Zum Hauptinhalt

Psalm 50

Vers 1

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Der goden God de Heere spreken sal,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) En roepen tsaem het heele aertsche dal,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Van't rijsen tot aen't dalen van de son;
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Gods claerheyt sal voortbreken uyt Sion.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Met heerlijckheyt en cieraet uytgelesen
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Comt onse God, die niet sal stille wesen.

Vers 2

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Voor syn gesicht gaet een verteerend' vuyr:
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Ront-om hem heen een stormwint fel en stuyr.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Hy daecht de aerd' en 'shemels helder licht
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Om met zijn volck te treden int gericht:
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Vergadert my, spreeckt hy, mijn trouwe vrinden
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Die mijn verbont en offer ooyt beminden.

Vers 3

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Den hemel hooch int openbaer verbreydt
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Gods heylich recht en syn gerechticheyt.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Hoort toe mijn volck, u, Israël, ick meen:
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Ick ben u God, daer is ooc anders geen.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Ick sal u om u offers niet beswaren
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Die dagelijcx ick speur op u altaren.

Vers 4

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Uit uwen stal noch ossen ick begeer
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Noch bocken; die self eygenaer en Heer
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Ben van het vee der bosschen: 't is al mijn,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) De beesten die op duysent bergen zijn,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) De vogeltjens die aenden hemel swieren,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En in het wout de ongetemde dieren.

Vers 5

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Al had' ick honger, ick en seyds u niet,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Want al de aerd' is onder mijn gebiet.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Meynt ghy dat ick moet eten stierenvleysch?
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Of bocken bloet, om dat te drincken, eysch?
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Neen: offert danc, vercondiget mijn eere,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En u beloft betalet God den Heere.

Vers 6

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Aenbiddet my, ick sal uyt uwen noot
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) U helpen, en ghy sult my maken groot.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Maer God spreeckt aen den schalcken seer verstoort:
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Wat ist, dat ghy dus spreket van mijn woort
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) En neemt mijn bont in uwen boosen monde
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Daer ghy de straf doch hatet inden gronde?

Vers 7

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Nae dat ghy oock hebt mijn bevel versmaet,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) En als ghy noch een dief siet, met hem gaet:
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Ghy loopt verblint den overspelers naer,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Iae hebbet oock u eygen deel met haer,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Ghy wen't u mont tot reden die niet deugen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) U tong' versiert bedroch en valsche leugen.

Vers 8

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Ghy sitt en relt van uwen broeder quaet,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Ghy doet den soon van uwe moeder smaet.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Dit doet ghy, en, om dat ick swijge stil,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Ghy meynt dat ick als ghy oock wesen wil.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Maer ick sal u noch om u boosheyt quellen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En uwe sond' u onder d'oogen stellen.

Vers 9

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Verstaet dit doch, en neemtet vlijtich waer,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Ghy die den Heer vergetet gants en gaer.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Eer ick verscheur, en geen verlosser sy.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Die danckbaerheyt op-offert eeret my
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Na mijnen wil. en die dien wech sal treden
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Mijn eeuwich heyl aenschouwen sal in vreden.
Über diesen Psalm

Psalm 50 ist ein Psalm von Asaf und gehört zu Buch II (Psalm 42–72) des Psalters.

Verwandte Psalmen