Aller au contenu principal

Psalm 78

Vers 1

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Neem, o mijn volk, neem mijne leer ter oren;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Neig oor en hart, om naar mijn stem te horen,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) 'k Zal met mijn mond u wijze spreuken leren,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Verborgenheên, van ouds af waardig t' eren;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Mij vloeit een schat van wijsheid uit den mond,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Gelijk een bron, die voortspringt uit den grond.

Vers 2

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Verborgenheên, met diep ontzag te melden,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Die ons voorheen de vaderen vertelden,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Die wij hun kroost ook niet verbergen mogen,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Die stellen wij het nageslacht voor ogen;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Des HEEREN lof uit 's lands historieblaân,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Zijn sterken arm en grote wonderdaân.

Vers 3

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Want God heeft Zijn getuigenis gegeven
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Aan Jacobs huis; een wet, om naar te leven,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Die Israël zijn nageslacht moet leren,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Opdat men nooit haar kennis moog' ontberen;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) God vordert, dat de naneef, eeuwen lang,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Van kind tot kind, dit onderwijs ontvang'.

Vers 4

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Opdat z' op God hun hope stellen zouden,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) In 't oog Zijn daân, in 't hart Zijn wetten houden,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En nimmermeer weerspannig God verachten,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Verdraaid en krom, als vorige geslachten,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Wier hart niet was gericht naar Zijn gebod,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Wier geest niet was getrouw met hunnen God.

Vers 5

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Wat kon de boog den besten schutter baten?
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Toen Efraïm Gods wegen had verlaten,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Vlood al het heir ten dage van het strijden,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) En moest aldus de zwaarste neêrlaag lijden.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Op Gods verbond werd niet van hen gelet;
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Zij weigerden te wand'len in Zijn wet.

Vers 6

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Zijn wonderdaân, door niemand af te meten,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Zijn trouweloos en snood van hen vergeten;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Die wonderdaân, waardoor Egypte's helden
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Bezweken zijn in Zoans vette velden;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Daar Hij, tot troost in hunner vaad'ren leed,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Voor ieders oog de grootste tekens deed.

Vers 7

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Zijn almacht wist de zee vaneen te scheiden
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) En 't angstig heir daar droogvoets door te leiden;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Als op een hoop deed Hij de waat'ren rijzen.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Hij gaf des daags, om hen den weg te wijzen,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Een wolkkolom; een licht des vuurs bij nacht;
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Totdat Hij hen in 't vruchtbaar Kanân bracht.

Vers 8

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Ook spleten zelfs de rotsen op Zijn wenken,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Geen afgrond kon het volk ooit milder drenken;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) De woestenij gaf zuiv're watervlieten,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Die d' Almacht uit de steenrots voort deed schieten,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Gelijk een stroom, die golvend afgegleên,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Zijn armen spreidt door al de velden heen.

Vers 9

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Maar schoon zij dus Gods goedheid ondervonden,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Nog pleegden z' in 't vervolg de snoodste zonden;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) In 't woest gewest uit vetter land getogen,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Vergramden zij des Allerhoogsten ogen;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Verzochten God, en eisten, ten bewijs
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Van Zijne macht, naar hunne lusten, spijs.

Vers 10

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Zij spraken stout: "Kan God in wildernissen
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Ook keur van spijs op onze tafel dissen?
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) 't Is waar, Hij sloeg de rots, en deed de stromen,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) In overvloed uit harde klippen komen;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Maar, is Zijn macht zo onbepaald en groot,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Hij geev' dan hier Zijn volk ook vlees en brood."

Vers 11

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Dit hoorde God, en werd op 't hoogst verbolgen;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Zijn vuur ontstak, om Jacob te vervolgen;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) De felle toorn van 't eeuwig Opperwezen
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Deed Israël al sidderende vrezen;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Omdat zij niet geloofden aan Gods mond,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Noch op Zijn heil vertrouwden naar 't verbond.

Vers 12

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Daar God, voor hen bezorgd, in hunne noden
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) De wolken zelfs van boven had geboden,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) De hemeldeur ontsloten, mild in 't zeeg'nen,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) En 't manna doen rondom hun tenten reeg'nen;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Opdat Zijn volk, ten blijk van Zijne trouw,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Dit hemelkoorn op reis genieten zou.

Vers 13

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Elk mocht zijn brood, zo mild hem toegemeten,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Dat wonderbrood der Machtigen, nu eten;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Den teerkost, tot verzading hun gegeven
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Een oostenwind werd door Hem voortgedreven,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) En 't zuiden gaf, in 't aangevoerde zwerk,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Geen minder blijk van Zijn krachtdadig werk.

Vers 14

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Toen daalde 't vlees, als stof en dichte regen,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Een grote vlucht van voog'len, neergezegen;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) In menigte gelijk aan 't zand der stranden,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Viel toen vanzelf hun rijkelijk in handen;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Viel, op Gods wenk, rondom elks woning neer,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En spijsde 't heir van Isrels Opperheer.

Vers 15

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Toen aten zij, en werden zat van eten;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Hun eetlust werd voldaan, hoe godvergeten;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Maar eer hun drift en tomeloos begeren,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Waarmee dat volk Gods almacht dorst onteren,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Verzadigd was, ziedaar de straf terstond,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Terwijl de spijs nog was in hunnen mond;

Vers 16

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Ziedaar Gods toorn, gelijk een vuur, ontstoken;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Zijn eer werd op hun machtigsten gewroken,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Daar plaag op plaag geweldig nedervelden
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) 't Aanzienlijkst deel, het puik van Isrels helden,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Maar 't volk ging voort, hun ongeloof hield aan;
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) God had vergeefs Zijn wonderen gedaan.

Vers 17

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Daarom deed Hij in ijdelheid hun dagen
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Vergaan, en, door een reeks van felle plagen,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) In schrik en angst hen slijten hunne jaren.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Maar bracht Hij hen opnieuw in doodsgevaren,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Dan vraagden zij naar God, en keerden weer,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En zochten vroeg, uit bange vrees, den HEER.

Vers 18

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Dan dachten zij, hoe 't eeuwig Opperwezen
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Hun rotssteen was, en hoe in angst voor dezen
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) De hoge God verlossing had gezonden;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Dan vleiden zij Hem vals'lijk met hun monden,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) En bukten laag, omdat de nood hen drong,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Maar logen Hem met hun geveinsde tong.

Vers 19

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Hun hart was boos, vervuld met slinkse streken;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Van Zijn verbond was groot en klein geweken.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Doch God vergaf barmhartig hunne schulden;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Verdierf ze niet, schoon zij de maat vervulden;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Hij wendde zelfs Zijn gramschap dikwijls af,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En wekte nooit Zijn ganse wraak ter straf.

Vers 20

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Hij dacht in gunst, door hunne ramp bewogen;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Zij zijn toch vlees, zij hebben geen vermogen;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Zij zijn een wind, die gaat, en nooit zal keren.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Hoe dikwijls dorst hun wrevel God onteren!
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) De wildernis zag door hun boze paân
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Hem bitterheên en smarten aangedaan.

Vers 21

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Want elk ging voort in God op 't snoodst te tergen,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) En nieuw bewijs van Zijne macht te vergen,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Den heil'gen God van Israël te kwellen,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) En paal en perk aan Zijne daân te stellen.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Zij dachten niet aan dien doorluchten tijd,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Waarin Gods hand hen had van 't juk bevrijd.

Vers 22

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Hoe Hij Zijn oog op hen had neergeslagen,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Egypte van Zijn tekenen deed wagen,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En Zoans veld, daar Hij hen af wou zond'ren,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Een streng toneel deed worden van Zijn wond'ren;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Waar poel en beek, en groot' en kleine vloed
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Ondrinkbaar werd, en niets dan walg'lijk bloed.

Vers 23

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Hij zond een heir, door niemands hand te weren,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Veel ongediert', om alles te verteren;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Zijn grote kracht deed vorsen uit de stromen,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Tot wis bederf van gans Egypte, komen;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Hij gaf 't gewas, met vlijt gekweekt, en 't kruid
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Den kruidworm en den sprinkhaan tot een buit.

Vers 24

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)De wijnstok werd door hagel neergesmeten,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) De wilde vijg daardoor vanéén gereten;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) De landman zag zijn vruchtbaar veld bederven,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Zijn kleiner vee door zwaren hagel sterven;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Zijn beesten door den fellen bliksem slaan,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En jammerlijk door vuur en vlam vergaan.

Vers 25

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Ook zond Hij toorn, verbolgenheid en noden,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Verstoordheid, angst en vrees'lijk' onheilsboden;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Hij baand' een weg voor Zijne grimmigheden,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Waarlangs de wraak zou treên met wisse schreden:
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Hun ziel werd niet onttrokken aan het graf;
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Terwijl Hij 't vee aan 't pestvuur overgaf.

Vers 26

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Egypteland zag al het eerstgeboren'
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Door 's hemels wraak geslagen en verloren;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) De dood der jeugd, 't beginsel van Chams krachten,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Vervulde tent en veld met jammerklachten;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Waaruit Gods volk als schapen werd geleid,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En vrij en blij op Parans grond geweid.

Vers 27

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Ja, zonder vrees mocht Isrel veilig trekken;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Het zag de zee zijn haat'ren overdekken;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Want God, hun God, bracht hen, bevrijd van banden,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Naar 't land, door Hem geheiligd uit de landen,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Tot dezen berg, dien Zijne hand verkreeg,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En die daarna ten hoogsten luister steeg.

Vers 28

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Het heidendom werd voor hen weggedreven;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Aan elk, naar 't snoer, zijn erfenis gegeven;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En Isrel mocht in eigen tenten wonen.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Maar 't wufte volk ging voort met God te honen,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Verzocht den HEER, versmaadde Zijn gebied,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En hield het recht des Allerhoogsten niet.

Vers 29

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Zij weken af door trouwelozen handel,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) En volgden dus der vaad'ren snoden wandel;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Zo keren zich bedriegelijke bogen,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Waardoor somwijl de schutter wordt bedrogen.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Des HEEREN toorn en ijver werd getergd,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Door beeldendienst en hoogten op 't gebergt'.

Vers 30

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Dit hoorde God, en heeft, op 't felst ontstoken,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Dit boos bestaan op Israël gewroken,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Dat volk versmaad met beelden en altaren;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Dies liet Hij tent en tabernakel varen,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Die Hij zich daar ter woning had gesticht,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En tot Zijn eer te Silo opgericht.

Vers 31

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Het onderpand van 't heerlijk alvermogen,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Zijn heilig' ark, gaf Hij, voor Isrels ogen,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Den Filistijn in d' ongewijde handen;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Zijn volk ten zwaard', of in de slaafse banden.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Gods Majesteit, getergd, zag van omhoog
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Zijn erf'nis aan, met een verbolgen oog.

Vers 32

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Het vuur verslond de strijd'bre jongelingen,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Der maagden lof vergat men op te zingen;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Hun priesterschap, hoe hoog door God verheven,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Werd, laag verneêrd, aan 't zwaard ten prooi gegeven;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) En d' arme weêuw bezweek van zielsverdriet,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Of zat door schrik verstomd, en weende niet.

Vers 33

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Toen stond God op met gunstige gedachten,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Als na een slaap ontwaakt met nieuwe krachten;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Ja, als een held, ontzagg'lijk in zijn gangen,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Die nieuwen moed heeft door den wijn ontvangen;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) En sloeg tot smaad, met Zijn geduchte hand,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Het uiterst' deel van 's vijands ingewand.

Vers 34

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Doch Jozefs tent liet Hij veracht'lijk varen,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) In Efraïm verkoos Hij geen altaren;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Maar Hij had lust, in Juda's stam te wonen,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Om daar Zijn macht en heerlijkheid te tonen
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Op Sions berg, dien 's werelds Opperheer
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Bemind', en koos ten zetel van Zijn eer.

Vers 35

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Daar bouwde Hij als hoogten Zijne muren,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Zijn heiligdom, dat d' eeuwen zou verduren;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Gelijk deez' aard', gegrond door Zijne krachten,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) In eeuwigheid geen wank'len heeft te wachten,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Held David, dien Hij van de schaapskooi nam,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Verkoos Hij zich tot vorst uit Juda's stam.

Vers 36

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Hij deed Zijn knecht van achter 't vee zich spoeden,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Om Jacobs zaad, Zijn dierbaar volk, te hoeden,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Zijn Israël, ten erfdeel Hem verkregen,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Dus heeft die vorst geheerst met roem en zegen,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Gods volk oprecht en met verstand geweid,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En 't rijk beschermd door dapper krijgsbeleid.
À propos de ce psaume

Psalm 78 est un psaume de Asaf et appartient à Livre III (Psaume 73–89) du Psautier.

Psaumes liés