Zum Hauptinhalt

Psalm 29

Vers 1

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Ghy aensienlijcken in macht,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) En ghy Vorsten groot geacht,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Geeft den Heere sterckt en eer,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Eert den naem van sulck een Heer.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Neyget u voor onsen Coning'
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) In syn hooch-verheven wooning'
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Inden tempel schoon en prachtich
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Stortet u gebedt aendachtich.

Vers 2

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Op het water bruyst syn stem,
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Aenden hemel hoortmen hem,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Sijnen donder uyt de locht
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Over 't grondeloose vocht
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Is een tuygenis der eeren
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) En der groote cracht des Heeren,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Die daer door soo merckelijken
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Sijne heerlijcheyt doet blijcken.

Vers 3

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Godes stemme slaet ter neer
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Cederen, ja werpt om veer
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Cederen die haren top
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Op den Liban steken op.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) Libanon begint te trillen,
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Sirion is niet te stillen,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Als de calvers, als de iongen
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Van den eenhoorn doen haer sprongen.

Vers 4

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Godes stem de wolcken scheydt
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Ende vlammen daer uyt breydt.
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Sy doet beven de woestijn,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Kades doetse voelen pijn,
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) En de hinden soo vervaren
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Dats' ontijdich moeten baren,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) En der bosschen groene loten
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Van haer bladen sich ontbloten.

Vers 5

Notenbalk regel 1 (iso)Notenbalk regel 1 (rit)Maer in synen tempel weert
Notenbalk regel 2 (iso)Notenbalk regel 2 (rit) Wert de Heere hooch geeert,
Notenbalk regel 3 (iso)Notenbalk regel 3 (rit) Daer hem lovet yderman,
Notenbalk regel 4 (iso)Notenbalk regel 4 (rit) Daer hem volcken bidden an.
Notenbalk regel 5 (iso)Notenbalk regel 5 (rit) God als richter was geseten
Notenbalk regel 6 (iso)Notenbalk regel 6 (rit) Op de sond-vloet ongemeten,
Notenbalk regel 7 (iso)Notenbalk regel 7 (rit) Ja een coninck is de Heere
Notenbalk regel 8 (iso)Notenbalk regel 8 (rit) Eeuwichlijck verhoocht in eere.

Vers 6

God, door wien het alles leeft,
Aen den zijnen sterckte geeft.
God, de gever vande vree,
Deylt haer synen segen mee
Über diesen Psalm

Psalm 29 ist ein Psalm von David und gehört zu Buch I (Psalm 1–41) des Psalters.

Verwandte Psalmen