Menu de salmos
Psalm 114
Escolhe uma versificação para comparar
Vers 1

Toen Israël Egypteland verliet, 
En als 't huis Jakobs ganselijk afschied 
Van 't vreemd volk en zijn wezen; 
Juda werd Gods heilig' ere zeer klaar, 
En God werd Israëls Heer openbaar, 
Ja, een Heer hoog geprezen.Vers 2

De zee zag zulks aan, en week zeer verbaasd; 
De Jordaan was ook gedwongen met haast 
Haar achterwaarts te keren 
Als schapen sprongen de bergen meteen, 
En de heuvelen en de bergskens kleen 
Gelijk lammerkens tere.Vers 3

Wat was u zee, dat gij wegvloodt zo zaan? 
Ende waaromme zijt gij, o Jordaan, 
Zo terugge gedreven? 
Bergen, waarom sprongt gij als schapen vet? 
Gij bergskens, waarom hebt gij u ontzet 
Als lammerkens die beven?Vers 4

Voor Gods aanschijn, Die alle ding vermag; 
Voor Jakobs God, voor Wien (zo men daar zag) 
't Aardrijk beefde waarachtig. 
Voor dien God, Die maken kan enen stein 
Tot een meer, en doet springen een fontein 
Uit enen steenrots krachtig.Psalm 114 pertence a Livro V (Salmo 107–150) do Saltério. Hallel egípcio: Cantado na festa da Páscoa.
Música: pcorgel.nl