Psalms menu
Psalm 113
Choose a versification to compare
Vers 1

Ghy dienaers van den hoochsten Heer,
Looft hem van herten, geeft hem eer,
Den naem des Heeren sy gepresen.
Den naem des Heeren wijt vermaert
Moet over-al geopenbaert
En eeuwichlijck verhooget wesen.Vers 2

Van daer de son des morgens blinckt
Tot daerse 'savonts neder-sinckt
Sy Godes naeme lof gegeven,
Die boven aller heyd'nen hoop
Ja hooger als des hemels loop
In heerlijckheyt is opgeheven.Vers 3

Wie is doch onsen God gelijck,
Die in syn eeuwich coninckrijck
Verhoget is in sulcken weerde;
En syne oogen neder-slaet
Op dat hy sie hoe alles gaet
Beyd' in den hemel en op eerde?Vers 4

Hy heft de cleynen uyt den stof,
En uyt den dreck tot eer en lof
Brengt hy de arme; die hy stellet
In eenen vorstelijcken stant,
Ja met de princen van syn lant
Hy haer groot-gunstich vergesellet.Vers 5

Hy can de vrou, die treurich schreyt
Van-wegen haer onvruchtbaerheyt,
Doen woonen in een huys vol menschen:
En maken dat sy moeder bly
Van veel naecomelingen sy,
Voldoende al haers herten wenschen.Psalm 113 belongs to Book V (Psalm 107–150) of the Psalter. Egyptian Hallel: Sung at the Passover feast. Hallelujah psalm: Begins or ends with the Hebrew "Hallelu-Jah" (114, 118 and 136 are not included).
Music: pcorgel.nl