Psalms menu
Psalm 32
Choose a versification to compare
Vers 1

Gelukkig wie door God is vrijgesproken,
wie met bedrog en ontrouw heeft gebroken.
Gelukkig als de HEER zijn schuld vergeeft,
als in zijn geest geen onoprechtheid leeft.
Mijn misdaad bleef aan mijn geweten knagen.
Ik leed voortdurend, kreunde hele dagen.
Uw hand lag op mij, tot ik niet meer kon;
mijn kracht smolt weg als in de zomerzon.Vers 2

Toen ik was vastgelopen in mijn zonden
kwam ik tot inkeer; ik zei onomwonden:
‘O HEER, ik was ontrouw, vergeef het mij’ -
mijn schuldenlast verdween, U sprak mij vrij.
Laat allen die zichzelf aan U verbinden,
U zoeken, HEER, zolang U zich laat vinden.
U bent mijn schuilplaats, onheil raakt mij niet;
ik juich het uit omdat U redding biedt.Vers 3

‘Mijn raad helpt jou om richting te bepalen.
Ik zie je gaan, Ik laat je niet verdwalen.
Verzet je niet zoals een paard dat doet,
zoals een ezel die men dwingen moet.’
Wie kwaad doet kampt met onheil en gevaren,
maar wie op God vertrouwt, zal Hij bewaren.
Rechtvaardigen, verheug je in de HEER,
Oprechten, zing het uit en breng Hem eer.All rights reserved
Psalm 32 is a psalm of David and belongs to Book I (Psalm 1–41) of the Psalter. Penitential psalm: The seven traditional penitential psalms of the church.
Music: pcorgel.nl