Psalm 46
Vers 1
God is een toevlucht en een sterkte,
die in benauwdheid hulp bewerkte.
Wij vrezen voor geen enkel kwaad,
omdat de HEER ons niet verlaat.
Al zou de hele aarde wijken,
het bergland in de zee bezwijken,
laat bruisen heel de watervloed,
die alle bergen beven doet.
Vers 2
Een brede stroom verheugt Gods woning,
de stad van d' allerhoogste Koning.
Zij wankelt niet, want God troont daar,
bij 't morgenlicht bevrijdt Hij haar.
De volken hadden zich verheven,
God sprak - Hij deed de aarde beven.
Een vaste burcht voor Israël
is Jakobs God - Immanuël!
Vers 3
Komt en aanschouwt Gods grote werken,
de HERE overwint de sterken.
Hij richt alom verwoesting aan
en doet de vijand ondergaan.
Want al zijn lansen en zijn bogen
vernietigt Hij voor aller ogen.
Staakt uw verzet en geeft Mij eer,
Ik ben de hoogverheven Heer.
Vers 4
De HEER, de God der legerscharen,
is met ons, redt ons uit gevaren.
Een vaste burcht voor Israël
is Jakobs God - Immanuël!