Psalms menu
Psalm 28
Choose a versification to compare
Vers 1

O Heer! Gij zijt mijn sterkte machtig, 
Tot U is 't, dat ik bidde klachtig; 
Zwijg niet stil, o mijn God geprezen! 
Of anders zo moet ik nu wezen 
Enen mense gans'lijk gelijk, 
Die men begraaft in dat aardrijk.Vers 2

Wil Heer! verhoren al mijn klagen, 
Als ik schreie, zijnde verslagen, 
In Uw heilig huis vol met ere. 
Laat mij met hen niet ??n zijn, Heere! 
Die nergens in blijdschap ontvaan, 
Dan in het kwaad, dat zij begaan.Vers 3

Zij spreken van vreed' allerwegen, 
Doch haar hart is tot kwaad genegen. 
Wil hun naar haar verdienste geven, 
En naar haar meningen daarneven; 
Maak dat haar overkome snel, 
Den loon harer boosdaden fel.Vers 4

Omdat haar harten niet bemerken 
Uwe heerlijke wonderwerken 
En de kennisse gans niet achten 
Uwer daden, Heer, vol van krachten; 
Zij werden verworpen voortaan, 
Zonder namaals meer op te staan.Vers 5

Geloofd zij God, Die mijn gebeden 
Verhoord heeft naar Zijn goedigheden. 
God is mijn schild ende burcht krachtig, 
Van Hem komt mijn hulpe waarachtig. 
Dies moet mijn hart wezen verblijd, 
En mijn mond Hem zingen altijd.Vers 6

Hij geeft mijn volk kracht om te strijden, 
Zijnen koning Hij t' allen tijden 
Bewaart; dies laat 't volk Uwer erven 
Uwen zegen, o Heer, verwerven; 
Wil dat brengen ter heerlijkheid, 
En voeden in der eeuwigheid.Psalm 28 is a psalm of David and belongs to Book I (Psalm 1–41) of the Psalter.
Music: pcorgel.nl