Menu des psaumes
Psalm 129
Choisissez une versification à comparer
Vers 1

Van der jeugd aan hebben zij mij gekweld 
Duizendmaal, dies spreekt Israël met zinnen: 
Van der jeugd aan leverden zij mij 't veld, 
Maar zij hebben mij niet kunnen verwinnen.Vers 2

Ik drage de merktekenen aan 't lijf, 
Zodat ik gans doorploegd te wezen schijne 
Op den rugge met voren diep en stijf; 
Gans aan twe?n is mijn arm vlees door deez' pijne.Vers 3

Maar God, Die alles rechtvaardiglijk doet, 
Heeft der godd'lozen banden afgesneden; 
Dat zij ter schande worden, die onvroed 
Sion wensen 't verderf, angst met onvreden.Vers 4

Dat zulk mens als gras word' aan elken kant, 
't Welk op muren en daken onbekwame 
Groeit, 't welk haast verdroogt; daarom ook niemand 
Arbeiden wil, opdat hij 't brenge zame.Vers 5

Men zag nooit dat enig maaier daarvan 
Een handvol heeft gebracht, t' eniger tijden; 
Veel min heeft daarvan iets gebracht die man, 
Die schoven bindt op 't veld aan elke zijden.Vers 6

Zij allen, die daar wandelen voorbij, 
Spreken niet; de zegeninge des Heeren 
Zij over u, wij zegenen u vrij 
In den Naam Gods, die verhoogd is in ere.Psalm 129 appartient à Livre V (Psaume 107–150) du Psautier. Psaume des montées: Porte l'inscription « Cantique des montées ».
Musique : pcorgel.nl