Naar hoofdinhoud

Psalm 18

Vers 0

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Van herten lief heb ick u Heer almachtich,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Die zijt en blijft alleen mijn sterckte crachtich,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Mijn hooge burcht, mijn schilt, mijn vaste steen,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) De hoorn mijns heyls, die my bewaert alleen.

Vers 1

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Mijn hope staet alleen op God gepresen
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Hy wil mijn wapen en mijn toevlucht wesen,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Als ick hem loov' en bidde met aendacht
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Mijn vyanden ontsincket hare macht.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Des dodes noot my angstich dede schromen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Van Belial de grondelose stromen,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Der hellen schrick my t'eenemael omgaf,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Ick lach verstrickt, versmooret in het graf.

Vers 2

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Aldus benaut heb ick den Heer gebeden,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Tot mijnen God riep ick van hier beneden,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Mijn schreyen tot hem in den hemel quam,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) En mijne stem tot sijne ooren clam.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Van stonden aen men sach de aerde trillen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) De bergen hooch en waren niet te stillen,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Haer diepsten gront die daverd' op en neer,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Want sonder maet vertorent was de Heer.

Vers 3

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Uit sijnen neus' een damp hem spreyd' int ronde,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Een lichte vlam ontbrand' in synen monde,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Syn grimmicheyt was so geweldich groot
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Datmen om-heen niet sach als colen root.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Hy booch de lucht, en daelde tot de volcken,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Syn voetpat was 't geswier van swerte wolcken,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Den Cherub snel hem voerde heel geswind'
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Hy sweefde op de vleugels van de wint.

Vers 4

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Een groote drift van wolcken hem bedecte,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) En tot een tent de duysterheyt hem strecte,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Een blixemstrael die voor hem henen vloot
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Het bruyne swerc doordringende ontsloot.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Den hagel grof met weerlicht hem verspreyde,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Den donder fel sich door de locht uytbreyde,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) De hoochste God syn stemme van hem gaf,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) En colen viers wierp hy van boven af.

Vers 5

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)De Heere, met syn uytgeschoten pijlen
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Heeft tot de vlucht syn vyanden doen ylen,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Den swaren storm en vreesselijcken wint
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Haer heeft verschrict en t'eenemael ontsint.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Men sach alsdoen de donck're watergoten
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Der colcken diep haer aderen ontblooten,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Hy reycte my van boven syne hant,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) En holp my uyt den afgront weer te land'.

Vers 6

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Hy vrijde my van de vermeten scharen
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Der vyanden die my te machtich waren,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Sy brachten my in eenen droeven staet,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Maer onse God was doe mijn toeverlaet.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Hy voerde my op 't ruym uyt alle vreese,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Dat hy aen my syn goedicheyt bewese.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Dies heeft hy na mijn vroomheyt my geloont.
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) En my na mijn gerechticheyt verschoont.

Vers 7

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Want ick behielt altijdt des Heeren wegen,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Geen goddeloosheyt heb ick willen plegen,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Syn goede wet heb ick steets na-gespoort
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) En heb daer van verworpen niet een woort.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Ick eerde hem uyt mijnes herten gronde.
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) In al mijn doen bewaerd' ick my voor sonde,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Dies heeft hy na mijn vroomheyt my gedaen,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) En na mijn recht heeft hy 't my laten gaen.

Vers 8

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Den vromen sydy vroom, en reyn den reynen,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Oprecht met die 't oprechtelijcken meynen,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Een trouwe Heer aen den getrouwen knecht,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Verkeert, met die haer keeren van het recht.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) 't Ellendich volc behoudet ghy seer goedich,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En drucket neer die stout zijn en hoochmoedich,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Mijn donck're lamp hebdy, o Heer, verlicht,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) In duysterheyt gaeft ghy my claer gesicht.

Vers 9

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Met u verwin en doe ic groote dingen,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Met u wil ick de muyren overspringen,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Des Heeren wech is heylich ende goet,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Des Heeren woort doorloutert inde gloet.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Hij is een schilt in 't uyterste benouwen
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Voor alle die op syne gunste bouwen.
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Waer is een God behalven onse Heer?
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Of sonder hem een vaste steenrots meer?

Vers 10

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Die my omgort, en maket my cloeckmoedich,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Die mijnen wech maect effen en voorspoedich,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Geeft voeten als de voeten van het ree,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) En doet my vast staen op een hooge stee.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Die tot den crijch my lust geeft en vermogen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Dat mijne vuyst kan breken stale bogen,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) De schilt uws heyls o Heer beschuttet my,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) U rechterhant is my gestadich by.

Vers 11

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)U goetheyt die my nimmer heeft begeven
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Heeft my nu meer dan oyt te voor verheven.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Ghy maect den pat ruym onder mijnen voet,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Dat ick niet uyt en glijde onverhoedt.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Mijn vyanden ick wackerlijc can jagen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En keer niet om eer datse zijn geslagen,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Ick sla-se datse niet weer op en staen,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Maer mijn gewelt gants werden onderdaen.

Vers 12

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Ghy gordet my met sterckheyt om te strijden,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Ghy vellet die my haten en benijden,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Ghy hebbet neer-gebogen hare macht,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Sy zijn te niet door mijne hant gebracht.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Sy riepen wel, maer 't was voor dove ooren,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Tot God, vergeefs, want hy en wou niet hooren,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Sy zijn als stof gedreven van den wint,
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Als slijck het welck men op de straten vint.

Vers 13

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Ghy reddet my van 't volck vol muyterije,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Ghy maeckt my groot door nieuwe heerschappije,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Het Heydensch volc dat ic noyt had gekent
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Heeft willich hem tot mijnen dienst gewent.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) De vremde door 't gerucht mijns naems gedreven
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Geveynsdelijck aen my haer overgeven,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Sy hebben in haer sloten vast gebeeft
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Als van mijn cracht men haer gesproken heeft.

Vers 14

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)De Heere leeft, mijn steenrots wil ick loven,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Gesegent sy de heerscher van hier boven.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Hy isset die my van mijn haters wreeckt,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) En die de macht der groote volcken breect.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Hy maeckt dat my mijn vyant niet en lettet,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Die boven haer int conincrijck my settet,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Hy ist alleen die my in vrydom stelt
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Van hem die drijft een openbaer gewelt.

Vers 15

Daerom, o God, wil ick noch voor de ooren
Der Heydenen wijtlustich laten hooren
U grooten roem, die door u goedicheyt
U Coninck hebt bewaert voor allen leyt.
Die David den gesalfden doet genade,
En eeuwich goet aen alle synen sade.
Over deze psalm

Psalm 18 is een psalm van David en behoort tot Boek I (Psalm 1–41) van het Psalter.

Verwante psalmen