Zum Hauptinhalt

Psalm 149

Vers 1

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Wilt een nieuw lied den Heere zingen;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Wilt Hem Zijn eer heerlijk toebringen;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Dat nu onder Zijn volk gemeine
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Zijn lof gehoord zij reine.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Gij, Israël, in vreugd nu leeft,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) In den Heer Die u gemaakt heeft;
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) In dezen Koning u verblijdt,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Die Sions kind'ren zijt.

Vers 2

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Dat men met fluiten Zijnen Name
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Prijz' en met trommelen bekwame;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Met harpen zoet moet men ook loven
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Den Heere van hier boven,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Want den Heer behaagt Zijn volk al,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Dat Hij verkiest naar Zijn geval;
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) De kleinen zal Hij vereren
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) En haar goed vermeren.

Vers 3

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Toch zullen de vromen geprezen
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Hierna vrolijk en verblijd wezen;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Ja men zal z' op haar bedde horen
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Zingen en vreugd oorboren.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) In hare kelen zullen zij
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Des Heeren lof hebben zeer blij;
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) En in haar handen (vol waarden)
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Tweesnijdende zwaarden.

Vers 4

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Opdat zij verderven met krachten
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Daarmee alle boze gedachten,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En straffen de harten hoogmoedig
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Met scherpe wrake spoedig;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Opdat zij vangen zo meteen
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Koningen en prinsen niet kleen;
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) En met ketenen en banden
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Vast sluiten haar handen.

Vers 5

Als zij die straffen dat ze beven,
Zij doen zulks als daar staat voorschreven;
Dit 's Uwer heiligen, o Heere!
Heerlijkheid en haar ere.
Tekst: Petrus Datheen
Über diesen Psalm

Psalm 149 gehört zu Buch V (Psalm 107–150) des Psalters. Halleluja-Psalm: Beginnt oder endet mit dem hebräischen "Hallelu-Jah" (114, 118 und 136 zählen nicht dazu).

Verwandte Psalmen