,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Die Hij gemaakt heeft reine.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Hij is 't, Die dat donderen maakt,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Waarvan de hemel beeft en kraakt,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Door Zijn sterkheid alleine.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Zijn almachtigheid toch bekent,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Zijn heerlijkheid schijnt zonder end
Notenbalk regel 9 (iso)Notenbalk regel 9 (rit) In 't land Israëls binnen;
Notenbalk regel 10 (iso)Notenbalk regel 10 (rit) Hij is 't, Die alzins blijken doet
Notenbalk regel 11 (iso)Notenbalk regel 11 (rit) Zijn grote kracht in overvloed,
Notenbalk regel 12 (iso)Notenbalk regel 12 (rit) Die niet is om verwinnen.

Vers 17

Gij zijt, o Heer! zeer wonderbaar
In al de plaatsen daar Gij klaar
Uw heerlijkheid toont krachtig;
Israëls toeverlaat Gij zijt,
En Uwes volks kracht; dies altijd
Looft men U, Heer almachtig!
Tekst: Petrus Datheen
Acerca de este salmo

Psalm 68 es un salmo de David y pertenece a Libro II (Salmo 42–72) del Salterio.

Salmos relacionados