Menu des psaumes
Psalm 112
Choisissez une versification à comparer
Vers 1

Wel hem, die altijd is begeven 
Tot Gods vrees in alle zijn leven, 
Die lust tot Zijn woord heeft verkregen. 
Zijn zaad zal zeer geweldig wezen; 
Door Gods genade, hoog geprezen, 
Verkrijgen de vromen den zegen.Vers 2

Rijkdom en volheid aller dingen 
Zal God dezes mans huis toebringen; 
Zijn gerechtigheid zal beklijven. 
Den vromen zal een licht verschijnen, 
't Welk de duisterheid zal verdwijnen; 
Door Gods goedheid, die vast zal blijven.Vers 3

Wel hem, die uitleent door meed'lijden, 
Die 't zijne doet tot allen tijden, 
Oprecht'lijk zonder iemands schade; 
Die zal in eeuwig' ere blinken. 
Men zal zijner eerlijk gedinken 
In alle plaatsen vroeg en spade.Vers 4

Als daar vallen zeer zware plagen, 
Zo wordt hij door angst niet verslagen; 
Want hij hoopt vast op God almachtig. 
Dies is hij getroost en vrijmoedig, 
En zal zijn lust zien overvloedig, 
In den val der vijanden krachtig.Vers 5

Hij deelt Zijn goed uit met ontfarmen 
Den behoeftigen en den armen; 
Zijn gerechtigheid blijft gestadig 
Zeer hoog wordt zijn hoorne verheven; 
Ook zal hem een zulk ere geven, 
Die eeuwig blijft, de Heer genadig.Vers 6

De godd'lozen zullen Gods daden 
Met verdriet zien, en zeer beladen 
Bijten de tanden en hen kwellen. 
Zij zullen uitdrogen en sterven, 
En in haar lusten boos verderven, 
Hoe zij hen ook daartegen stellen.Psalm 112 appartient à Livre V (Psaume 107–150) du Psautier. Psaume d'alléluia: Commence ou se termine par l'hébreu « Hallelu-Jah » (114, 118 et 136 n'en font pas partie). Psaume acrostiche: Chaque strophe commence par une lettre successive de l'alphabet hébreu.
Musique : pcorgel.nl