Psalmen menu
Psalm 130
Kies een berijming om te vergelijken
Vers 1

Uit de diepten, o Heere, 
Mijner benauwdheid groot, 
Roep ik tot U gaar zere, 
In mijnen angst en nood. 
Heer, wil mijn stem verhoren; 
Want het nu tijd zijn zal; 
Laat komen tot Uw oren 
Mijn klachtig bidden al.Vers 2

Wilt Gij met ernst de zonden 
Toerekenen voortaan; 
Wie kan t' eniger stonden 
In Uw oordeel bestaan? 
Maar Gij wilt, Heer, vergeven 
De zonden minst en meest; 
Dies zijt Gij in dit leven 
Zeer bemind en gevreesd.Vers 3

Den Heer wil ik verwachten, 
Mijn ziel staat altijd voort 
Op Hem; met ganse krachten 
Hoop ik vast op Zijn woord. 
Mijn ziel verwacht lankmoedig 
Van d' een nachtwake zwaar, 
Totdat d' ander komt spoedig, 
En de dag opstaat klaar.Vers 4

Dat Israël vast bouwe 
Op God de hope zijn; 
Want vol genaad' en trouwe 
Is de Heer en God mijn. 
Hij is 't, Die onbezweken 
Israël gans bevrijdt 
Van zonden en gebreken, 
Die Hij meteen scheldt kwijt.Psalm 130 behoort tot Boek V (Psalm 107–150) van het Psalter. Pelgrimspsalm: Heeft het opschrift "Lied Hammaäloth" (Lied der opgangen). Boetpsalm: Zeven traditionele boetpsalmen van de kerk.
Muziek: pcorgel.nl