Naar hoofdinhoud

Psalm 106

Vers 1

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Looft God, den trouwen Opperheer;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Geeft, geeft Hem vrolijk roem en eer,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Wiens goedheid perken kent, noch palen.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Maar wie, hoe hoog verlicht hij zij,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Wie kan Zijn mogendheên verhalen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Zijn lof verbreiden naar waardij?

Vers 2

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Welzalig elk, die 't recht betracht,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Die t' allen tijd' Zijn wetten acht.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) O HEER, laat mij, naar 't welbehagen,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Dat G' in Uw volk steeds hebt getoond,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Ook roem op Uw bescherming dragen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En met Uw zegen zijn bekroond.

Vers 3

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Geef dat mijn oog het goed' aanschouw',
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) 't Welk Gij, uit onbezweken trouw,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Uw uitverkoor'nen toe wilt voegen;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Opdat ik U mijn rotssteen noem',
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) En delend in Uws volks genoegen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Mij met Uw erfdeel blij beroem'.

Vers 4

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Wij hebben God op 't hoogst misdaan;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Wij zijn van 't heilspoor afgegaan;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Ja, wij en onze vaad'ren tevens,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Verzuimend' alle trouw en plicht,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Vergramden God, den God des levens,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Die zoveel wond'ren had verricht.

Vers 5

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Onz' ouders, in Egypteland,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Beveiligd door Zijn sterke hand,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Vergaten al Zijn gunstbewijzen;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Zij morden aan de Rode Zee,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) In plaats van 's HEEREN gunst te prijzen;
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Dies dreigde hen een zwaarder wee.

Vers 6

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Doch om Zijns naams wil, om Zijn macht
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Te tonen aan dat dwaas geslacht,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Schold Hij de zee, dat z' uit moest drogen;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Hij deed hen langs haar gronden gaan,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) En toond' aan 's vijands heir 't vermogen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Dat hen in nood had bijgestaan.

Vers 7

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)De waat'ren keerden in hun kolk;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Waar paard en ruiter, vorst en volk,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Tot één toe, in den vloed versmoorden.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Toen had gans Isrel juichensstof,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Toen, toen geloofden z' aan Gods woorden;
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Toen zong al 't volk des Hoogsten lof.

Vers 8

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Maar zij vergaten 's HEEREN werk;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Zij stelden hunnen God een perk;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Zij wilden in Hem niet berusten;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Maar durfden in de wildernis
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Zijn macht beproeven, door hun lusten,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En 't hunk'ren naar Egypte's dis.

Vers 9

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Toen heeft Hij hen met vlees gevoed.
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Maar zond hun ziel, bij d' overvloed,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Een magerheid, die z' uit deed teren.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Zij dorsten Mozes 't hoog bewind,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) En Aron 't priesterambt des HEEREN,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Benijden, door hun waan verblind.

Vers 10

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Maar 't aardrijk opende zijn mond,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Waarmee 't Abirams volk verslond,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En Dathans snode vloekverwanten;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Een vuurgloed stak de tenten aan
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Van 't godd'loos rot, aan alle kanten,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En deed het door de vlam vergaan.

Vers 11

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Zij maakten zich, den HEER ten spot,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Een kalf bij Horeb tot een god,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Waarvoor zij zich eerbiedig bogen;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Een os, die gras eet op het veld,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Een beeld, o gruwel in Gods ogen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Werd toen aan Hem gelijk gesteld.

Vers 12

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Hun hart vergat den Opperheer,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Hun dierb'ren Heiland, die weleer
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Hen redde van d' Egyptenaren;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Die wondren deed in 't land van Cham,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Zich vrees'lijk maakt' in 't ruim der baren,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En Faro 't levenslicht benam.

Vers 13

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Toen dreigde God hen met den dood;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) En nimmer waren z' in dien nood
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Zijn hooggeduchte wraak ontweken,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Zo Mozes, Zijn verkoren held,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Zich niet bij God, met ernstig smeken,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Voor hen had in de bres gesteld.

Vers 14

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Zij hebben 't langgewenste land
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Versmaad uit strafbaar onverstand,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En niet geloofd aan 's HEEREN woorden;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Zij morden daag'lijks in hun tent,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Dewijl zij naar Zijn stem niet hoorden,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Hoe duid'lijk ook aan hen bekend.

Vers 15

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Dies zwoer d' Almachtige, dat Hij
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Die snoden in de woestenij
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Zou nedervellen en verderven;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Ja, dat Hij hen, met al hun zaad,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Zou bij de heid'nen om doen zwerven,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Van elk gevloekt, van elk versmaad.

Vers 16

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Zij hebben zich voor 't vloekaltaar,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Verleid door Moabs docht'renschaar,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Tot Baal-Peors dienst begeven;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Zij aten 's afgods offerand';
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Doch 't kostt' aan duizenden het leven:
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Gods wraak ontstak in fellen brand.

Vers 17

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Toen weerde Pinehas de straf,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Die, moedig, 't recht voldoening gaf,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En 't eerloos bloed langs d' aard' deed stromen.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Die daad, ten zoen voor 't volk volbracht,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Deed hem een eeuwig' eer bekomen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Die stand hield bij zijn nageslacht.

Vers 18

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Zij tergden, twistend, Gods genâ
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Bij 't wonderwater Meriba
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Verbitterden den knecht des HEEREN;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Hij sprak in onbedachtzaamheid;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Dies moest hij 't vruchtbaar land ontberen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Den gansen volke toegezeid.

Vers 19

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Zij spaarden volken, tot Gods hoon,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Die Hij bevolen had te doôn;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En, aan der heid'nen stam verbonden,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Vervielen zij tot afgodsdienst,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) En wrochten door gelijke zonden
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Zichzelf een strik, op 't onvoorzienst.

Vers 20

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Men zag hen zelfs, door drift verblind,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Hun dierbaar kroost, hoe teer bemind,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Den duivelen ten offer brengen;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Men zag hen, trouw'loos en verwoed,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Op Kanâns vloekaltaren plengen
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Der kinderen onschuldig bloed.

Vers 21

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Die onnatuurlijk' offerand',
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Die bloedschuld, bracht een smet op 't land;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Zij werden onrein door hun daden,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Door hoererij en vuil gedrag;
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Zij durfden Isrels God versmaden,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Maar beelden toonden zij ontzag.

Vers 22

Dit alles spoorde God tot wraak;
Zijn volk, Zijn erf, Zijn hoogst vermaak,
Werd nu een gruwel in Zijn ogen.
Hij gaf hen in der heid'nen macht, Waardoor zij zonder mededogen, In slaafse keet'nen zijn gebracht.

Vers 23

gen;
Hij gaf hen in der heid'nen macht,
Waardoor zij zonder mededogen,
In slaafse keet'nen zijn gebracht.

Vers 24

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Nochtans was God met hen begaan;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Hij zag hun angst, hun tranen aan,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En hunner hateren verwoedheid;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Hij dacht aan Zijn gestaafd verbond,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) En had berouw, naar al Zijn goedheid,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Meêdogendheid met Isrels wond.

Vers 25

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Dies hebt G', o God, hun last verlicht,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Zelfs voor huns vijands aangezicht;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Verlos ons ook, als onze vaad'ren;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Wil ons, nog overal verspreid,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Genadig weer bijeen vergaad'ren;
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Zo word' Uw naam en roem verbreid.

Vers 26

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Geloofd zij Isrels grote God.
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Zijn gunst schenk' ons dit heilgenot;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Zo zullen wij Zijn goedheid danken.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Dat al wat leeft, Hem eeuwig eer'!
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Al 't volk zegg' "Amen" op mijn klanken;
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Juich, aarde, loof den Opperheer!
Over deze psalm

Psalm 106 behoort tot Boek IV (Psalm 90–106) van het Psalter. Halleluja-psalm: Begint of eindigt met het Hebreeuwse "Hallelu-Jah" (114, 118 en 136 vallen hier niet onder).

Verwante psalmen