Psalmen menu
Psalm 110
Kies een berijming om te vergelijken
Vers 1

De Heer heeft gesproken tot mijnen Heere: 
Zet U nu fijn tot Mijne rechterhand, 
Totdat Ik Uw vijanden met onere 
Tot enen voetbank maak in 't ganse land.Vers 2

God zal den scepter van Uw koninkrijke 
Uit Sion strekken over d' aarde breed; 
En Hij zal tot u spreken desgelijke: 
Heerset over al Uw vijanden wreed.Vers 3

Vrijwillig zal 't volk geschenk doen met vrede, 
Op den dag van Uwe kroninge fijn; 
Gelijk de dauw rijkelijk valt beneden, 
Zullen U veel kind'ren geboren zijn.Vers 4

God heeft met ernst gezeid ende gezworen 
Met enen eed, die vast'lijk zal bestaan. 
Gij zijt een eeuwig Priester uitverkoren, 
Naar Melchizedeks ordening voortaan.Vers 5

Tot Uwe rechterhand zal God verderven 
Al Uwe vijanden met grote kracht; 
De boze koningen zal Hij doen sterven, 
Ter tijd Zijner gramschap met volle macht.Vers 6

Hij zal Hem ook aan de heidenen wreken, 
En 't land vol maken met lichamen dood; 
En eindelijk dat hoofd gans in stukken breken, 
't Welk nu heerset over veel landen groot.Vers 7

Ja, Hij zal ook op den weg uit de beken 
Haast drinken van 't lopende water klaar; 
En zal daarna Zijn hoofd heerlijk opsteken, 
En hebben de overwinning eenpaar.Psalm 110 is een psalm van David en behoort tot Boek V (Psalm 107–150) van het Psalter.
Muziek: pcorgel.nl