Aller au contenu principal

Psalm 104

Vers 1

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Wel aen, mijn siel, ghy moet God loven seer!
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Hoe groot en sterck zijt ghy, o eeuwich Heer!
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Met majesteyt en goddelijck vermogen
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Sijt ghy becleedt en cierlijck aengetogen.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) De Heer met glants en stralen is bedeckt
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Als waer een cleet rontom hem uytgestreckt.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Den hemel hooch hy boven ons uytbreydet
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Als een tapijt op't constichste bereydet.

Vers 2

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Hy die int vocht syn opper-salen vloert,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Die op de drift der wolcken wert gevoert
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Nu hier, nu daer, als op een lichten wagen,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Dien wint en buy op hare vleugels dragen.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Syn engelen maeckt hy tot geesten snel
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Die onvertsaecht uytrichten syn bevel.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Tot vlammen viers syn wackere trawanten
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) En, tot den dienst wil-veerdige gesanten.

Vers 3

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Hy heeft de aerd' gehangen in het rond'
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) En crachtichlijck gesett op haren gront.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Soo datse niet kan wanckelen noch glijden,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Maer blyvet vast, en wijckt tot geenen tijden.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Te voren was het aerdrijck grof en breet
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Omwonden met den afgront als een cleet,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) De waters diep daer over-heenen dreven
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Veel hooger als de bergen opgeheven.

Vers 4

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Maer als gehoort wierd' uwe stemme straf,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Sy ylden haer, en vloden tsamen af.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Het fel rumoer van uwe donder-slagen
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Con lichtelijck haer na de leechte jagen.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) 'tGeberchte met syn toppen rees om hooch,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Der dalen gront sich na de diepte booch,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) En elck van haer heeft synen loop gesnellet
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Ter plaetsen die ghy self haer hadt bestellet.

Vers 5

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Den pael der zee hebt ghy geset soo vast
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Dat boven hem het water niet en wast.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Ooc niet soo hooch can brengen syne golven
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Dat onder haer het aerdrijck lig' bedolven.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Ghy sendet neer de water-beecken reyn,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En drijft om hooch soo menich claer fonteyn,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Ghy doetse door de steyle bergen vlieten
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) En met geruysch door diepe dalen schieten.

Vers 6

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Die laven al 't gedierte op het velt
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Soo dickwils het van dorste wert gequelt.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Wout-esels in dees water-rijcke bronnen
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Haer schorre keel al-mee verquicken connen.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) De vogeltjens des hemels, daer ontrent
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Op haer gemack te woonen zijn gewen't.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Die int geboomt op alle tacken springen
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) En onder't loof genoechelijcken singen.

Vers 7

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)De bergen hy uyt syne salen drenckt,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Die hy na wensch den frisschen regen schenct.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) So dat de vrucht van uwe wonderdaden
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) In overvloet de aerde comt versaden.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Hy brengt het gras en voeder voor den dach,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Dat sich het vee daer aen geneeren mach.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Het groene cruyt moet oock de aerde geven
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) En't voedsaem graen waer van wy alle leven.

Vers 8

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Den wijn die t'hert des menschen maket bly,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) En't broot, om hem te stercken gevet hy.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Met oly hy haer mildelijck beschincket
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Die maket dat haer aengesichte blinket.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) De bomen door den coelen dou opgaen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) De ceders hooch die op den Liban staen,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Door Godes hant so heerlijc opgeschoten.
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Van hem geplant, van hem alleen begoten.

Vers 9

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Daer sietmen doen de vogelkens haer best
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Om aerdichlijck te maken elck haer nest.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Hooch op den top der dennen sich vergaren
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Ter somer-tijt de lichte oyevaren
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Den steen-bock tot de cloven van't gebercht
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Neemt syn vertreck wanneer hy wert getercht.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) In rotsen daer de sonne niet can schijnen
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Onthouden haer de vluchtige conijnen.

Vers 10

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Hy heeft om hooch gestelt de mane claer
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Te deelen af de tijden van het jaer,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Der sonnen loop heeft hy soo afgemeten
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Dat sy de uyr haers ondergancks can weten.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Den avont bruyn door u wert aengebracht,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Wanneer den dach moet ruymen voor de nacht.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Het schouwe wilt uyt onbekende hoecken
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Geeft hem te veld' syn onderhout te soecken.

Vers 11

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Dan comt een schaer van jonge leeuwen aen
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Die op de jacht met rasse treden gaen.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Van honger sy door't wijde wout gaen brullen
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Tot God, die haer met nootdruft can vervullen.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) So haest als ons den dageraet genaect
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) 'tGedierte flux hem uyt den wege maeckt.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Het kiest den pat van syne holen weder
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) En leyt hem daer gerustelijcken neder.

Vers 12

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Dan gaet de mensch bevrijet van gevaer
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Dat hy met vlijt syn arbeyt neme waer,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En't ackerwerc sorchvuldelijc slae gade
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Van 's morgens vroech tot op den avont spade.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) O Heer, hoe groot, o Heer, hoe wonderbaer
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Zijn onder ons u wercken allegaer!
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) In wijsheyt groot hebt ghyse, Heer, gemaket.
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) De gantsche aerd' u rijcke goetheyt smaket.

Vers 13

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)De see, die breet en wijt van oevers is,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Geeft volle ruymt' aen allerhande vis,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Dies sonder tal bey groot' en cleyne dieren
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Int blaeuwe velt van hare baren swieren.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Daer menich schip geladen overseylt
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) De diepte die noyt yemant heeft gepeylt,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Die van u hant gevallen is ten deele
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Den wallevis, dat hy daer ligg' en speele.

Vers 14

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Al het gediert' verlanget, Heer, na dy,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) En siet om hooch, verwachtende, dat ghy
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Hem syne spijs' geeft in gesette tijden
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Als het gebreck en honger comt te lijden.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Wanneer ghy hen het noodich voetsel geeft,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Sy nement aen, een yder daer van leeft.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Als ghy voor haer u volle hant ontladet
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Sy werden met u goederen versadet.

Vers 15

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Maer als ghy hebt u aensicht afgewendt
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Sy zijn verbaest gevoelende haer end.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Ghy nemet wech den adem, dat sy sterven
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) En, tot den stof weerkeerende, verderven.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Indien ghy sendt van boven uwen Geest
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Sy comen weer gelijckse zijn geweest.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Ghy maket dat de onbewoonde aerde
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Nieu leven en gestaltenis aenvaerde.

Vers 16

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Dat nu voortaen des Heeren heerlijcheyt
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Lof, danck, en roem sy eeuwichlijc geseyt.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) De Heere wil met herten-lust aenmercken
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) d'Wtnementheyt van alle syne wercken.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) De Heere, die, wanneer hy slechs de aerd'
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Aenschouwet, sy wert anxtelijc vervaert.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Die als hy raect de alderhoochste bergen
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Maeckt dat in roock haer cruynen sy verbergen.

Vers 17

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Der Goden God wil ick mijn leven-lanck
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Met vrolijcheyt bewijsen dienst en danc.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Soo lang' in my sich roeren sal het leven
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Wert met gesanc de Heer van my verheven.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Mijns herten wensch is, dat hem wel-geval
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) De reden die ick van hem spreken sal.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Soo het geschiet, soo stel ick druck besyden
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) En wil my steeds in mijnen God verblijden.

Vers 18

Het sondich volck wort van de aerd' verdaen,
Der boosen hoop sal sekerlijck vergaen.
Wel-aen mijn ziel, wilt prijsen God den Heere,
Ja wie ghy zijt, geeft onsen God de eere.
À propos de ce psaume

Psalm 104 appartient à Livre IV (Psaume 90–106) du Psautier. Psaume d'alléluia: Commence ou se termine par l'hébreu « Hallelu-Jah » (114, 118 et 136 n'en font pas partie).

Psaumes liés