Naar hoofdinhoud

Psalm 51

Vers 1

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Genâ, o God, genâ, hoor mijn gebed;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Verschoon mij toch naar Uw barmhartigheden;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Delg uit mijn schuld, vergeef mijn overtreden:
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Uw goedheid wordt noch paal, noch perk gezet.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Ai, was mij wel van ongerechtigheid;
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Mijn schuld is zwaar, ik heb Uw wet geschonden;
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Zie mijn berouw, hoor, hoe een boetling pleit,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) En reinig mij van al mijn vuile zonden.

Vers 2

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Want ik gevoel de grootheid van mijn kwaad;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Mijn zonde zie 'k mij steeds voor ogen zweven.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) 'k Heb tegen U, ja U alleen, misdreven;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Uw wil en wet, hoe heilig, stout versmaad,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Ik heb gedaan, wat kwaad was in Uw oog;
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Dies ben ik, HEER, Uw gramschap dubbel waardig;
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) 'k Erken mijn schuld, die U tot straf bewoog;
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Uw doen is rein, Uw vonnis gans rechtvaardig.

Vers 3

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)'t Is niet alleen dit kwaad, dat roept om straf;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Neen, 'k ben in ongerechtigheid geboren;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Mijn zonde maakt mij 't voorwerp van Uw toren.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Reeds van het uur van mijn ontvang'nis af.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Zie, Gij hebt lust tot waarheid in 't gemoed;
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Gij, HEER, Die weet, al wat ik heb misdreven,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Gij, die mijn geest met wijsheid hadt gevoed,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) En in mijn ziel Uw Godd'lijk licht gegeven.

Vers 4

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Ontzondig mij met hysop, en mijn ziel,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Nu gans melaats, zal rein zijn en genezen.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Was mij geheel, zo zal ik witter wezen
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Dan sneeuw, die vers op 't aardrijk nederviel.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Ai, geef mij weer gewenste zielevreugd;
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Laat uit Uw mond mij stof tot blijdschap horen;
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Zo wordt opnieuw 't verbrijzeld hart verheugd,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) En in mijn geest de ware rust herboren.

Vers 5

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Verberg Uw oog van mijn bedreven kwaad,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Waardoor mijn ziel gevoelt de diepste wonden;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Delg, delg toch uit mijn schuld en al mijn zonden,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) En spreek mij vrij van mijne gruweldaad.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Herschep mijn hart, en reinig Gij, o HEER,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Die vuile bron van al mijn wanbedrijven;
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Vernieuw in mij een vasten geest, en leer
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Mij aan Uw dienst oprecht verbonden blijven.

Vers 6

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Verwerp mij van Uw aangezicht toch niet;
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Ai, laat van mij Uw Heil'gen Geest niet scheiden.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Die kan alleen op 't rechte spoor mij leiden;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Bestier mijn gang, daar Gij mijn zwakheid ziet.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Geef mijn gemoed, dat nu angstvallig vreest,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) De blijdschap weer; doe op Uw heil mij hopen;
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Laat mij, gesterkt door enen eed'len geest,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Volvaardig 't pad van Uw geboden lopen.

Vers 7

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Dan zal ik elk, die't heilspoor bijster is,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Vrijmoedig al Uw rechte wegen leren;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) De zondaar zal zich dan tot U bekeren,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) En scheppen moed uit mijn behoudenis.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) O God, Gij God mijns heils, vergeef mijn schuld,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Mijn bloedschuld toch, hoe billijk ook te doemen;
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Dan zal mijn mond, met zangstof weer vervuld,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Uw heilig recht, gepaard met goedheid, roemen.

Vers 8

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)HEER, open Gij mijn lippen door Uw kracht,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Zo zal mijn mond Uw lof gestaag vermelden.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Geen offer kan voor mijne zonden gelden;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Behaagd' U dat, straks wierd het U geslacht.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Indien Gij lust in brandend' off'ren hadt,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Dan wierd het vuur door mij gewis ontstoken;
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Ik spaarde dan noch zorg, noch vlijt, noch schat,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Maar zou 't altaar van offervee doen roken.

Vers 9

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Gods offers zijn een gans verbroken geest,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Door schuldbesef getroffen en verslagen;
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Dit offer kan Uw heilig oog behagen;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) 't Is nooit, o God, van U veracht geweest.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Doe Sion wel, laat om mijn zwaren val
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Uw goedheid niet van zijne burg'ren wijken;
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Bouw Salem op, laat nooit zijn muur en wal,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Door Uwe straf, voor 's vijands macht bezwijken.

Vers 10

Dan vindt Gij in onz' offeranden lust,
Waarmee wij U, naar't heilig recht, vereren;
Dan zal 't altaar de varren gans verteren;
Dan wordt het vuur daarop nooit uitgeblust.
Over deze psalm

Psalm 51 is een psalm van David en behoort tot Boek II (Psalm 42–72) van het Psalter. Boetpsalm: Zeven traditionele boetpsalmen van de kerk.

Verwante psalmen