Zum Hauptinhalt

Psalm 90

Vers 1

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Ghy waert, o Heer, ons toeversicht voor desen,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Van eeuw' tot eeuw' ons' hert op u betroude,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Eer ghy 't gebercht hooch uyt der aerden boude,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Eer door u hant de werelt quam int wesen
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) So waert ghy God, gelijc ghy nu ooc zijt,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En blijven sult voortaen tot aller tijt.

Vers 2

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Wanneer ghy wilt soo moet de mensch beswijcken.
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Ghy spreeckt seer haest; o mensche cleyn van weerden,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Ic wil dat ghy sult keeren tot der eerden.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Want duysent jaer zijn by u te gelijcken
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Als of het waer de naest-vergangen dach,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Ja corter als een nachtwaec wesen mach.

Vers 3

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Ghy raeptse wech met stormen ende buyen,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Gelyck een droom, die naulijcx men besinnet
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Als uyt den slaep t' ontwaken men beginnet,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Gelijck het gras, en ander teere cruyen
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Die s'morgens vroech seer lieffelijcken staen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Maer voor den nacht te niete zijn gegaen.

Vers 4

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Want wy vergaen, met uwen toorn beladen,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) U gramschap maeckt ons innerlijck verslagen,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En u gericht doet onsen geest vertsagen
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Als ghy ontdeckt ons heymelijcke daden,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) En brenget onse sonden aen het licht
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Die stellende voor uwen aengesicht.

Vers 5

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Want onvoorsiens ons' dagen henen-varen
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Door uwen toorn, en ons ellendich leven
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Wert snel, als een gedachte, wech gedreven.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Ons leven duyrt maer tien mael seven jaren,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Of tien daer by, alst al ten hoochsten raect,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En dat het een sterc mensche lange maect.

Vers 6

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Noch gaet het best van onsen tijt verloren
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) In sorg' en moeyt. oock eer wy't souden meenen
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Snijt ghy het af. wy vliegen licht daer henen.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Wie kent de macht van uwen grooten toren?
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Wie is het die deselve recht bevroedt
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Na datmen u, o Heere vreesen moet?

Vers 7

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Daerom, o Heer, wilt ons doch eenmael leeren
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Het cleyne tal van onse dagen tellen,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) En alletijt ons die voor oogen stellen:
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Dat wy ons hert tot wijsheyt mogen keeren.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Wendt u tot ons; hoe lang vertoevet ghy?
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Van uwe plagen maeckt u knechten vry.

Vers 8

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Wilt ons met u goetherticheyt versaden
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Des morgens vroech, soo willen wy u singen,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Ons herte sal van rechte vreugd' ontspringen
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Ons leven lanck. verquict ons uyt genaden,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Nae dat ghy ons nu hebt soo menich jaer
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Seer hart gedruct met uwe straffen swaer.

Vers 9

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Laet doch u werck aen uwe knechten blijcken,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) U heerlijckheyt aen hare erfgenamen,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) U lieflijckheyt aen ons en haer tesamen.
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Wilt ons met uwe segening' verrijcken,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) In uwen dienst maeckt onse handen sterc.
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Bevesticht, Heer, al onser handen werck.
Über diesen Psalm

Psalm 90 ist ein Psalm von Mozes und gehört zu Buch IV (Psalm 90–106) des Psalters.

Verwandte Psalmen